donderdag 23 augustus 2012

Het zwarte schaap

Eigenlijk wil ze niet. Je ziet haar aarzelen. Opgejaagd heeft ze geen andere keuze. Daar gaat ze. In het begin nog voorzichtig maar terug is geen optie want daar staat hij. Hij die haar aan het opjagen is. Even zie je de paniek in haar ogen, dan ziet ze de anderen, daar aan de overkant. Ze zwemt. Vol overgave zwemt ze naar hen toe. Als ze aan de kant komt en naar boven klautert, nemen ze haar gelijk weer op in hun midden. Ze voelt zich veilig, veilig terug in de kudde. Hij draait zich om en loopt weg. Zijn werk zit er op.  Zij is, hoe symbolisch, een zwart schaap. Hij is de hond die leert hoe hij de kudde bij elkaar moet houden. Even was zij de weg kwijt, maar nu is ze weer veilig.

Aan de kant zit een meisje op een hek. Ze kijkt wat er gebeurd. Grote ogen volgen aandachtig het ritueel.  Nog onbevangen zit ze daar. De symboliek van “het zwarte schaap” dat “de weg kwijt is” ontgaat haar volledig. Het zegt haar niets. Haar kan namelijk niets gebeuren. Achter haar staan haar moeder en haar moeders nieuwe vriend. Ze leunt naar achteren en voelt twee lichamen die haar opvangen. Haar kudde.
Voor haar moeder is het anders. Zij kent het gevoel van het zwarte schaap en leeft intens mee terwijl het dier zich geen andere keuze weet dan “het diepe in te gaan”. Net als het schaap was ook zij de weg kwijt. Opgejaagd liep ze de verkeerde kant op, weg van haar gevoel. Ze wist dat de kudde er was maar ze waren uit beeld. Anders dan het schaap liep zij geen 5 minuten maar jaren daar aan de overkant in een andere kudde. Tot ze zich zo opgejaagd voelde dat ze uiteindelijk het water in ging. Maar zij ging niet alleen. Ze nam haar deel van de kudde mee. Het andere deel moest ze achter laten. Dat was waarom ze zolang daar gebleven was. Het moeten loslaten van een deel van de kudde. Een deel dat niet van haar was. Maar nu is ze weer aan deze kant. Veilig op het droge met haar schapen. Ze blijft het zwarte schaap in de familie maar ze is terug. Terug in de grote kudde. Ze leken uit beeld maar al die tijd stonden ze daar op haar te wachten. Om haar weer op te nemen in hun kudde.

Nu heeft ze hem gevonden. Hij jaagt haar niet op. Bij hem voelt ze zich veilig. Ze vertrouwt haar schapen aan hem toe. Het geluk lijkt haar weer toe te lachen. Maar een beetje bang is ze nog wel. Zullen ze hem opnemen in de kudde. Zullen ze haar opnemen in zijn kudde.
Dan voelt ze zijn armen om haar heen. Haar schaapje leunt naar achteren tegen hen aan. Geluk overvalt haar. Zij hebben nu hun eigen kudde. Een kudde die de komende jaren groter zal worden. Misschien met nog meer schaapjes? Of met schaapjes van hun schaapjes?

Mijmerend met een glimlach op haar gezicht kijkt ze naar het prachtige sterke en gelukkige zwarte schaap, daar midden in de kudde.