zondag 30 september 2012

De tijd vliegt

Een kop groter dan ik en een bos donker haar. Een neus die krult als hij lacht. Handen als kolenschoppen zou mijn oma zeggen en met zijn schoenmaat 47 staat hij stevig op de grond. Een eigen mening maar wel zo af en toe de mijne nog even nodig. Morgen wordt hij 16 jaar. En ik ben trots op hem.

De hond hing al de hele dag om mij heen te draaien. De kapster kwam in de avond en een vriend zei simpel toen hij naar de hond keek: “dat duurt niet lang meer”. Hij kreeg gelijk. Die nacht om 4 uur begon het. Rond 6 uur moest ik echt nog de laatste schilderijtjes inlijsten en gelukkig was zijn vader zo slim gewoon gedwee mee te werken. Om 7 uur ging hij richting werk om die “verjaardag mailing” van ons bedrijf maar even stop te zetten. Waarschijnlijk hadden we wel wat anders te doen die dag dan orders schrijven. Dat het een jongen was voelde ik al lang maar om 11.05 uur was hij daar dan, mijn zoon.
De tijd vliegt, maar veel momenten staan in mijn geheugen gegrift. Ik kan me nog zo goed die eerste nachten herinneren, hij en ik samen in het grote bed. Alles stil en buiten zo donker. De tijd stond stil en ik wist dat die momenten uniek waren, dat ik die moest opzuigen en dat ze nooit meer terug zouden komen. De angst toen hij na 7 dagen naar het ziekenhuis moest omdat zijn voetje niet goed stond en de opluchting toen hij zonder gips weer thuis was. Elke moeder zal ze herkennen.
De laatste tijd denk ik er steeds vaker over na hoe gelukkig ik ben dat ik kinderen heb en ook nog eens gezonde kinderen. Voor sommige zo gewoon maar zo gewoon is het niet. Het wonder van de geboorte is zo uniek. Zoveel aspecten bij elkaar, het nieuwe leven en de hoop dat je het als ouder dan maar goed zult doen met de wetenschap dat je zovele fouten zult maken.
Maar elk jaar denk ik terug. Als vanzelf, aan de afgelopen jaren. Aan hoe hij in zijn kinderstoel zijn koekjes deelde met de hond. Hapje voor jou, hapje voor mij. De hond en hij, twee handen op een buik. Als ze beide stonden was hij even hoog maar wel de baas. En hoe groot zijn verdriet toen de hond overleed. Ik denk terug aan de dag dat ik hem aan het zoeken was bij de kinderboerderij en hij nog geen twee turven hoog de geitjes stond te aaien. Over het verdriet als ik hem naar de crèche bracht en hij hartverscheurend bleef huilen. En aan zijn eerste vriendinnetje die vertederend zijn naam zei als ze het zonnetje van de teletubbies hoorde lachen.  Aan de tijd dat hij 2,5 jaar was en dromerig verliefd vertelde dat hij haar zo miste.
Ik denk terug aan de foto momenten. Aan zijn reacties toen hij een broertje en later nog een zusje kreeg. Ik denk terug aan zijn tekeningen die een eigen verhaal vertellen. Zijn verhaal. Aan zijn droge opmerkingen en zijn kinderlijkewijsheid. Aan zijn denkbeeldige vriendje die alles wist en aan de afscheid van de basisschool. 
Met vallen en opstaan hebben we elkaar leren kennen. Een sterke band hebben we, altijd gehad en waarschijnlijk zullen we die altijd houden. Niet te beschrijven, niet te omschrijven. Een blik is genoeg. Weten wat we aan elkaar hebben. Maar vandaag kijk ik terug want morgen wordt hij 16 jaar. Een kop groter dan ik en een bos donker haar. Een neus die krult als hij lacht. Groot is hij maar lief zegt hij: “truste mammie” als hij naar bed gaat. Morgen wordt hij 16 jaar. En ik, ik ben zo trots op hem.