zaterdag 1 december 2012

Fenomenaal

Ik zit op de bank en kijk naar de Voice of Holland al weet ik zelf niet waarom. Eigenlijk kijk ik niet eens, ik wil alleen gewoon geluid om me heen. Mijn hoofd is leeg en vol tegelijk. Eerder op de avond reed ik “even” zo’n  300 kilometer. Dat doe ik vaak maar vanavond was het zwaar. Heel zwaar. Extra zwaar.

“Nu terug naar huis, hou je me wakker” sms ik naar hem. Zo’n half uur later krijg ik de eerste “Wake Up”. Hij loodst me moeiteloos met leuke opmerkingen door het moeilijkste stuk heen. Zo is hij. Hij steunt me met minimale moeite in de moeilijkste fases van mijn leven. Bijzonder of raar. Synoniem van raar is eigenaardig, excentriek, gek, merkwaardig, ongewoon, typisch, vreemd, wonderlijk, zonderling of  fenomenaal. En zo kunnen we dan nog wel even door gaan. Een begin van een bijzondere band. Een bijzondere band met een bijzondere man. En nog elke dag ben ik dankbaar dat ik hem zomaar ontmoet heb. Dat iemand het gesprek onderbrak en wij in contact kwamen met elkaar.
Misschien zou ik beter mijn bed in kunnen gaan maar daar ben ik dus even niet aan toe. Te moe of niet moe genoeg? Eindelijk rust of te stil in huis? Ik weet het niet meer. Ik ben er gewoon even niet aan toe en dus beland ik op de bank. Als mijn eerste glas wijn leeg ik sla ik de warme plaid terug en loop naar de kast voor een nieuwe fles. Normaal heb ik een zwak voor flessen met een kurk. Gewoon omdat het zo hoort. Het heeft iets van romantiek. En is er een man in huis dan mag hij de fles ontkurken. Niet omdat ik het niet kan maar omdat het zo’n prettig authentiek gevoel geeft. Zo hoort het. Ik hou wel van het ouderwetse rollenpatroon. Hij die de vuilnisbak buitenzet en ik die zijn overhemden strijkt. Maar vanavond staat de kurk alleen maar voor “lastig”. “Lastig” omdat ik dan weer naar beneden naar de keuken moet voor de kurketrekker en het voegt toch niets toe. Niemand die het ziet. Geen man in huis om te ontkurken. Dus kom maar op met die achterlijke draaidop.
De voice gaat door alsof er levens van af hangen. Zonder het gekakel tussendoor is het voor mij als een cd die op staat of de radiozender waarbij je helaas niet zelf je liedjes kunt kiezen. Want als ik die keuze heb, kies ik altijd het zelfde. Het liefst op repeat tot ik als vanzelf het volgende liedjes begin te zingen als het vorige stopt. Dat is fijn, dat is vertrouwt. Een soort van teletubbies “en nog een keertje….”.
Ik heb een grote voorkeur voor Blof. En toen las ik dat iemand dat zomaar benoemde als pulp. Al zo’n tig keer had ik het nummer genoemd. We hadden het zelfs al tig keer gehoord. Maar soms horen de mensen de teksten niet of willen ze het niet horen. Niks makkelijk. Diep snijdend in je ziel. Als je luistert naar de tekst raakt het je. Tenminste mij. Laat ik het raken. Want het mag. Ik weet ook wel dat het merendeel niet eens echt luistert. Want we laten ons liever niet raken. De helft van Nederland zijn meelopers.  Dat woord doet me dan weer denken aan een vorige directeur van mij die vertelde hoe eens een hele groep met aardig geschoolde mensen tijdens een trip naar het buitenland zo achteloos achter hem aan liepen. En dus liep hij ergens een roltrap op om boven weer gewoon naar benden te gaan. De hele groep ging als makke schapen achter hem aan. En hij? Hij zwaaide naar de groep die nog omhoog gingen terwijl hij al weer op weg was naar beneden. Meelopers is dus niet voor de domme. Het is makkelijk en we zijn nu eenmaal een gemakzuchtig volkje.
De voice is inmiddels afgelopen. Vraag me niet wie gewonnen heeft of wie door is want ik heb werkelijk geen flauw benul. Ik weet niet eens in welk stadium het programma zich bevindt. Ik mis alleen ineens het geluid van muziek en dus schakel ik door van zender naar zender maar niets boeit me. Ergens blijf ik steken. Ik weet niet waar want ik schrijf alweer. Waarom? Alleen om morgen uit te stellen. Morgen sluit ik weer verder af en open ik weer een nieuw hoofdstuk waarvan ik weer niet weet hoe het gaat lopen. Waarvan ik niet eens weet of ik er al aan toe ben. En daar hou ik niet van. Ik wil graag zeker zijn van een goed einde. Ooit zei hij dat films geen goed einde horen te hebben. Daar moest ik toen over nadenken. Altijd fantaseerde ik alsnog een goed einde. Zo had ik het geleerd. Het komt altijd goed. Maar zo is het leven niet. Niet het echte leven. Maar wel het leven dat ik graag wil.
Ik snak naar een goed einde. Dus schrijf ik. Ik schrijf onder verschillende namen, verschillende verhalen. De een heeft een perfect leven en een geweldig einde dat eigenlijk niet stopt bij het einde. Te mooi om waar te zijn. En de ander leeft het leven. Je kunt er niks mee en dus herken je jezelf. Blijkbaar zitten de mensen daar op te wachten. En dus schrijf ik het gewone leven. Waarin morgen morgen is. En nu de bank is en het glas wijn. Waarin ik snak naar liefde, geborgenheid en het graag goed wil doen maar waarin het meeste natuurlijk niet lukt. Waarin de plaid de warmte geeft en mijn schrijfblok de intense leegte vult.