zaterdag 20 oktober 2012

Ik ga…

Als ik hem zoekend rond zie kijken, denk ik: “dat moet hem zijn”. Dan gaat zijn blik mijn kant op en kijkt hij me enigszins vragend aan terwijl hij richting mijn tafeltje loopt.  Altijd lastig om af te spreken met iemand met wie je alleen e-mail contact gehad hebt.

Na de standaard beleefde vragen als “heb je het goed kunnen vinden” en “wat een heerlijk weer he” komt de serveerster met de koffie.  We zitten in een restaurant aan de snelweg. Hij stuurde een berichtje. Hij leest mijn blogs. Ik ken hem niet maar hij wilde graag praten, zijn verhaal kwijt  en of ik dat wilde opschrijven. “Voor alle anderen die het ook meegemaakt hebben. Misschien hebben ze er iets aan” zegt hij.
“Eigenlijk had ik een gelukkige jeugd” verteld hij. “Mijn moeder was er altijd. In die tijd werkte de meeste moeders niet en mijn moeder ook niet. Ze bracht me in de ochtend naar school en haalde me dan om 12 uur weer op. Altijd als ze me zag, kwam er een glimlach over haar gezicht. Dan aten we samen en bracht ze me weer naar school. Ik wist dat ze van me hield en elke avond als ik ging slapen, kwam ze me onderstoppen. Dan vertelde ze een verhaaltje of klopte mijn deken nog eens extra op. En dan keek ze me in mijn ogen en zei “Ik hou van jou” en gaf ze me een dikke knuffel en een zoen en deed het licht uit”.
“Mijn vader was er veel minder, maar ja dat was met de meeste vaders. Eigenlijk heb ik niet gemerkt dat die van mij er minder was dan andere vaders. Hij werkte, ging elke ochtend vroeg in een keurig pak met stropdas en met zo’n grote bruine tas de deur uit. Machtig interessant vond ik dat. Later wilde ik ook zo worden. Ik wilde ook zo’n mooie tas. Ik speelde het vaak na kan ik me nog herinneren. Maar dan met een oude tas van hem en dan deed ik zijn oude schoenen aan. Vrouw ik ga naar het werk, zei ik dan met een zware stem. Mijn moeder moest er wel om lachen” gaat hij verder.
“Er was ook nooit ruzie, tenminste niet dat ik het hoorde. “ Even stopt hij en kijkt stil voor zich uit. “Ja” zegt hij dan “tot ik 10 jaar was had ik een fijne jeugd”. “Wat gebeurde er” vraag ik. “Wat er echt gebeurd is, weet ik nog steeds niet” zegt hij. “Ik was met mijn autootjes aan het spelen en om 4 uur zou ik nog even tv mogen kijken. Soms mocht dat. Het was zondagmiddag in de herfst. De zon scheen binnen en de grote boom in onze tuin had al mooi gekleurde bladeren. Mijn moeder had de haard aan gedaan en chocolademelk voor me gemaakt. Mijn vader had eerst de krant gelezen maar daarna bij mijn moeder in de keuken gestaan. Ik hoorde ze zacht praten.”
“Even later kwam mijn vader naast mij staan. Later als ik net zo groot als u ben, koop ik zo’n auto” zei ik trots en hield mijn mooiste autootje om hoog. “Dat is mooi jongen” ze mijn vader. “Kom geef me eens een knuffel!” Dat was raar, mijn vader knuffelde nooit. Toen gaf hij mij een zoen en zei: “Zorg goed voor je moeder, dag jongen, ik ga”. Ik weet nog dat ik het niet snapte, niet begreep waarom hij dat zij. Daarna heb ik hem nooit meer gezien”.
“Nog altijd denk ik dat hij morgen weer binnen kan lopen” zegt hij. “Nu nog steeds, terwijl het al zo lang geleden is. En nog altijd begrijp ik het niet”.