vrijdag 4 januari 2013

Als een moeder

Ik ken haar al mijn hele leven. Nou ja, bijna dan. Zo lang ik terug kan denken in elk geval. Ik weet niet beter of ze is er altijd geweest. Ze is bijzonder zoals ze is en dat merk ik steeds meer. Ik weet niet of ze het zelf beseft maar ze is bijzonder voor mij en dat is eigenlijk wel heel bijzonder.

Als kind was ik graag bij haar. Zo graag dat ik verdrietig werd als ik weer naar huis moest. Een soort van heimwee als ik dan weer thuis was. Daar voelde ik me soms schuldig over. Kleine cadeautjes waren het als ik nog een nachtje langer mocht blijven. Ik ging zo graag naar ze toe. Bij haar leerde ik luisteren naar en houden van klassieke muziek. Ik leerde houden van  de natuur als we gingen we wandelen, naar een park of naar het bos. Een bos dat zo anders was dan dat ik me voorgesteld had. Vaak was er niets speciaals, gingen we boodschappen doen of hielp ik zo goed en kwaad als ik kon met schoonmaken. Maar altijd was het fijn bij haar. Veilig, vertrouwd en warm. En dat is nog steeds zo.
Toen ik nog maar klein was nam ze nam het voor me op als ik weer eens te beschermt werd. Ze leerde me om mijn eigen weg te gaan.  In mijn tienertijd verzette ik me soms tegen haar. Ze zag alles. Alsof ze door me heen kon kijken. Dat vond ik lastig. Nu besef ik te meer hoe ze dat voor mij deed. En nu besef ik dat ik me tegen haar verzette omdat dat veilig was. Instinctief moet ik geweten hebben dat ze er altijd zou zijn. Ze vertrouwde me haar kinderen toe om de fles te geven en luiers te verschonen. Om te gaan wandelen en op te passen. Zij waren zulke andere ouders en ik vond het mooi en besloot onbewust hun voorbeeld te volgen. Zo wilde ik mijn kinderen opvoeden met die normen en waarde en stiekem hoop ik dan dat ze zich net zo veilig voelen bij mij als ik me bij hen voelde.
Ook als ik op eigen benen sta, vind ik altijd weer de weg naar hen. Als ik kinderen krijg, wordt ze alleen maar belangrijker voor me. Wie vertrouw ik mijn eerstgeborene meer toe dan aan haar. Meer nog dan zij is, ben ik trots dat zij zijn peettante wil zijn. De band wordt anders maar niet minder. Gelijkwaardiger en mooier. De kinderen worden groter maar zij is er altijd. Voor mij maar ook voor hen.
Dan komen de moeilijkere tijden en ook dan is de weg naar haar zoveel eenvoudiger dan ergens anders heen. Ze is er, luistert en veroordeeld niet. Je krijgt altijd haar mening. Niet ongezouten maar wel heel eerlijk en puur. En soms alleen haar schouder omdat dat alles is wat er nodig is. Als ze belt om te vragen hoe het gaat, hoort ze wat ik zeg. En leest ze tussen de regels door. Het is alsof ze me zachtjes wiegt en geruststelt. Ik weet dat ik er altijd welkom ben. Als ik de voordeur binnen ga, voelt het als thuiskomen. Ze gaat niets uit de weg maar geeft me ook de ruimte. Als ze vroeger naar bed gaat en mij de kans geeft met hem bij te praten, weet ik hoe bijzonder ze is. Ik heb de band met hem nodig en de dingen die me echt dwarszitten, die bespreek ik toch het liefst met haar. Ze is als een moeder, een zus en vriendin tegelijk.

Verdrietig of boos, teleurgesteld in het leven of de liefde, blij, gelukkig of stralend verliefd, bezorgd over mijn kinderen of gewoon even behoefte aan een luisterend oor. Het maakt niet uit, de deur staat altijd open. Te weten dat ze er is voor mij geeft me rust en maakt me sterk. Ik hou van haar gewoon omdat zij zij is.