vrijdag 19 oktober 2012

Ooit komt het goed

“Ik weet het niet hoor” zegt ze. Ze heeft me amper gedag gezegd en is bezig haar jas uit te doen. “Koffie?” vraag ik en afwezig knikt ze van ja. “Oke, wat is er aan de hand en begin even bij het begin” zeg ik terwijl ik de gemalen koffie in het filter doe en het apparaat volgiet met water.

“Dat latten is niks voor mij hoor” begint ze en ik moet eigenlijk al direct lachen. Beginnen bij het begin is niet haar sterkste kant. Net als geduld. “Ben ik net gewent, is het weer anders” is haar logische vervolg op de eerste zin. Ik weet dat ze sinds een aantal maanden weer een relatie heeft maar deze uitspraken volg ik even niet. “Hoe bedoel je?” vraag ik lekker algemeen. “Laat haar eerste maar eens echt van wal steken” denk ik. “Gooi alle trossen maar los meid, ik zet alle zeilen bij en ga desnoods samen met je het diepe in”.
“Het voelt zo verdomd goed”, zegt ze dan. “Maar net als ik gewend ben dat hij er is, is hij weer weg. En er is de laatste tijd al zoveel chaos in mijn leven, in mijn hoofd. Ik weet gewoon niet of ik dit wel trek”. “Maar je weet toch wanneer hij weer terugkomt” probeer ik. “Nou dat is het juist” zegt ze “we maken wel plannen maar dat veranderd met de dag. Het is ook zo lastig, voor hem, voor mij. We hadden ook beide zo’n ander leven. Hoe gaat dat ooit goed combineren. En kan ik hem wil geven wat hij zo graag van het leven wil?”.
Terwijl ik de koffie in schenk, kijk ik haar aan. Ze ziet er moe uit. “Slaap je wel goed” vraag ik dan. “Nou nee dus” is haar simpele antwoord. Het komt er bits uit. “Na 2 dagen ben ik gewend dat hij snurkt en slaap ik weer goed maar dan is hij weer weg en mis ik hem in bed en lig ik weer wakker. Ben ik net weer gewend aan het alleen zijn, is hij er weer en moet ik weer wennen aan het gesnurk”. Ik kan niet anders dan in de lach schieten om haar hulpeloze gebaren. “Ik word er zoooo moe van” zegt ze en lacht dan met me mee.
“Weet je” zegt ze dan heel serieus “als hij er langer dus een paar dagen niet is, denk ik laat het maar zo. Ik reageer even gewoon niet meer op je sms, even rust. Je komt toch alleen maar als je niks beters   te doen hebt”. Verbaast kijk ik haar aan. “Meen je dat nou” vraag ik “hij kwam op mij heel anders over”. “Nee!” zegt ze, “Ik meen het ook niet, maar het duiveltje in mijn hoofd fluistert het in. Die laat me twijfelen. Ik mis hem verdomme gewoon als hij er niet is. Ik hou van hem. Nog liever dat hij elke avond laat thuis zou komen dan hem dagen niet zien”. “En als hij er dan weer is? ” vraag ik. “Dan is het weer goed” zegt ze en kijkt dromerig voor zich uit.
Ondertussen zijn we 3 koppen koffie en een tablet chocolade verder. “Ik wil gewoon rust” zegt ze. “En zeker weten dat hij mij echt leuk vindt en ik niet weer alleen maar ‘de vervanging van’ ben”. Zo, het hoge woord is er uit! “Je kunt en mag mensen niet vergelijken” zeg ik. “Ik weet ‘t” zegt ze “en ik doe het ook niet, maar de angsten hebben me wel gevormd. En ik vraag me af of hij mij vergelijkt. Als er een liedje op de radio is en hij me vasthoudt, vraag ik me af of dat het hun liedje is en het hem aan haar doet denken. Als hij er dan zo lang niet is dan ga ik twijfelen. Bang om hem te verliezen. Ja, ik maak het mezelf onmogelijk, ik weet het en ik weet dat het niet slim is” zegt ze “maar ik doe het dus wel”.
Ik waardeer haar eerlijkheid en oh wat zou ik graag iets zeggen nu waar ze echt iets aan heeft. Een antwoord dat echt hout snijdt. In plaats daarvan kijk ik haar aan en zeg: “wijntje?” “Ja, laten we dat maar doen” zegt ze terwijl er een glimlach verschijnt. “Die koffie komt me zo onderhand mijn neusgaten wel uit”. Ze weet dat ik geen antwoorden heb, dat ik graag zou willen maar ze er nu gewoon even niet zijn. Ik sta op en schenk twee glazen met wijn in. Dan loop ik naar haar toe, geef haar een glas en zeg “Op jouw geluk, want ooit ooit ooit het goed”.