Posts tonen met het label goedkeuring. Alle posts tonen
Posts tonen met het label goedkeuring. Alle posts tonen

vrijdag 26 oktober 2012

Planetenruil; Mannen naar Venus en vrouwen naar Mars

Af en toe kijk ik stiekem toch op mijn telefoon. Niets. Teleurgesteld leg ik hem weg, nou ja naast me dan want dan zie ik het als er een whats app oplicht. Braaf hou ik me in. Iets sturen heeft geen zin, als dat zo zou zijn had ik al lang een berichtje gehad.

Dank komt er een e-mail binnen gestuurd door mijn schoonzus. ”Zussen” is de titel en geïnteresseerd lees ik het verhaal. Het gaat over een moeder die haar dochter verteld dat ze nooit haar zusters moet vergeten. “Hoeveel je ook van je man houdt” zegt ze "of van je kinderen, je zult je zusters altijd nodig hebben. En onthoud dat zusters alle vrouwen betekenen. Je vriendinnen, je dochters, je collega’s en al je vrouwelijke familieleden. Je hebt vrouwen nodig. Zo is dat met vrouwen”.
Vrouwen hebben vrouwen nodig. Ook mannen, maar vrouwen bespreken hun problemen met vrouwen. Mannen zijn anders. Als mannen ergens mee zitten trekken ze zich terug, sluiten ze zich op tot ze er uit zijn, leerde ik tijdens de voorstelling van Huub Stapel. En dan moet je ze vooral niet storen. Ik doe mijn best. Mijn best om ’t te begrijpen. Mijn best om hem te laten. Maar ondertussen begrijp ik er geen snars van en zou ik hem gewoon het liefst even omhelzen. Ik kom nou eenmaal gewoon van Venus.
“We geven wat we willen krijgen”, zei Huub tijdens zijn show en eigenlijk herkende ik er wel wat in. Ik en hoor het mezelf soms doen. Mannen en vrouwen zijn zulke verschillende wezens. We lijken uiterlijk maar ook innerlijk niet op elkaar. Zit daar de aantrekkingskracht. Is dat het misschien. En toch ben ik het die altijd zegt dat het zo fijn samenwerken is met mannen. Je kunt elkaar zo heerlijk aanvullen. Maar hoe anders is dat als je gevoel met je aan de haal gaat.
En dan vraag ik me af waar het “fout” gegaan is. Waar zijn die twee wezens van zulke verschillende planeten ineens samen op de aarde terecht gekomen. Want Mannen komen van Mars en vrouwen van Venus. Hadden Venus en Mars niet een tijdje wat dichter bij elkaar kunnen hangen, een tijdje kunnen latten of zo? Had dat het een en ander niet wat makkelijker gemaakt? En kunnen we niet gewoon aan planetenruil doen?
“In de oertijd gingen de mannen jagen” zei mijn collega tegen mij toen we het hadden over mannen versus vrouwen. “Ze moesten verder weg kijken en gingen niet naar huis terug voor er wat te eten was om mee te nemen”. “De man gaat van A naar B” zegt ook Huub “en daar moet je hem vooral niet bij storen. Niets zeggen, niets vragen. Als hij bij B is, is hij er weer voor jou”. “Als de man terug komt van het jagen” vervolgd mijn collega” dan neemt hij wat te drinken en staart hij in de avond uren in het vuur en overdenkt zijn leven”. Als ik hem aan kijk zie ik hem mijmeren. Mijn collega had het vast prima gedaan in de oertijd.
De vrouw daarentegen zorgde vor het huis en de kinderen. Ze hoefde geen route te bepalen en daardoor zijn ze nu nog altijd de weg kwijt. Ze bleef dicht bij huis en maakte schoon terwijl ze met het andere oog de kinderen in de gaten hield. Ze zorgde voor de sfeer en al het randgebeuren. En primair doen ze dat nog. Er is alleen zoveel bijgekomen. We moeten en moeten zoveel. En daar denken we dat we elkaar begrijpen, dat we hetzelfde zijn of het zelfde willen. Maar mannen komen van mars.
En zo komt het dat zij zorgzaamheid nodig heeft en hij vertrouwen. Zij begrip en hij acceptatie. Zij wil respect en hij wil waardering. Zij heeft bevestiging nodig en hij goedkeuring. Zij snakt naar geruststelling en hij wil aanmoediging. Mannen; vrouwen willen horen dat je van ze houdt, dat je ze mooi vindt en lief. Vrouwen: laat ze met rust die mannen, geef ze dat vertrouwen en moedig ze aan. Hoe moeilijk het ook is. Maar bedenk op vakantie passen we ons ook aan, aan de cultuur en de gewoontes. Dus laten we eens een week op de andere planeet op vakantie gaan.

