zondag 16 december 2012

Ziek of ziek?


Mijn hoofd bonkt en mijn lijf doet zeer. En ik ben moe. Man wat ben ik moe. “Iedereen is ziek”, zei gisteren iemand tegen me. Ziek? Ach wat is ziek? Als ik het berichtje lees over de school in Newtown denk ik “dat is pas ziek”.
Eergisteren hield ik het nog op een avond te lang doorzakken na een geweldig concert. Zo’n avond die je eigenlijk niet wil laten eindigen en dus nog maar een glas besteld. Zo’n avond die je in een klein doosje wil doen en voor altijd bewaren. Maar toen kwam de ochtend. De ochtend na een geweldige avond is altijd minder. Minder omdat je moe bent, minder omdat je hoofdpijn hebt, minder omdat je weer afscheid moet nemen, maar vooral minder omdat je weet dat het voorbij is. Die avond is nu een herinnering.
Ik duik mijn bed in en besluit er vooral voorlopig niet uit te komen. Vandaag mag het. Vandaag kan ik wel een dagje ziek zijn. Ik ben alleen thuis en dus mag ik wel ziek zijn. Geen verantwoordelijkheid, niemand waarvoor ik moet zorgen. Dus mag ik vandaag wel een dagje ziek zijn. Niet als ik er lang over nadenk want er is nog altijd het lijstje met dingen die nog gedaan moeten. Voor heel even schuif ik het lijstje opzij en kruip ik diep onder de wol en slaap. Maar al gauw draai ik alleen maar en gaan mijn gedachten weer alle kanten op…. Charmant snuit ik mijn neus in een stuk papier van de enorme rol op mijn nachtkastje en voel me ellendig. De warme douche brengt wat verlichting in mijn hoofd net als de paracetamol.
Dan lees ik de nieuwsberichten en stuit weer op de berichtjes over de schutter. “Wat bezielt mensen om zoiets te doen” denk ik. En met mij, zo te lezen, de rest van de wereld. Iedereen heeft er een mening over. Horen we het nu alleen meer of was het er altijd al? Vergroten we nu alles nog eens extra uit? Of was het vroeger echt beter? We willen zo graag met zijn allen de wereld verbeteren maar ondertussen doen we elkaar allemaal pijn. We verwachten achterlijk veel van ons zelf en van anderen. Alles moet perfect. Je moet en moet en moet. Iedereen is moe. Steeds meer mensen lijken niet gelukkig. En het wordt alsmaar sneller en sneller. Had de schutter daar ook last van? Kon hij het niet meer aan? Was hij boos? Boos op zijn vader en moeder? Of boos op zich zelf? Was hij jaloers? Jaloers op al die kinderen die nog zoveel toekomst hadden. Of wist hij het gewoon niet meer? Was het een schreeuw om aandacht. In elk geval was hij ziek. Ziek in zijn hoofd, maar waardoor?
Kunnen we het nog wel? Gewoon van elkaar houden? Elkaar wat gunnen? Blij zijn voor een ander? Vorig jaar hoorde ik over een prachtig initiatief. Gewoon om eens belangeloos iets voor een ander te doen. Dit jaar hoorde ik hoe de een de ander het licht niet in de ogen gunde en het prachtige initiatief een strijd van mensen onderling geworden was. Ineens ging het niet meer over het initiatief zelf en het zo maar simpel even een ander gelukkig maken, maar over wie de credits zou ontvangen. Boze berichten gingen over internet. Is dat dan waar het om gaat? Moeten mensen elkaar zoveel pijn doen. Oordelen op één dag of één daad? Kunnen we het nog wel, elkaar vergeven. En vooral onszelf vergeven. Hebben we er enig idee van als we de ander zoveel pijn doen? En kunnen we het dan nog echt goed maken en hoe?
Ooit was de schutter in Newton een baby in een wieg. Nog vol van liefde voor zijn vader en zijn moeder. Waar ging het fout? Wat is er in die jaren gebeurd. Wie heeft hem zoveel pijn gedaan dat hij zo kon eindigen? Was het in zijn babytijd? De klap van de scheiding van zijn ouders? Verkeerde vrienden? Werd hij gepest of was het genetisch bepaald? Maar vooral de vraag heeft niemand het zien aankomen. Zag niemand dan zijn verdriet? Of raasden we allemaal voorbij. Op zoek naar ons zelf. Rennend om maar aan alle verplichtingen te voldoen. Kunnen we het nog wel zien? Willen we het wel zien?
Mijn hoofd bonkt en mijn lijf doet zeer. Ik snotter rustig door. Het heerst. Ik hoop dat het snel over gaat. Maar nog meer hoop ik dat de puinhoop die we elkaar aandoen over gaat. Dat dat niet blijft heersen. Dat de wereld tot rust kan komen. Dat we weer oog hebben voor elkaar en dat we met een kopje soep en een dag goed slapen wat meer wonderen kunnen doen.