zaterdag 5 januari 2013

Ver onder de spiegel

De radio staat aan en ik hoor: “Soms zijn de zee en ik alleen”. Ik houd van dat nummer en heb het al zo vaak gehoord. Zo vaak meegezongen. Maar dan ineens komt de tekst hard binnen. Ik val stil. “Wie neemt mij mee, wie durft te beginnen, wie laat mij zien hoe mooi een mens kan zijn van binnen”

We zijn inderdaad net zo als de zee. Dat we ver onder de spiegel willen gaan. Op zoek naar daar waar alle liefde zit. Maar we zijn ook zo verrekte bang om het toe te staan. We leven vluchtig, bang van het leven en bang van ons zelf. “Wat kan er gebeuren?” vroeg zij mij een paar maanden geleden. “Wat kan er gebeuren als je de controle los laat”. Mijn ogen keken haar paniekerig aan. “Alles” spookte het door mijn hoofd. “Van alles zou er gebeuren” maar ik zei niks. Ik staarde in het niets, in de leegte en dacht na. Wat kon er gebeuren. “Zou de wereld vergaan?” vroeg ze en traag schudde mijn hoofd. “Nee dat niet”. “Wat wel?” vroeg ze verder en spoorde me aan. Ik kon niets bedenken. Wat voor ergs zou er kunnen gebeuren? Niets, er zou niets gebeuren. Even later liet ze me een briefje met het woord “controle” erop ritueel verbranden. Of het echt gewerkt heeft betwijfel ik.
Durf ik het? Te leven. Echt te leven. Doe ik het? Soms denk ik van wel. Soms denken andere van wel. “Jij bent jezelf” zei hij ooit. Hij was dat inderdaad niet. Hoe hij echt is, ben ik nooit achter gekomen. Ik weet het niet. Hij zelf ook niet meer, denk ik. Hij kopieerde zijn gedrag en was van iedereen een beetje. “Jij durft je eigen mening te hebben” zei een ander. Maar ik weet het niet zo zeker. Ja ik ben wel echt en een eigen mening heb ik ook. Maar diep van binnen ben ik ook een klein bang meisje. Een klein meisje dat het zo graag goed wil doen maar dat de lat zo hoog legt dat ze er niet bij kan, zelfs niet als ze op haar tenen gaat staan.
Vorige week kocht ik schoenen. Schoenen met enorme hakken. Dunne spitse hakken. “Dan duurt het wel langer voor je er bent” was de reactie. Maar dat is maar hoe je het bekijkt. De lat ligt misschien wel hoog, maar ineens ben ik een stapje dichterbij. Mijn armen reiken hoger. Op hakken ben ik ineens dichterbij. Wankel sta ik op mijn hakken. Ik kijk naar de glimmende diepzwarte kleur. Durf ik hoger te reiken dan dat ik tot nu toe deed? Ze zijn wankel maar geven me lef. Die schoenen met hoge hakken.
“Soms zijn de zee en ik alleen” zingt Trijntje. “En is zij net als iedereen. Als ik onder haar golven wil, dan laat ze mij er niet doorheen. Dat is de zee”. ”Ik ben de zee” denk ik. En ik blokkeer mijn eigen golven. Ik laat mezelf niet onder de spiegel gaan. Bang om te verzuipen. Dan neem ik mijn besluit. Ik trek mijn hakken aan. Vandaag reik ik hoger. De controle gooi ik even opzij. Niet al te ver weg want je weet maar nooit. Dan luister ik verder naar Trijntje “Wie neemt me mee. Wie durft te beginnen. Wie laat mij zien hoe mooi een mens kan zijn van binnen. Wie leidt de weg. Wie durft te voelen. Wie draagt het licht, wie heeft ’t zicht. Wie neemt mij mee?” en ik mijmer weg.