vrijdag 28 september 2012

Mijn "Muze"

Ik kijk naar een foto en vraag me af waar hij heen loopt. Voor hem een lang pad dat in het niets lijkt te verdwijnen. Naast hem de vaart. Hij is een hond. Hij is alleen. “Op weg naar….” staat er bij geschreven. Op weg waar naar toe?

Als ik de foto zie voel ik de vele antwoorden die in me opkomen. Op weg naar huis denk ik als eerste en direct moet ik denken aan de column die ik schreef net na de collecteweek van KWF. Naar huis, niet iedereen heeft het geluk naar een huis te kunnen gaan. Hoe vreselijk wordt je weg soms zomaar anders bepaald en leg je een reis af naar een bestemming die je nog niet voor ogen had. Op weg naar het einde, confronterend en hard. Of je hebt een huis maar geen thuis, zovelen voelen zich alleen op de wereld.  Zoveel dat er een speciale week voor is bedacht. Hoe eenzaam kun je zijn. We zien het niet altijd, ook niet op deze foto. Is hij eenzaam of verheugd hij zich om de weg af te lopen? Is hij misschien op weg de weide wereld in… zovelen die dromen maar nooit de stap durven zetten. Op weg naar….. De tekst, de foto, ze inspireren mij.
Ik vraag mij ook gelijk af waar hij vandaan komt. Maar als ik de reacties lees, ben ik de enig die daar over na denkt. Het feit dat hij niet alleen is maar dat er iemand achter hem loopt die de foto maakt, vergeet ik ook graag even. Deze foto zou zo op de voorkant van een boek kunnen staan, denk ik. En ik zou dan willen weten waar hij vandaan komt, waar hij heen gaat, hoe het zou aflopen…
Het is niet de eerste keer dat een tekst van hem mij aanzet tot het schrijven van een blog. “Woensdag gehaktdag” was de eerste en daarna kwam “Gras gaat niet harder groeien als je er aan trekt”.  Eigenlijk ken ik hem niet zo goed. Een paar keer gezien, een enkele keer gesproken. Maar zijn oneliners inspireren mij tot het schrijven van teksten. Het zijn de korte zinnen, een niet afgemaakt geheel. Ruimte voor mijn fantasie, een nooit ophoudende fantasie. Altijd al gehad en hoop het altijd zo te houden. Dat boezemt mij angst in, dat je de hoop en fantasie zou kunnen verliezen. Zou kunnen vergeten.
Inspireren. Een mooi woord. Inspireren hoort bij kunst en schrijven is toch een bepaalde vorm daarvan. “Vele kunstenaars hebben een inspiratiebron” denk ik terwijl ik de zin nog eens lees. “Dus waarom ik niet. Schilders hebben een muze. Kijk dat klinkt nog eens leuk; een muze. Ik laat het woord een paar keer door mijn hoofd rollen. En eigenlijk bevalt het me wel. Een muze. Dat is het. Dat heb ik nodig. En dus verklaar ik, zomaar op een doordeweekse dag zo rond een uur of 12,hem tot “mijn Muze”. Mijn inspiratiebron van gewone simpele teksten, gekke zinnen, foto’s die uitdagen tot verhalen. Mijn verhalen.
Ik volg hem al. Op twitter op facebook. Ik ken hem amper maar u gaat meer over hem lezen. Niet over de hem zelf maar over de zinnen die hij er uit gooit. Ik hoop van harte dat hij zich niet gaat inhouden, dat zou nog zonde zijn. Misschien moet ik het geheim houden. Moet ik hem geheim houden maar hoe doe je dat. En daarbij is hij daar de persoon niet voor. Naar zijn vrouw vertel ik alvast dat ik geen enkele bedreiging vorm. Ik ben geïnteresseerd in zijn woorden. In de aanzet naar mijn verhalen. De zon schijnt en vanaf vandaag heb ik een muze!
Ik kijk nog een keer naar de foto en ik weet ineens waar hij heen loopt. Op dat lange pad dat in het niets lijkt te verdwijnen. De vaart naast hem is er niet voor niets want hij is op weg naar….”