zaterdag 12 januari 2013

Lente in aantocht

Het is koud buiten. De krantenjongen loopt met dikke handschoenen, een sjaal en muts voorbij. Ik kijk naar buiten en besluit vandaag lekker binnen te blijven. Ik loop naar het fornuis en kook water voor thee. Als de thee klaar is en ik de haard aan gedaan heb, nestel ik me achter de computer. Heerlijk weer om te schrijven.

De kinderen vermaken zich prima met de nieuwste games op een apparaat waarvan ik de naam ken, maar ook niets meer. Gisteravond vertelde ze onder het eten hoe geweldig het apparaat er uit zag. Enthousiast hoorde ik de verhalen over een klepje dat vervangen was door een schuifje. Ik probeerde nog op de juiste momenten te knikken maar ik denk niet dat ik echt geloofwaardig overkwam. Ik heb er niets mee met die speldingen. De Wii dat snap ik dan nog wel maar verder is elke spelcomputer mij vreemd. En dat is misschien maar goed ook.
Ik ruik hoe de kamer zich vult met een heerlijke wierookgeur en ik staar naar buiten. Zoals altijd zitten er zoveel onderwerpen in mijn hoofd maar op dit moment komt niets naar boven drijven. Dan maar niet denk ik en schenk een kop thee in. Mijn ogen dwalen weer af naar buiten. Ik weet dat het koud is buiten maar zo met het doorkomende zonnetje lijkt het meer op voorjaar. Ik verlang al weer naar de zon en het voorjaar. De bloemen die breekbaar doorkomen en laten zien dat de winter weer bijna voorbij is. De vogels die fluiten en bomen die weer groene blaadjes krijgen. Die eerste tere tekenen dat de lente weer in aantocht is. Het zonnetje nog twijfelend. Maar als je buiten loopt ruikt je het voorjaar. En je voelt het vooral in heel je lijf.
Als ik het raam op een kier zet, hoor ik de geluiden van buiten langzaam naar binnen dringen. Bij de achterburen is blijkbaar een feestje. Ik hoor de kinderen buitenspelen. Het is koud maar toch lijkt alles te twijfelen. Binnen is het huis net zo in tweestrijd. Op de grote tafel staat een boeket met amarillissen. De rode symboliseren voor mij de kerst, de witten geven zacht toe dat kerst voorbij is en ze ook wel naar de lente verlangen. Op de andere tafel staat een bos met tulpen. Ze knikken me lief toe. De lente is in gang gezet, er zijn tulpen in mijn huis gedrongen. Een stukje verderop lachen op het aanrecht de narcisjes me toe. Bollen heb ik in huis gehaald toen de kerstboom er uit zou gaan. De hyacint op het kleine tafeltje toont is nog niet overtuigt maar toont toch al wel een klein beetje roze. De geur houdt ze nog even geheim.
De weerkaart toont dan misschien winter met cijfers beneden nul. Vriezen gaat het de komende dagen, in de nacht maar ook overdag zal het kwik niet boven het vriespunt gaan komen. Ik wil het wel geloven, ik zal wel moeten. Maar in mijn hoofd is de lente al begonnen. Een dikke maillot maar ook een zacht lenteblauw vestje heb ik vanmorgen uit de kast getrokken. Is het mijn verlangen naar de zon? Of is het ‘t verlangen naar alles wat bij de lente hoort. De vogels, de bloemen, het lichte gevoel van geluk. Ik weet het niet.
Het is koud buiten. De krantenjongen loopt met dikke handschoenen, een sjaal en muts voorbij. En ik? Ik kijk naar buiten en besluit dat vandaag de lente begint.