vrijdag 12 oktober 2012

Als kat en hond

Langzaam komt hij dichterbij, oplettend, alert. Klaar om zo weer weg te sprinten. Zij kijkt hem aan met haar grote hondenogen. Een beetje nieuwsgierig , een beetje nonchalant. Dan kijkt ze naar mij en kwispelt. Hij is nog steeds afwachtend, in “ik kan er zo vandoor” houding. Tot hij schrikt van een geluid en weg is.

Zij is een labrador van 11 jaar oud en woonde al hier in het huis. Hij is een kater, een rode kater en is er nog niet zo lang. Niet hier in huis maar ook niet op de wereld. Hij is 1 jaar en nog erg nieuwsgierig. Zo’n grote zwarte hond is nog iets vreemds voor hem. Hij is overigens niet alleen naar hier verhuisd. Zij is er ook nog. Niet zij de grote hond maar zij de donkere poes. Hij en zij woonde al samen. Toen was zij de baas over hem. Maar nu vindt zij die grote donkere hond toch wel een beetje eng.
Na een paar dagen zijn ze eigenlijk wel redelijk gewend aan elkaar. Elke dag komen ze een stukje dichterbij en soms liggen ze bijna naast elkaar voor en op de bank. Geamuseerd hou ik ze in het oog.  Soms aai ik met de ene hand de kater en met de andere de hond. Het is prachtig om te zien hoe hun zoektocht verloopt. Kijken, stapje dichterbij. Uitproberen. Wegrennen en weer terugkomen. We hadden gedacht dat zij de poes de baas zou zijn, maar niets is minder waar. De poes kijkt toe vanaf een veilige afstand of nestelt zich tegen mij aan terwijl ik achter de laptop zit. Dan mag de zwarte hond er best in de buurt liggen, dan durft ze wel. Maar verder houdt ze een veilige afstand.
Ondertussen durft hij, de rode kater, steeds meer. En mij zou het niet verbazen als hij straks de leider in huis wordt. Hoe anders dan we gedacht hadden. Maar tot nu is de zwarte hond degene die doet waar ze zin in heeft. Het is nog duidelijk haar domein en zij loopt dus gewoon rond zoals zij dat wil. Ze wordt niet boos, blaft niet en gromt niet. Wat nou “als kat en hond denk ik dan”. Moet je dit hier zien. Nog niet een keer is er gevochten. Nog even en het zijn vrienden.
Waar komt zo’n spreekwoord vandaan denk ik. Als kat en hond door het leven gaan, daar krijg ik nou geen warm gevoel bij. Is het iets van ons mensen. Want daar zie ik de haat en nijd regelmatig naar boven komen. Al op het schoolplein zie je de groepjes kinderen die het elkaar zo moeilijk mogelijk maken. En hoe zit het dan met het spreekwoord “een hondenleven hebben”. Want als ik zo naar mijn hond kijk, moet ik bekennen dat het me wel iets lijkt hoor, zo’n hondenleven! En als iedereen zijn hond zo behandeld als ik de mijne, lijkt er van het spreekwoord ”iemand als een hond behandelen” ook niets over te blijven.
Die avond als we de hond gaan uitlaten zit er een witte poes midden op de straat. De hond reageert nauwelijks maar ook de poes blijft rustig zitten. Zelfs als ik dichterbij kom, doet ze geen enkele poging om op te staan. Ik kniel op de grond en aai haar. Zij laat het rustig toe.  De hond staat er naast. Ik denk opnieuw aan het gezegde en begrijp er steeds minder van.  Dan sta ik op en besluit de spreekwoorden en gezegden maar te laten voor wat ze zijn en wandel verder. Ineens voel ik grote druppels vallen en binnen een paar seconden regent het dat het giet. Geamuseerd denk ik: “dit is geen weer om een hond door te sturen” en besluit naar huis te gaan.