donderdag 13 september 2012

Drie of vier....

Ze zitten tegenover elkaar aan tafel en eten. De grilplaat staan tussen hen in. Stukjes vis liggen net als wat groente te bakken en de glazen zijn gevuld met bier. Ontspannen leunt ze achterover. ”Zaterdag of zondag?” vraagt ze. “Zondag” antwoord hij. Ze doen een spelletje waarbij de één twee woorden of stellingen noemt en de ander er één moet kiezen. “Drie of vier?” zegt hij dan. Ze kijkt hem vragend aan. “Kinderen” vult hij aan. Ze zwijgt en denkt diep na.
Zo heel erg lang kent ze hem nog niet maar de tijd lijkt stil te staan, ergens tussen hen in te zweven, verteld ze. We zitten in Amsterdam op een terras en praten over wat haar allemaal bezig houdt. Eigenlijk hebben we elkaar iets te lang niet gezien, maar zo lijkt het altijd als we afspreken. Te lang niet gezien en toch alsof we gisteren nog bij elkaar zaten. Onze vriendschap duurt al jaren en we voelen ons helemaal op ons gemak bij elkaar. “Zo is het dus ook met hem” zegt ze. “Eindelijk, eindelijk na zoveel jaren kan ik weer helemaal mezelf zijn. Net als bij jou”, vult ze aan. “Ik vraag me niet af of hij me wel leuk vind als mijn haar raar zit en ik een bril op mijn neus heb in plaats van mijn lenzen in. Het maakt allemaal niet uit.” Ik kijk naar haar, ze straalt.
Ze verteld over hoe ze hem ontmoet heeft en wat hen beide bezig houdt. Ze heeft een heftige tijd achter de rug. Dat weet ik, dat heb ik van dichtbij mee kunnen maken. Maar hij dus ook als ik de verhalen zo hoor. “Oh meisje waar begin je aan” spookt het door mijn hoofd. Dan zie ik haar stralen en vol liefde vertellen. Zijn verleden krijgt stukje bij beetje al een plekje bij haar. Ze ontwijkt de moeilijke dingen niet. Alles van hem neemt ze mee. “Het hoort bij hem en dus ook bij mij als we samen verder willen”, vindt ze. Ze neemt haar tijd, denkt er over na maar ook weer niet al te veel. En ik zie haar vooral weer leven. Eindelijk weer echt leven.
Ooit zaten we samen bij een tarot legster en kwam haar kinderwens ter sprake. Ik was verbaasd, wist dat niet van haar. Zij had het diep weggestopt. Het was op dat moment in haar leven niet mogelijk. Er over nadenken had geen zin.  Nu praat ze er over hoe ze daar weer over nadenkt. Wil ze dat en is dat verstandig. Ze was nog aan het nadenken over zijn vraag “Latten of samenwonen?” en ze was even uit het veld geslagen toen hij deze vraag zo direct aan haar stelde. Want het was niet zomaar een vraag. Het antwoord was niet zomaar in een opwelling te geven. Het was niet eens drie of vier maar vier of vijf. Ze hoefde het niet hard op te zeggen want hij wist hoe ze dat voelde.  Ze verteld over hoe gezellig het weekend was geweest. Hoe ze er tegen op had gezien om naar zijn huis te gaan terwijl ze hem zo graag ook in zijn omgeving wilde meemaken. Hoe ze die ochtend had uitgesteld en maar allerhande klusjes had gedaan bij haar thuis voor ze eindelijk eens in de auto kon stappen om naar hem toe te gaan. En dat terwijl ze zo graag bij hem wilde zijn. Haar spanning was gelukkig snel gezakt en ze hadden de hele middag genoten van wandelen, neerstrijken op terrasjes en veel praten. Het zonnetje had geschenen en meerdere malen had ze gezegd dat het heerlijk was, zelfs een beetje vakantiestemming.
We bestellen nog een drankje en praten verder. Over het heden, het verleden, de kinderen, het werk. Over haar, over mij en over alles wat ons bezig houdt. De rode draad is duidelijk haar nieuwe relatie. Het heeft haar leven op zijn kop gezet en tegelijk zo simpel op orde gebracht. De zon schijnt weer harder, ze voelt dat er weer van haar gehouden wordt. Niet zoals de liefde van haar kinderen voor haar als moeder maar van haar als vrouw. Hoe ze haar angst kan loslaten en kan genieten van het moment. Ze verteld over de vakantie hoe ze die gecombineerd hebben met zijn werk en elkaar zoveel mogelijk zien. En ze verteld over het weekend dat ze bij hem was in plaats van hij bij haar. Dan dwaalt haar blik af. Ze denkt terug en verteld. Verteld over de avond, over de stellingen aan tafel. Haar gedachten dwalen verder naar de avond toen ze bij hem in bed lag en de kat bij haar kwam liggen. Ze waren die dag dikke vrienden geworden en zij genoot van deze kat die met zijn kleine lijf zich heerlijk tegen haar aan kronkelde en aan het spinnen was. Ze aaide hem gedachteloos, genietend. En toen keek ze opzij. Zag hem daar naast haar en de kat tussen hen in. Een gelukzalig gevoel van lang geleden overviel haar. Ze voelde een brok in haar keel, slikte de opkomende tranen weg en keek hem aan. “Vier” zei ze toen “en samenwonen!”