vrijdag 28 september 2012

Want iedereen verdient een morgen, een morgen om weer naar huis te gaan

Naar huis, over een uurtje moet ik echt thuis zijn bedenk ik mij terwijl ik op mijn horloge kijk. Half 3, om vier uur heeft mijn dochter een afspraak bij de kapper en ik heb nog wel het een en ander te doen. Maar voor nu zit ik op de bij een bank in Lelystad en wacht ik geduldig tot alle papieren geregeld zijn. Ongemerkt kijk ik om me heen en vraag me af wie er ook allemaal mee te maken heeft…..

“Nee, niet in mijn familie” dacht ik de eerste keer toen ik de vraag hoorde, “maar in mijn directe omgeving helaas meer dan me lief is”. Wil iedereen die te maken heeft of heeft gehad met kanker opstaan, was de vraag van Wethouder Meta Jacobs. Ik was bij een bijeenkomst waar een groep kinderen had besloten om mee te fietsen tegen kanker.
Niet bij mijn ouders of familieleden. Hoewel mijn opa is aan leukemie gestorven maar dat was voor ik geboren was. En de broer van mijn vader maar dat was helemaal van voor mijn tijd. Wel in mijn directe omgeving. Mijn overbuurman toen ik nog heel jong was. Vaak ben ik bij zijn vrouw gaan theedrinken om de leegte wat draaglijker te maken. De andere overbuurman, 25 was hij met een gezin met jonge kinderen. Als hij ouder was geweest had hij nog langer kunnen leven vanwege de celdeling. Hoe krom kan het leven zijn. De juf op school waar ik zo veel contact mee had, de moeder van een jongetje bij ons op de vereniging, de vader van een vriendinnetje van mijn dochter. De beste vriendin van mijn schoonzus, haar broer en nu ook zijn vrouw. De vrouw van een goede vriend van mijn moeder en toen zij genezen was, overleed hij binnen een half jaar aan dezelfde ziekte. De kleinzoon van de opa en oma op de camping die nu aan het vechten is. En dat is echt nog niet iedereen.
Zoveel mensen en nooit had ik er aan gedacht. Tot hij me vroeg of ik donderdagochtend bij de eerste vergadering kon zijn. “Vergadering? “ zei ik, “waarvan?” Een aparte manier van vragen of ik in het nieuwe bestuur van KWF afdeling Lelystad wilde plaatsnemen. Even moest ik er over nadenken, had ik genoeg tijd want als je iets doet, moet je het goed doen is mijn motto. Het enthousiasme van de 2 mannen werkte aanstekelijk. En inmiddels zijn er al heel wat plannen over tafel gegaan. Niet zomaar loze beloftes maar plannen met inhoud. Het doet me goed, eindelijk kan ook ik mijn steentje bijdragen. Vorige week was de collecteweek en liepen heel wat mensen deur aan deur voor een bijdrage aan het KWF. Ieder met een eigen verhaal waarom ze zich willen inzetten. Samen zijn we sterk. Onze jongste vrijwilliger is een meisje van 8 jaar. Alleen lopen mag ze niet, dat is niet veilig. Maar haar motivatie om te lopen is zo sterk. Haar vader is overleden aan kanker en dus loopt haar moeder met haar mee. Ze snapt er niets van dat er ook nog mensen zijn die niets willen geven. Voor haar is dat zo ondenkbaar.
Inmiddels zijn alle collectebussen ingeleverd en voor ons als bestuur betekent dat bijna de laatste fase van de collecte. Het was even wennen dit jaar, alles was nieuw maar samen komen we er uit. De opbrengst is iets lager dan die van vorig jaar maar met de 19.000 euro die we nu kunnen tellen zijn we erg blij. We ruimen de spullen weer op, plannen een nieuwe datum om bij een te komen en  nemen allemaal wat lege bussen mee voor evt. verjaardagen, bruiloften, evenementen. Ook die mogelijkheden willen we promoten. Alleen de collecteweek is niet genoeg.
Hier zit ik dan, naast een koffer en een stuk of tien lege collectebussen van het KWF. Op en bankje bij het kantoor van de bank wacht ik geduldig tot mijn medebestuursleden de papieren hebben afgehandeld. Onverwacht maakt hij een foto van mij. Het lijkt alsof ik wacht om op reis te gaan. En onverwachts heeft die foto meer lading dan onze bedoeling is. Wij strijden samen met vele andere vrijwilligers voor mensen met kanker. Mensen die graag nog de reis van het leven willen afmaken maar waarvan zomaar opeens hun reis een andere kant op gaat een andere bestemming heeft gekregen. Daar op het bankje hoop ik dat onze hulp kan bijdragen aan het feit dat iedereen een morgen verdient. Daar op het bankje hoop ik dat met deze bijdrage velen hun nieuwe bestemming voorlopig nog niet bereiken maar terug kunnen keren naar huis. Naar hun man, vrouw, kinderen, iedereen die ze lief is. Want iedereen verdient een morgen, een morgen om weer naar huis te gaan.