zondag 7 oktober 2012

Een geheim van 15 jaar

Ik st met mijn mond vol tanden en staar haar aan. “Ik uh… uh… ik… pffff  ik weet echt echt niet wat ik zeggen moet” stamel ik. “Dat geeft niet” zegt ze. Er loopt een traan over haar wang. Dan sta ik op en we omhelzen elkaar.

Ze waren 15 jaar bij elkaar. Ik ga als vanzelf na of ik in die tijd signalen heb gezien. “Ik heb het nooit gemerkt” zegt ze dan, alsof ze mijn gedachten leest. Een paar dagen geleden heeft hij het verteld. Verteld dat er een ander was. Dat er meer andere zijn geweest. Maar dat hij het haar niet kon vertellen. Hij kon het niet vertellen omdat hij van haar houdt. Nog steeds. En hij wilde haar geen pijn doen. Maar hij kon het ook niet vertellen uit schaamte en nog wel het belangrijkste, omdat hij niet wist wat hij er mee moest.
In het begin begreep hij het niet van zichzelf. Hij probeerde het te verdringen maar het gevoel bleef. Soms ging het tijden goed. Daarna kwam dan weer een periode van onzekerheid over wie hij was. Hij had blijkbaar gevoelens die anderen niet hadden. “Ik vindt het zo erg” zegt ze “hij heeft zich zo alleen gevoeld. Maar ik begrijp wel dat hij het voor mij verzwegen heeft”.
Zijn geworstel bleef maar duren. Altijd vaag op de achtergrond aanwezig. Tot die keer dat hij voor zijn werk in het buitenland was. Twee weken alleen in een hotelkamer. Overdag in beslag genomen door werk, maar de avonden waren lang en alleen. Die avond was hij de stad in gegaan. Moe van het alleen zijn was hij een gezellig cafĂ© ingelopen en al snel was hij aan de bar in gesprek geraakt.  In een opwelling had hij er aan toegegeven. Hij had er wel eens eerder over gedacht. En altijd hoopte hij dan dat het daarna over zou zijn. Dat het gewoon een foute fantasie was die zich in zijn hoofd genesteld had. Maar dat bleek alles behalve waar. Die man had zijn ogen geopend. Blij was hij dat hij de volgende dag weer naar Nederland kon. Hem had hij nooit meer gezien. Hij wist alleen zijn voornaam. Maar die ene avond had zijn leven veranderd.
Terug in Nederland bij haar had hij zich schuldig gevoeld. De kinderen waren nog jong en voor geen goud wilde hij ze missen. Uit angst om haar en de kinderen pijn te doen had hij het weer proberen te verdringen. Bang voor zijn eigen gevoel. Maar het was terug gekomen. En in de jaren kwamen er steeds meer mogelijkheden waar hij geen weerstand aan kon bieden. Hij leefde in twee werelden. Naar mate zijn kinderen groter werden voelde hij zich steeds meer schuldig. Bang dat hij onbewust zijn gedrag zou laten zien. Nu moest hij het niet meer alleen voor haar verborgen houden, maar ook voor zijn kinderen. De druk werd groter en toch…. Toen ontmoete hij hem. Hij wist instinctief dat het tijd werd open kaart te spelen. Hij moest het haar vertellen. Ze was altijd zijn grootste steun geweest in alles behalve in dit. Ze had er recht op om het te weten.
“Ben je boos” vraag ik haar. Ze lijkt er even over na te denken. “Nee” zegt ze dan “niet boos, ten minste niet op hem. Wel een beetje op mezelf dat ik het nooit gemerkt heb.  Achteraf zie ik het nu wel, maar ik dacht dat het kwam door het drukke leven dat we hadden. Dat je automatische een beetje meer naast elkaar gaat leven”. Ik kijk naar haar. Ik zie hoe moeilijk ze het er mee heeft. “Voel je je verraden?” vraag ik dan. Weer weegt ze haar woorden in haar hoofd. Dan zegt ze “Ik denk dat ik erger geweest zou zijn als het een vrouw was geweest. Het is niet dat hij niet van mij houdt maar dat hij ook of eigen meer van mannen houdt”.  Haar woorden blijven even hangen in de lucht. “En nu?” ik weet dat het een vraag is waar ze zelf nog geen antwoord op heeft maar ik moet hem toch vragen. Ze heeft het nodig om weer in het heden te komen en om over de toekomst na te denken. “Ik weet het niet” zegt ze. “We hebben afgesproken om het even te laten bezinken en dat ik alle vragen die ik heb of krijg zal stellen. Als ik er klaar voor ben ga ik kennismaken met die andere man. Ik wil weten wie de ander is die zo belangrijk is in zijn leven. En dan zien we het wel.”
Ik zie haar verdriet maar toch valt het me op hoe rustig ze er eigenlijk onder is. Haar leven bleek ineens een grote leugen en toch is ze niet boos. Ik voel een diep respect voor haar. “Concurrentie van een man is een andere concurrentie” zegt ze dan. “Hij blijft mijn vriend. Ik hou nog net zoveel van hem en hij houdt van mij. Maar onze relatie is wel veranderd en dat moet wennen…..”