donderdag 27 september 2012

Ogen

“Nee joh”, denkt ze als hij zegt dat ze zulke mooie blauwe ogen heeft. Maar net op tijd houdt ze haar commentaar in want laatst zei iemand anders het ook al. Blauwe ogen, ze moet er even aan wennen. Voor haar gevoel zijn ze toch echt groen.

Als ze er later over nadenkt moet ze er om lachen en toch schiet het meteen weer door haar hoofd “haar ogen zijn niet blauw”.  Gek dat iedereen dat de laatste tijd zegt. “Misschien”, denkt ze “is ze de laatste tijd weinig boos geweest. Haar moeder vond namelijk altijd dat ze kattenogen had als ze boos was. En die zijn toch echt groen.” Vroeger kon haar moeder haar met haar ogen het zwijgen opleggen. En niet alleen haar maar ook haar broers. Nu merkt ze dat zij ook met haar ogen verhalen kan vertellen. Als ze boos is lijken haar ogen vuur te schieten. En als ze wil dat haar kinderen iets doen hoeft ze inderdaad alleen maar te kijken……
Inmiddels begint ze te twijfelen of het goed is of niet. Makkelijk is het wel….dat wel. Vroeger wilde ze zo graag bruine ogen hebben. Bruine ogen waren in haar optiek zo mooi. Maar bruine ogen heeft ze zeker niet. Als ze nu haar ogen moet omschrijven zijn ze blauw/groen. Een soort van zee kleur. En dat is wel weer mooi. Want met de zee heeft ze een bijzondere band. De zee daar kan ze in verdrinken en weer boven komen. De zee lost haar problemen op.
Ooit lag ze bij de tandarts in de stoel. Ze was een jaar of 16 misschien wat ouder. “Ben jij nooit gevraagd voor reclamespotjes?” vroeg hij. En heel even, echt heel even dacht ze dat hij het over haar tanden had. Moeilijk schudde ze van nee. “Pff je hebt zulke mooie ogen” zei hij. Ze wist niet wat ze er van denken moest, en dus dacht ze maar niets. Maar tot op vandaag kan ze het zich nog herinneren.
Ogen, zelf heeft ze er iets mee. Ze valt op ogen. Niet op kleur maar op de uitdrukking van ogen. Ze vertellen haar een verhaal. Ze doorziet zoveel in ogen. En misschien komt dat wel omdat haar ogen altijd een verhaal vertellen. Haar ogen liegen nooit. Je ziet in haar ogen wanneer ze boos is, wanneer ze gelukkig is. Wanneer ze verdrietig is en wanneer ze twijfelt. Als je haar kent, lees je alles in haar ogen. En dus leest zij ook de ogen van de ander. Altijd. Onbewust.
Kleur kan ze je niet vertellen, alleen van haar eigen ogen maar ook die zien de andere dus heel anders. In haar optiek zijn haar ogen niet zomaar blauw. Maar ach, wat doet kleur ertoe? De ogen zijn de ziel van de mens las ze ooit. En zo voelt zij dat. “Als je me vraagt hoe het met me gaat en ik zeg goed. Kijk me dan eens echt in de ogen,”  zei een bijzondere vrouw laatst. En ze besefte hoe waar het is. Ogen liegen niet. Nooit.
Vorig jaar kwam de iemand tegen waarvan ze van de verte de ogen zag. De vrouw trok haar met haar ogen. En toen deze vrouw eenmaal bij haar aan tafel zat, zei ze dat wat ze nooit verwacht had;  “zo nu even een gesprek met de vrouw met wiens ogen me direct aantrokken toen ik binnen kwam” Even was ze verbaasd, uit het veld geslagen. Deden haar ogen dat? Haar ogen? Wauw!
“Zeegroen” denkt ze. En als ik boos ben wat groener. Als ik iets blauws draag, wat blauwer. Voor de gene die me kennen vertellen ze een verhaal. Wanneer ik moe ben, wanneer niet. Wanneer ik gelukkig ben, verdrietig etc.  Maar als ze weer hoort dat ze zulke mooie blauwe ogen heeft, zal ze proberen om niet meer als eerste “nee joh” te denken.