dinsdag 29 januari 2013

De andere vrouw


“Jeetje, wat zie jij er uit zeg” zeg ik. “Slecht geslapen of zo?” Ze zegt niks. De wallen onder haar ogen zijn niet te missen en haar teint is een beetje grauw.  “Als ik jou was, zou ik eens wat vroeger naar bed gaan” zeg ik tegen haar. Ze kijkt me aan met een uitdagende blik maar zegt niks. “Je ziet er echt moe uit hoor”. Haar ogen kijken me uitdagend aan alsof ze wil zeggen “bemoei je met je eigen zaken”.
Ik kijk haar nog eens van kop tot teen aan nog eens naar haar en krijg dan een minachtende blik terug. Ik mag haar dan wel kritisch bekijken maar nu is het haar beurt. Ze oppert dat het geen slecht idee zou zijn voor mij om een paar kilo af te vallen. Ze weet gewoon dat die opmerking niet goed zal vallen maar blijkbaar kan ze het niet binnen houden. ‘Trut’ denk ik.  Dan valt het me op dat haar ogen meer stralen dan de afgelopen tijd het geval was. Ik trek mijn wenkbrauwen omhoog en kijk haar vragend aan. “Wat is er aan de hand?” vraag ik. In haar ogen zie ik een twinkel maar ze zegt niets. Ze kijkt me aan, diep en doordringend en ik zeg maar gewoon niks.
Ze is duidelijk gelukkiger dan een tijd geleden. Alleen geslapen heeft ze blijkbaar niet veel. Ik laat het rijtje met mogelijkheden even de revue passeren. En dan ineen zie ik het. Ze is verliefd. Ik overweeg nog een opmerking. Laat het maar even, denk ik dan. Ik lach haar toe, draai me om en loop naar beneden. Als ik een half uur later de hond uit ga laten, zie ik haar in de gang. Ze heeft denk ik een kop koffie gehad want haar blik is al wat helderder dan vanmorgen. Haar haar zoals altijd opgestoken en ze heeft haar bril op om haar wallen te camoufleren. Ik lach haar even vriendelijk toe. Ach we lijken wel op elkaar. Ze is degene voor wie ik echt niets verborgen kan houden, hoe graag ik dat soms ook wil. Heel af en toe kan ik haar heel even voor de gek houden, maar het duurt helaas nooit lang.
Vanmorgen stapte ik de badkamer binnen maar ze is er niet. Een heel andere vrouw staart me aan. Ik ken haar niet. En toch heeft ze wel iets bekend. Haar ogen komen me bekend voor. En ze heeft het zelfde nachthemd als de vrouw die er normaal is. Maar dat haar…. Het is veel korter dan dat van die andere vrouw die hier anders elke ochtend met me praat, degene die ongezouten haar mening geeft. Degene die me aan het denken zet en waarmee ik vorige week nog ruzie had.  Degene die ik een paar dagen heb geprobeerd te ontlopen. Ik weet niet zo goed wat ik van deze vrouw moet vinden. Ze lacht, dan zie ik het. Ze is naar de kapper geweest. Het is leuk hoor dat kortere haar dat los hangt maar ik moet toch wel even aan haar wennen.
Als ik gegeten heb en de koffie pruttelt, zie ik bij het rommelen in mijn tas mijn haarspeld. Als vanzelf verdwijnt die in mijn haar. Mijn handen vinden automatisch de weg. Ze friemelen net wat langer dan normaal maar dan zit de speld in mijn haar. Een half uur later loop ik in de gang en pak mijn jas. In het voorbij gaan, valt mijn blik op de vrouw in de spiegel. He gelukkig ze is terug, zo ken ik haar weer.