dinsdag 25 december 2012

Eenzame vrouw

“Het is maar een gewone dag hoor” zegt ze “je moet er niet meer van maken dan ’t is”. Dan staat ze op om de theepot te pakken en in te schenken als teken dat het onderwerp afgedaan is. Het voelt niet goed, niet uitgesproken maar de deur is dicht. Kerst is maar een gewone dag. Een ingang om verder te praten is er niet meer.

Ze praat veel maar niet over wat ze zelf denkt of voelt. Zo is ze niet opgevoed. Haar vader was hard in zijn opvoeding en veel keuzes had ze niet. Ze moest naaister worden en als ze dat niet wilde moest me maar naar de sigarenfabriek. Ze was enig kind en meer dan dat ze thuis was, was ze in het huis bij haar oma die een groot gezin draaiende hield. Haar ooms en tantes waren als broers en zussen en haar oma noemde ze moeder. Leren praten over haar gevoel heeft ze nooit geleerd en dus stopt ze dat maar weg. Praten doet ze over anderen, over wat die meemaken. Soms zegt ze hard en wat ze ergens van vindt maar je weet nooit of het wel echt haar mening is of eigenlijk die van een ander.
Vragen hoe het met je gaat doet ze niet, tenminste niet aan jou zelf. Hooguit via via. Als je ziek bent of het moeilijk hebt, is dat moeilijk voor haar en dus praat ze er maar niet over.  Het is altijd druk bij haar. Velen komen en gaan. Voor vreemden heeft ze altijd een luisterend oor. Dat is makkelijker, dan hoef je niet bij je eigen gevoel te komen. Dat raakt je niet. Als ik een paar weken later vraag wat ze met oud en nieuw doet krijg een soort gelijk antwoord. “Oh dat dat zie ik nog wel, misschien ga ik wel gewoon vroeg naar bed”. Uitnodigingen wimpelt ze keer op keer af en dus vraag ik het niet meer. Ze heeft de deur gesloten, niet eens op een kier. De deur is dicht al jaren en ze is niet bereikbaar. Ze is een vrouw met veel mensen om zich heen maar diep van binnen is ze waarschijnlijk heel eenzaam. Ze heeft veel meegemaakt en veel verloren. Ook daar praat ze niet over. Alsof het niet bestaat.
Haar vader was jager en ooit aten ze in de oorlog hazenpeper met kerst. Tenminste dat dacht ze. Ze heeft de volgende dag nog heeft ze gezegd dat ze de hazenpeper lekkerder vond dan het stukje konijn dat op haar bord lag. Later hoorde ze dat ze die eerste dag kat gegeten had. Over haar angst en afkeer van katten is ze nooit meer heen gekomen.
Ik ken haar goed en eigenlijk ook niet. Begrijp haar niet, nog steeds niet. We hebben veel dingen samen gedaan. Ik heb vaak, heel vaak, te vaak geprobeerd om de dingen te doen die ze leuk zou vinden. Maar eigenlijk weet je nooit of ze het echt leuk vind. Ze is een weegschaal en blijft wikken en wegen en waait met alle winden mee. Toch is ze ook een sterke vrouw en misschien is dat wel wat haar leven zo moeilijk maakt. Sterk zijn overheerst, haar gevoel komt niet aan bod. Ik heb haar weinig zien huilen. Schouders eronder en kom op. “Is ze eigenlijk niet gewoon heel eenzaam?” vroeg laatst iemand mij. En ja dat is precies wat het is. In haar hart is ze zo eenzaam maar toegeven zal ze dat nooit.
Vandaag is het eerste kerstdag. Als ik uit praktische overwegingen toch maar even de was op aan het hangen ben, denk ik aan haar woorden van een paar jaar geleden: “Het is maar een gewone dag hoor”. Eenmaal beneden zet ik koffie en doe de broodjes in de oven. Ik wandel met de hond en denk aan haar. Weer thuis pak ik de telefoon. Ik hoor haar stem en met moeite bedwing ik mijn tranen. Dan haal ik adem en zeg: “Fijne kerst mam”.