dinsdag 11 september 2012

Herinneringen

Het regent. De ramen zijn beslagen en je hoort het geluid van het tikken van de druppels tegen de ruit. Er hangt een vochtige natte lucht binnen en er is veel rumoer. Het geluid vult haar hoofd. De vochtige lucht haar longen. Ze kijkt naar buiten en zwaait. Zwaait naar een van de mensen die daar buiten voor het raam staan met paraplu’s. Haar lippen maken woorden die geen geluid maken. “Dag mama. Dag. Tot strakjes. Vergeet je me niet?”
Soms ziet ze het nog steeds als het regent. De lucht, het geluid. Ze weet niet wat het is maar dan ineens ziet ze het weer. Het klaslokaal van toen ze 4 jaar oud was. Ze was heel verlegen en vond het eng op school. De meeste tijd had ze de rok van de juf vast. Dat was veilig. Zo ook de geur, de lucht en het geluid als het regende. Dan voelde ze zich warm en veilig daar binnen in het klas lokaal waar iedereen druk door elkaar heen liep. Ze hoorde blokken vallen, kinderen praten en lachen en zag de juf door de klas kijken en buiten, buiten zwaaiden de moeders in de regen achter de beslagen ruiten.  
Herinneringen, visioenen uit het verleden. Mooie momenten, verdrietige momenten, momenten die soms je leven beheersen. Beelden uit je jeugd die langzaam aan veranderen. De tuin die zo groot leek, de springplank in het zwembad zo hoog. Je kijkt er anders tegenaan nu. Ik vraag haar naar haar herinneringen. Heb haar verteld dat ik er over wil schrijven. Ze verteld me haar jeugd. Losse flarden. "Wat zie je soms nog voor je?" vraag ik dan. Ik zie een glimlach over haar gezicht verschijnen. “Mijn oma” zegt ze “zoals die door 't huis heen kon dansen. En mijn vader...... op de grote stoel, met zijn duim en wijsvinger over elkaar heen wrijvend. De straat ook, het hoekje waar we stoeprandje butsen deden en verstoppertje”. Haar gedachten zweven weg.

Maar het zijn niet alleen de gelukkige momenten. Ooit had ze nachtmerries over de bosjes waar ze een paadje gemaakt hadden om binnendoor naar school te lopen. Ze had daar haar kleuterschooljaren doorgebracht maar ook de jaren in de 1e en 2e klas zoals je dat toen nog noemde. In de 3e was ze van de dependance naar de hoofdlocatie gegaan. Ze had zich lang een buitenstaander gevoeld. Ke kende het gebouw niet en kwam met nog een paar kinderen in een nieuwe klas. De verlegenheid speelde haar weer parten. En dus probeerde ze onzichtbaar te zijn.  
En toen hoorde ze dat ze in groep 5 weer terug zou gaan naar de dependance. Heerlijk vond ze het maar toch ergens ook weer eng. Toen waren ze begonnen; de nachtmerries. In haar slaap zag ze zich op het voetgangers pad in lopen met aan de linkerkant de bosjes en rechts het bejaarden tehuis. Daar waar ze binnendoor de bosjes in liep was het donker geweest. Niet zoals ze zich herinnerde. En toen ze drie stappen gedaan had waren er lijken omhoog gekomen. Zomaar op eens. Ze had hard gegild en was weg gerend maar het lopen lukte niet, de botten hielden haar vasten de schedels grijnsde haar toe en lachte een holle lach. Ze gilde weer en toen…. toen  was haar moeder gekomen. Ze lag naast haar bed, het was een droom geweest. Een nachtmerrie.
De dag daarna moest ze naar school. Met het lood in haar schoenen en zweet in haar handen liep ze de straten door. Oversteken, linksaf, rechtdoor, weer links en toen rechtsaf het pad op. Aan de rechterkant het bejaarden tehuis aan de linker kant de bosjes. Haar hart klopte in haar keel. Ze durfde amper adem te halen. Nog een paar meter en daar zou ze linksaf over het pad door de bosjes kunnen lopen of zou ze laf rechtdoor gaan tot de normale ingang. Nee ze moest het proberen. Nog drie stappen en toen zag ze dat de herinnering verdwenen was. Er was geen pad meer. Verbaasd en verslagen keek ze om zich heen. Had ze zicht vergist in het aantal stappen vanaf de weg. Maar nee. Het paadje was verdwenen, de bosjes waren dicht gegroeid. Enigszins opgelucht haalde ze adem en liep door.

Om kwart voor elf stond ze op het schoolplein. Ze keek naar de de houten gebouwen, haar kleuterschool. Daar had ze gezeten. Alles was nog hetzelfde behalve dat vandaag de zon scheen. Rechts waar de oude gebouwen hadden gestaan met 4 treden voor je naar binnen kon, stonden nu huizen. Stiekem liep ze iets meer richting de bosjes. Zou het pad er vanaf deze kant nog zijn. Ze zag een inham, een half pad gaapte haar aan. Zou ze…… ze keek rond. Zag iemand haar. Ze tuurde in de duisternis… toen zag ze de beelden van die nacht weer voor zich. Ze wilde zo graag maar durfde niet. En de beelden bleven, net zoals de beelden van het warme vochtige kleuterlokaal voor altijd herinneringen.