vrijdag 10 april 2015

Op het scheepje van je leven

Op het scheepje van je leven,
ben je kapitein naast God.
Om de juiste koers te varen,
langs de klippen van het lot.
Ik wens je dus bij dag en nacht,
behouden vaart en goede wacht.

Ze schreef het in mijn poëzie album toen ik een jaar of 7 a 8 was. Gisteren had ik haar aan de telefoon en verzekerde ze mij dat het echt goed zou komen. Ik knikte wat ze aan de telefoon natuurlijk helemaal niet kon zien. Ik zou haar zo graag geloven. Net als toen ik, de voor toen nog veel te moeilijke tekst, in het kleine oranje boekje las.

Ik had haar niet ge-e-maild, niet gebeld of ge-sms’t,  maar wel aan haar gedacht. Ik wilde nog even uitstellen. Uitstellen… ‘in de hoop op’ of ‘tegen beter weten in’. Ik weet het niet eens. Maar de gedachte was blijkbaar genoeg en dus belde zij mij. Om een andere reden, dat wel. Maar toch… Heel even hoopte ik nog dat ze niet zou vragen hoe het met me was. Alsof ze dat niet zou doen, ik moet toch beter weten. De hoop was vooral omdat ik weet dat ik me ten opzichte van haar niet groot kan houden. Iets verbergen is onmogelijk. En waarom zou ik eigenlijk ook. Ze leeft al mijn hele leven met mij mee.

En meestal geeft ze goed advies. Maar hierin is dat wel lastig. Hierin ben ik helaas de ‘ervaringsdeskundige’ zoals iemand vorige week nog grapte. Nu lijkt de grap nog zuurder dan toen. Ik hoop ook echt uit de grond van mijn hart, dat zij de ervaring nooit krijgt. Want hoe meer ervaring hoe minder je durft te vertrouwen in deze. En is dat niet de helft van de truc? Er onbekommerd instappen. Het meest ironische is nog wel dat het anderen dan blijkbaar weer aantrekt. En ik weet niet of ik daar nu wel of niet op zit te wachten. 
'Op terrasjes zullen we muntthee drinken...'

Op het scheepje van je leven… Vanmorgen moest ik ineens aan het gedichtje denken. Ik zie zelfs het poëzie plaatje van het bootje dat er bij geplakt was nog voor me. Het heeft iets weg van het gedicht ‘de voetstappen’. Alleen werd ik deze keer niet gedragen maar is er waarschijnlijk met me meegevaren of gezwommen. Wie zal het zeggen. En terwijl ik het denk, besluit ik dat ik de metaforen van de berg en het scheepje misschien maar eens moet laten varen. De berg past niet bij mij want ik heb hoogtevrees. Hoe kun je nu met een goed gevoel de berg op gaan als je ondertussen al je spieren voelt spannen van angst. En met het bootje is het al net zo. Ik vind het heerlijk om te zeilen, zelfs als de boot zo schuin gaat dat je het gevoel hebt te staan in plaats van te zitten. Maar te vaak ben ik op een boot bij ‘verkeerde’ stroming ziek geweest en het gevoel gehad dat ik er groen en geel weer vanaf kwam.

Mijn metafoor wordt de wandeling. Langs het strand en door de duinen. Door weiden en dorpjes. Met mijn blote voeten door het zand of het gras. Met mijn haren in de wind en de zon op mijn gezicht. En dan zal ik lopen, hand in hand en soms achter elkaar. Prachtige uitzichten zullen we tegen komen. Op terrasjes zullen we muntthee drinken en overnachten in hotelletjes en op campings. We zullen neerploffen op het strand of spetteren in de branding. We zullen bloemen plukken in de velden en op alle plekken van Nederland de zon op zien komen en weer ondergaan.