maandag 12 november 2012

Kon ik je maar even vasthouden

Soms zou ik willen dat je hier was en ik je even vast kon houden. Even je gezicht kon zien, je armen om me heen. Even bij je huilen. Even met je lachen. Je bent er altijd in mijn hart, maar je bent ook zo ver weg. Mijn lieve lieve verre vriendin.

Ik ken haar heel mijn leven, tenminste zo lijkt het. Het is niet zo, maar lang ken ik haar al wel. We waren nog geen twintig toen we collega’s werden. We hebben heel wat gelachen samen en heel wat gehuild. We gingen beide samenwonen en waren wat jaren later weer beide alleen. We waren er voor elkaar in gelukkige momenten en in verdriet. Ik maakte me zorgen toen zij op vakantie was en er van alles in haar buurt gebeurde. Zij hielp me en nam mijn taak binnen ons bedrijf over in de laatste zwangerschapsweken van mijn zoon, zodat ik wat meer rust kreeg, vooral in mijn hoofd.
 
En toen zag ze hem. Ze was gelukkig en ik was blij voor haar. Tegelijk betekende het dat ze weg ging. Niet uit mijn leven maar wel uit mijn directe gezichtsveld. Ik gaf haar iets ouds, iets blauws en zei dat ik het terug wilde hebben. Want zo hoort het. Ooit zou zij daar trouwen en op die dag wilde ik een stukje bij haar zijn. Dat trouwen liep anders dan gepland vanwege vergunningen en al het gedoe. Maar ik was in het kleine armbandje heel dicht bij haar. Tig herinneringen kan ik aan haar oplepelen. En allemaal even mooi. Ze is een creatieve ziel en altijd druk. Ze heeft standaard te weinig tijd voor alles wat nog zo graag zou willen. Dat herken ik. In dat opzicht lijken we op elkaar. Dat maakt onze vriendschap zo mooi. Ik kijk tegen haar op en zij tegen mij. We respecteren elkaar in alles wat we zijn. Bij haar is het thuiskomen.

Ze heeft het niet makkelijk gehad. Nooit eigenlijk en nu nog niet. Misschien is dat waarom we elkaar zo goed begrijpen. Uren hebben we aan de telefoon gezeten. Zij in Amerika en ik hier in Nederland. Elkaar weer terughalen en de waarde van het zijn laten inzien. Dat kunnen we. Zonder oordeel, zonder advies. Een speciale vriendschap, een zo bijzondere band. Soms duurt het wat langer en dan hebben we dagen of weken intensief contact. Altijd weten we elkaar weer te vinden. Altijd zullen we er voor elkaar zijn.

Mijn god wat mis ik haar. Vandaag kreeg ik een e-mail. Kort maar met genoeg woorden. De tranen stromen over mijn wangen. Ik mis tegen haar aanpraten. Bij haar zijn. Ik zou er heel wat voor over hebben om nu naar haar toe te kunnen maar het kan niet. Teveel water tussen ons. Ik kan niet zomaar weg, zeker nu niet. Heb verantwoordelijkheden, werk en kinderen en daarbij zeker geen geld voor een ticket. Maar mijn god wat zou ik graag even bij haar zijn.

Een paar jaar geleden schreef ik haar "Kon ik nu maar even bij je zijn, een kop koffie of een wijntje met je drinken". Zomaar uit het niets. Zonder aanleiding of wat dan ook. Even later schreef ze me terug "dat kan". Eerst begreep ik het niet, daarna werd me duidelijk dat zij op het moment dat ik het schreef aan het inpakken was. Niemand wist van haar korte reis naar Nederland maar de band tussen ons maakte dat ik het voelde. Twee dagen later zaten we bij elkaar. Een hele avond hadden we samen. Ik bleef slapen en samen zaten we nog even aan het ontbijt. "Qualitiy time" zegt ze dan. Dat is belangrijker dan zoveel tijd samen. Ze heeft gelijk. We halen dan alles eruit wat er in zit. Alleen, zij en ik alleen. Praten, praten, praten. Niet over koetjes en kalfjes maar over de dingen waar het echt om gaat. Dat kan, wij kunnen dat. Direct diep naar binnen. Open zijn voor elkaar.

Ik mis haar nu meer dan ooit. Als ik mijn lijstje met taken voor vandaag schrijf en zie dat het echt nooit in deze dag gaat passen, stop ik. Ik besluit te schrijven. Naar haar. Over haar. Bij elk woord dat ik typ vallen er meer tranen op mijn papier. Dan stop ik en besluit. Onder aan mijn lijst zet ik "lange e-mail naar Veronique" en daarachter "Skype in orde maken". Beide krijgen een grote A zoals ik dat laatst van iemand geleerd heb. Fuck het lijstje. Alles moet. Maar dit heb ik nodig. Nu nodig.