dinsdag 25 september 2012

De berg

Ooit stond ik ook op een berg, maar dat was toen ik klein was. Bergen zijn mooi maar niet voor mij. Bergen zijn namelijk hoog en ik heb hoogtevrees.

Toch ging ik de bergen op. Met de auto, in een bus, lopend en zelfs op een ezel. Die laatste voerde mij langs afgronden. Doodsangsten heb ik uitgestaan op bergen. Bussen draaien zo dat het lijkt alsof je boven de afgrond zweeft. Klam zweet stond vaak in mijn handen en op mijn voorhoofd. Tranen heb ik gehuild op een berg waar we met een jeep moesten keren. Maar dat was in de tijd dat ik wist dat ik zo nooit boven zou komen.
Ik ben bang te verliezen. Dat is me duidelijk. Het ging beter, ik kon het loslaten dacht ik. Dit weekend spraken we over de toekomst. Misschien noodgedwongen stappen maar ergens voelde die zo goed. Snel, te snel? Waarschijnlijk veel te snel. Maar toch voelde ze fijn, prettig. Ik heb geklommen, jaren ben ik een berg opgeklommen waarbij ik nooit boven zou komen. Ik zou nooit boven komen omdat de berg die ik wilde beklimmen de weg al afgezet had. De top was niet bereikbaar. Ooit had daar  iemand op de top gestaan en de berg had besloten dat dat nooit meer zou gebeuren. Achteraf gezien was het ook niet mijn berg. Ik stond aan de voet van de verkeerde berg. Als ik moet kiezen tussen bergen en zee, kies ik voor zee. De zee begrijp ik. De golven kalmeren, inspireren. Bergen geven het idee dat je er toch nooit komt. En daarbij heb ik hoogtevrees. Wat moet ik dus op een berg.
Maar nu heb ik een nieuwe berg gevonden. Een mooie berg. Zomaar ineens zag ik die berg. Vanaf de grond lijkt de top hoog maar prachtig. Het is een berg met ook hobbelige paden. Maar de weg is niet afgesloten. Er staan nog wel veel obstakels op de weg  en er is geen recht pad naar de top. Ergens zweven er ook mensen op of rond die top. Ik weet niet of één ervan nog boven is of onderweg naar beneden. Ik weet niet of die ooit echt naar beneden gaat maar de weg is tot zover niet afgesloten. Ik vraag me af of ik het aandurf. Te klimmen op die berg. Te gaan naar de top. Kan ik mijn hoogtevrees, mijn angsten overwinnen?
Ik heb jarenlang gezworven, ergens in een dal rondgelopen genoten van het dal maar af en toe keek ik naar de bergen. Dan wilde ik dat ook. Dan wilde ik naar boven. Op de top staan. Dan vroeg ik mij af hoe het zou zijn daar boven op die berg. Zou ik het halen? Zou ik overwinning voelen? Zou ik kunnen genieten van het boven zijn, genieten van het uitzicht? Zou ik me daar veilig voelen? Altijd was er de angst maar nu wil ik zo graag weer klimmen. Zou deze berg mij beschermen? Zou deze berg mij opvangen als ik lijk uit te glijden, als ik struikel of als de angst van het diepe mij overvalt? Is deze berg de juiste berg, is deze berg de berg die ik ga beklimmen? Of zie ik na deze berg pas de echte berg?
Ik kijk naar buiten en neem een besluit. De volgende vakantie ga ik de berg op. Symbolisch ga ik klimmen. Lopen, omhoog. Angsten overwinnen en zien wat bergen mij gaan brengen…