maandag 20 mei 2013

Twee kaarjes

Vandaag branden er twee kaarsjes. Als ik de glazen potjes pak en de kaarsjes er in zet, zie ik dat het ene potje net iets groter is dan het andere. Ik pakte ze niet bewust maar realiseer me hoe symbolisch ze daar staan. Even moet ik slikken en ben ik dankbaar dat mijn kids in huis zijn. Ik zeur niet over dat mijn dochter nog in pyjama op de bank hangt en ook mijn zoon die te lang in bad blijft liggen, laat ik met rust.

Als ik naar boven loop om achter mijn bureau te kruipen, steek ik nog een kaarsje aan. Voor haar. Ze zal het nodig hebben. Alle steun die ze nu krijgt, alle gedachten die naar haar uit gaan. Ze zal het zo hard nodig hebben. Ze zullen haar steunen en helpen. Maar in de kern is en blijft ze alleen. Niemand kan echt haar verdriet voelen, ook al hebben we zelf verloren. Ieder verlies is anders, niet te vergelijken, niet te bevatten.
Wijzende vingers gaan al weer rond. Het enige dat we doen kunnen, en dus doen we het massaal. Niets is zo erg dan machteloos toekijken. Niets kunnen doen. En nog erger is te bedenken of wij iets hadden kunnen doen om dit of elk ander drama te voorkomen. En dat is lastig. Daarmee kunnen we niet uit de voeten en dus kiezen we voor een andere weg; wijzen naar anderen. We wijzen naar daar waar fouten gemaakt zijn. En even vergeten we dat er daar waar die fouten gemaakt zijn, mensen werken. Mensen zoals jij en ik. Mensen die fouten maken. Want niemand van ons is perfect.
Ook zij zal zich afvragen; ‘wat had ik kunnen doen’. En ik hoop zo voor haar dat zij haar eigen handelen kan accepteren, een plekje kan geven. Zij is een moeder en moeders maken fouten. Dat weet ik als geen ander. Zo graag zou ook ik het perfect doen, maar helaas lukt het me niet. Mijn uiterste best is het beste dat ik naar boven halen kan. Maar als het om je kinderen gaat, weet je dat het eigenlijk nooit goed genoeg is. Van ze houden kunnen we. ‘Misschien ben ik te klein om jou groot te kunnen brengen’ hameren de woorden in mijn hoofd. En net als in het liedje van Guus heb ik twijfels over of ik het goed doe. ‘Alles wat ik zeker weet, is dat ik van je hou, en dat ik door het vuur zal gaan voor jou. En ik hoop dat dat genoeg is, want veel meer kan ik niet geven. Dan hele diepe liefde, alles voor jou.’
Duizenden mensen denken vandaag aan haar. Net zoals we de afgelopen twee weken dagelijks gedaan hebben. ‘Zekerheid is beter dan de angst’ maar hoe graag had zij niet vast gehouden aan dat kleine sprankje hoop. Want de hoop dat er misschien een wonder is, is beter te verdragen dan dat je kinderen er niet meer zijn. ‘Had ik maar… had ik toch maar niet…’Het is zinloos, maar zo menselijk. Zinloze gedachtes om zinloos geweld. Aangedaan aan twee kleine kinderen die nog een leven voor zich hadden. Die onbezorgd hadden moeten genieten van de zon en de regen. Die kattenkwaad hadden moeten uithalen en misschien nu ergens per ongeluk een voetbal over een hek of door een ruit hadden moeten trappen.
Die vanavond hongerig met vieze handen en een broek vol drek en groene strepen van het gras aan tafel hadden moetens schuiven, waar hun moeder gemopperd had waarom ze niet eerst even hun voetbalkleren aangedaan hadden in plaats van hun zondagse broek. Die na het eten in bad hadden moeten gaan zodat hun moeder ze vanavond schoon in bed een nachtzoen had moeten geven met een glimlach om haar mond. Gewoon omdat ze van hen houdt.
Ik kijk naar het kaarsje en in gedachten geef ik haar een knuffel. Wat je ook wel of niet gedaan hebt, meer kon je niet geven. Dan je hele diepe liefde. Ik wens je sterkte. Sterkte voor jou.