maandag 1 oktober 2012

Liefde op het eerste gezicht

Verkocht, volledig ingepakt, tot over mijn oren verliefd. Ik geef het toe. Hij ligt naast me en kijkt me met smekende ogen aan. Toe nog één knuffel…..……

Al vanaf de eerste keer dat ik ze zag was het raak. Haar zag ik het eerst. Tante Truus. Een lieve donkere kat die zoals dat bij katten eigenlijk wel hoort, alle touwtjes in handen heeft. “Ze kan nog wel eens moeilijk zijn”, had hij mij gewaarschuwd. “Ze duld niet iedereen in haar buurt”. Dus was ik aardig voorzichtig toen ze binnenkwam. Hmm zou ik wel in de smaak vallen? Als het maar goed zou gaan. Een soort van op audiëntie komen. Niet bij de ouders op de bank om eens aan alle kanten bekeken te worden maar de poes die eens bekijkt of ik wel in “de familie” mag komen. Voorzichtig kwam ze naar mij toe. Even aftasten wat voor vlees ze in de kuip had. Een eerste aai en nog een. En al gauw bleek dat ik haar goedkeuring had.
Hem had ik nog niet gezien. Hij was de hort op. Buitenspelen. En dat snap ik want zij zwaait de scepter in huis. Dus neemt hij het er maar van en struint de buurt af. Zij vindt het prima, want het huis is haar domein. En het is wel prima als hij de deur uit is. Een soort van ouderwets huwelijk hebben ze. Geeft hij zijn mening, snauwt zij hem kort maar duidelijk af. Het soort relatie die het goed doet in een mop ’s avonds in het café. Heel kort zag ik hem die middag boven, maar daarna was hij weg en zag ik hem niet meer. Overdag niet en in de avond niet.
Maar toen ik moe in bed lag, was hij er ineens en vleide zich naast me neer. Meneer Karel. Een geweldige rode kater met zachte witje voetjes alsof hij net door een laagje verf gewandeld is. Zijn ogen staan vriendelijk en hij ligt languit tegen mij aan. Ik aai hem en hij vind het prima. Als ik even stop om mijn haren uit mijn ogen te vegen, duwt hij zijn kop tegen mijn arm. Zijn ogen zeggen: “dooraaien.” Bij hem is er niet veel nodig, wij zijn vrienden. Liefde op het eerste gezicht.
Ook de volgende keren als ik er ben, komt hij direct langs mijn benen strijken en klimt hij als het kan op schoot. Ik mag hem aaien, optillen, kriebelen. Maatjes zijn we, door dik en dun. Maar zo moeilijk is dat ook niet, hij is een allemansvriend. Echt gevleid voel ik me als zij bij me komt zitten. Als zij mijn aandacht trekt door gewoon over het toetsenbord te lopen als ik aan het typen ben. Als ze in mijn nek kruipt als ik op de bank zit. En als ze zich heel gewillig laat aaien en duidelijk is dat niet alleen ik, maar ook zij grenzeloos geniet. Jawel hoor, ik heb het voor elkaar. Niet alleen met meneer Karel ben ik twee handen op een buik, ook door tante Truus ben ik volledig geaccepteerd. Opgenomen in “de familie”. Pff onze relatie heeft het eerste obstakel gehaald.
Als ik die nacht in bed lig en Meneer Karel me voor de 2e nacht probeert wakker te houden omdat hij het zooo gezellig vindt, zeg ik vermoeid: “ik vind je lief hoor Kareltje maar ik ga echt slapen”. En toch stiekem, zonder dat ik zelf echt doorheb, aai ik hem. Half slapend denk ik “Ik geef het toe; verkocht, volledig ingepakt, tot over mijn oren verliefd.”