zondag 11 november 2012

Met een gouden randje

Al in de ochtend, zeker in de middag maar nog meer in de avond voel ik me gelukkig. “Ik hoop dat vandaag een mooi gouden randje heeft” schreef ze een paar dagen geleden. In een sms naar mij. Gisteren was zo’n dag. Een dag met een gouden randje. Een dag die je voor altijd in je herinnering zit, een dag die je voor altijd in je hart bewaard.

Net voor we weggaan krijg ik een cd. Een cd vol mooie liedjes. “Ik heb hem gekregen hoor” zegt hij, maar misschien maakt dat het nog wel meer bijzonder. Iets dat je zelf gekregen hebt en mooi vindt, toch weggeven. Gewoon omdat je denkt dat de ander er nog blijer mee zal zijn. “Ik denk dat jij ze erg mooi vindt”. Ik ben stil. Nog net kan ik “dank je wel” zeggen maar vooral ben ik stil door het gebaar. Er zijn geen woorden die kunnen vertellen wat ik denk of voel. In de auto zetten we de cd op en snel toetst hij verder naar nummer 10. Paul de Leeuw klinkt door de auto. Een liedje dat ik al zo vaak hoorde. Dat me altijd aantrok, dat me raakte. Een liedje dat ik vaak kreeg als antwoord op mijn vragen, wat ik nooit begreep. De stukjes lijken op hun plaatst te vallen. Bij het liedje er na van Herman van Veen lopen de tranen over mijn wangen. Tranen van geluk. Van een gevoel dat ik niet onder woorden kan brengen. Geluk met een gouden randje.
De middag is voor mij en de kids en in de avond zitten we dan allemaal samen op een terras en lachen om grapjes en verhalen. Dan slenteren we langs de gracht en vinden het perfecte restaurant. Met een arm om mij heen voel ik het weer. De rust, terwijl het met de groepen jongeren in de ruimte juist zo rumoerig is. Ik voel de rust in mij en geniet. Dan drinken nog koffie en dan zie ik haar berichtje en lees haar blog. Antwoorden kan ik niet en dus laat ik het op me inwerken. Ik wist en voelde wel hoe belangrijk het was maar haar woorden zien, doet me iets. Ik kan niet anders dan een gelukkig mens zijn dat ik met pen en papier dit heb kunnen doen. Haar blog is een weer zo’n klein cadeautje met een gouden randje.
In de bus, in de auto, alle momenten voel ik het. Pril, teer, kwetsbaar geluk. Nog zoveel kiezels, smalle wegen zullen komen voor we misschien ooit boven zijn. Boven op de berg. Maar vechten zal ik, vallen en weer opstaan. Een hand reiken, een hand pakken. Naast elkaar, achter elkaar. Stukjes misschien alleen omdat het even niet anders kan om dan later weer samen verder lopen. Eigen gedachten, eigen hindernissen. Veel praten en vooral stil er zijn. “Hou me vast en laat mij niet gaan”. Hij knijpt in mijn hand. Eigen gedachten. Zonder woorden. Een liedje vanaf nu met een gouden randje.
“Als jij het niet meer weet, in het donker van je hoofd. Ze laten weinig heel, van waar je in geloofd. Hoe de tijd ook raast. We moeten er doorheen. Als jij het niet meer weet. Je bent niet alleen. Hou me vast”.
In de nacht als ik wakker ben en nadenk over de hobbels op mijn pad, komt de kat tegen me aan liggen. Weken heeft hij dat elke nacht gedaan. Dan moest ik zijn kleine pootje vasthouden en viel hij tegen me aan in slaap. Nu ligt hij hier tegen mij aan, en terwijl ik de oplossing even niet meer weer, legt hij zijn kleine zachte pootjes op mijn hand. Alsof hij zeggen wil: “je bent niet alleen”.
Dan lees ik een tweet. Het gaat over een liedje waar ik ooit een blog over schreef. Ik ben gek op die band, al jaren, maar niet op dat nummer. De tweet zegt dat het nummer geniaal is met nog wat er achter, maar degene die het schrijft snapt er niets van. Weet blijkbaar niet wat houden van is, gooit het gewoon over boord. Voor mij is het een cadeautje. De stukjes vallen op hun plaats. Het is goed zo. De rust is weer in mij. Het is als een klein cadeautje. Een met een gouden randje.