zondag 26 augustus 2012

Ineens is het er weer

Ineens is het er weer. Hard en onaangekondigd. Ineens overvalt het haar weer. Dat rare nare gevoel; de angst. Ze staat in de keuken. Ze voelt zich misselijk worden, de wereld om haar heen begint te draaien. Ze krijgt een onbedwingbare drang om in huilen uit te barsten. Met moeite kan ze haar  tranen bedwingen. Het kan niet, het mag niet. Zo meteen komt haar dochter terug met de hond. Ze mag haar niet zien huilen. Ze mag haar “nergens op gebaseerd gevoel” niet overdragen. Ze moet sterk zijn.  

Gisteravond waren ze thuis gekomen, thuis van de vakantie. Eigenlijk haar vakantie en die van de kids. Maar voor haar gevoel was het hun eerste vakantie. Ook al had hij moeten werken, hij was er bijna elke dag geweest. Overdag had ze met de kinderen genoten van de rust, van het niets moeten, van af en toe bezoek en vooral ook van elkaar. Laat in de middag begon ze dan met rustig het eten voorbereiden. Het was lang geleden dat ze daar zo van had kunnen genieten. De meeste dagen is het snel snel en het leuke van koken was in de loop van de tijd weggezakt. Nu kon ze weer rustig nadenken, marinades maken en heerlijk buiten alle voorbereidingen treffen. Dat de lol van het koken niet alleen in de rust zat, wist ze natuurlijk ook wel. Het eten koken voor degene die je lief hebt is altijd veel leuker. En natuurlijk houdt ze vreselijk veel van haar kinderen maar met hem erbij is het anders, net even leuker. Gek wat liefde en verliefd zijn met je doet. In de avonden had ze de meeste tijd van hem kunnen genieten. Gewoon van dat hij er was, daar bij haar en bij de kinderen. Hij hoorde er al helemaal bij. De kinderen accepteerden hem onvoorwaardelijk en daar kon ze enorm van genieten.

Vanochtend was hij vroeg op gestaan, zoals de meeste ochtenden. Zij had nog even liggen doezelen in bed. Nu had ze hem net gedag gezegd. Ze hadden elkaar vast gehouden en gekust. Voor het eerst zouden er een paar dagen voorbij gaan voor ze hem weer zag. Niks ernstigs. Vandaag zou hij met vrienden op staan gaan en morgen moest hij een aantal privé zaken regelen. De auto reedt weg. Ze zwaaide hem na en ging onbevangen naar binnen.  Pakte wat kopjes van het aanrecht om ze in de vaatwasser te zetten en toen ineens wat het er dus. Dat angstige gevoel dat ze hem kwijt zou raken. Als in een droom, een nachtmerrie vlogen de gedachten door haar hoofd. Een nachtmerrie waarin je beseft dat het een nare droom is die je wil stoppen, wakker wil worden, maar niet kunt. Ze spookten maar door haar hoofd, flitsen en in een razend tempo. Boze nare gedachten. Als kleine duiveltjes. Wat als hij zich bedacht. Wat als hij een heel gezin toch te druk vond en wat als hij morgen zijn ex zou zien en ze er achter kwamen dat het nog niet voorbij was. Dat ze er toch graag voor wilde vechten. Hij had tenslotte zielsveel van haar gehouden. En zij was de moeder van zijn dochter. Verdriet had hen uit elkaar gehaald. Maar misschien was er gewoon een time-out nodig om te beseffen dat het houden van niet gestopt was. Ze elkaar kwijt geraakt waren in hun tocht met een gezamenlijk doel. Wat als ze morgen besefte dat ze toch samen verder wilden. Hoe mooi zou dat eigenlijk zijn. Ze schrok niet eens van deze gedachte. Want ze hield van hem en wilde dus niets liever dan dat hij gelukkig zou zijn. Maar heel diep van binnen sprak een klein egoïstisch duiveltje…. “maar dan dus wel gewoon met jou”.  “Nee!” ze wilde zich zelf toespreken. Zo is liefde niet. Als je van iemand houdt, kun je loslaten, de ander gelukkig laten worden ook al doet jou dat pijn.

Onder al die gedachte was ze hard aan de slag gegaan. Maar de boze duiveltjes in haar gedachten wilden maar niet verdwijnen. Opruimen, stofzuigen…  alsof ze alle sporen wilde uitwissen. Als in een trance pakte ze de bloemen die ze de eerste dag van hem gekregen had uit de vaas en gooide ze in een beweging in de vuilnisbak. Het vieze stinkende water spoelde ze weg. Daarna liep ze er zonder er bij na te denken terug naar de vuilnisbak en pakte de bloemen er weer uit. Voorzichtig probeerde ze de rozen uit de bos te halen in een poging dit eerste tastbare gevoel van de liefde voor haar te kunnen bewaren. Maar alle blaadjes lieten los en vielen uiteen in haar hand. Ademloos keek ze naar de losse blaadjes. “Als los zand” dacht ze, en herinnerde zich het gedicht dat ze eens lang geleden schreef. Lang geleden toen ze besefte dat ze zich zelf was kwijt geraakt. Tranen biggelden over haar wangen.  

Als ze boven komt ziet ze een bericht op haar telefoon. “Ik hou van jou omdat jij jij bent” staat er. Opnieuw komen er tranen in haar ogen. Een zwaar gevoel valt van haar af. “Dank je, lief” schrijft ze terug, “had ik inderdaad even nodig”. Ze staart voor zich uit en zucht. Vertrouw nu maar, zegt een stemmetje in haar hoofd. Laat los en vertrouw. Het duiveltje heeft plaatsgemaakt voor een klein lief engeltje. “Wees niet bang” schrijft hij even later. Het is alsof hij haar gevoel, haar gedachten kan lezen. “Ik doe mijn best”, schrijft ze, “Ik probeer los te laten en te vertrouwen. Te vertrouwen op onze liefde”. “Vertrouw maar” antwoord hij haar, “vertrouw maar op ons, op mij. Probeer het, ik snap dat het lastig is, maar ik ben echt niet zomaar weg.” Drie kruisjes als kusjes sluiten het bericht.

Ze zucht en probeert opnieuw los te laten. Los te laten en te vertrouwen, hoe moeilijk dat ook is.