dinsdag 18 september 2012

De tijd heelt niet, maar verzacht wel

“Tijd heelt alle wonden” De woorden staren me aan vanaf het schoolbordje in mijn keuken. Ik heb ze zelf daar opgeschreven afgelopen vrijdag, toen iemand die me erg dierbaar is het moeilijk had. Hol en leeg staren de woorden me nu aan. “Wie houdt wie voor de gek” lijken ze uitdagend tegen me te zeggen. Alsof jouw wonden in de tijd geheeld zijn. Ze lachen, een harde schelle holle lach. Ik deins achteruit. Met grote ogen staren ze me aan……. Jij weet toch wel beter of niet dan? Doen alsof de tijd de wonden heelt…..
Gelijk hebben ze. Tijd geeft de wonden hooguit een dun laagje, een dun vliesje. Ogenschijnlijk geheeld. Maar durf niet te veel te buigen, je te stoten of te vallen. Want pats! Open. En dan kun je weer opnieuw beginnen. Je probeert te stelpen, te sussen, pleistertje en je hoopt tegen beter weten in dat het na een paar dagen beter is. Tijd. Wat nou tijd. Boos veeg ik de woorden uit. Wat heelt alle wonden, niks heelt de wonden. De wonden blijven, en als ze al helen zijn de littekens voor altijd zichtbaar. Is het niet voor een ander dan toch wel voor je zelf.
Eenendertig hechtingen en nu nog een litteken dat prijkt op mijn rechterbeen herinnert me aan het fietsen in een parkje. Uiteraard mocht je daar niet fietsen maar zelfs ik die altijd lief en braaf was, deed op die leeftijd wel eens iets dat niet mocht. De paadjes tussen de kruiden die daar geplant waren, lokten ons op een uitdagende lokkende manier. En dus fietsen wij achterelkaar de rondjes om de bieslook, tijm en andere geurende kruiden. Leuk was het, lol hadden we. Tot mijn vriendinnetje  probeerde mij in te halen en ik uit moest wijken en in de prikkeldraad terecht kwam. Voor altijd getekend. Nog zie ik de grote naalden van de verdoving en de lichten in het ziekenhuis. “Dat kunnen we niet mooi hechten mevrouw” sprak de arts mijn moeder toe en mijn moeder haalde haar schouder op. Wat moest ze er van zeggen. Ze had trouwens wel andere problemen aan haar hoofd. En ach, de eerste jaren was het heel duidelijk zichtbaar, blauw zelfs in de winter. Maar ach, het zit er nu al zo’n dertig jaar en eerlijk gezegd weet ik niet meer ander. En dat is nou het gekke. Het zijn niet de zichtbare littekens die zo pijnlijk zijn. Die wonden zijn genezen. De angst voor prikkeldraad echter blijft. Het zijn de andere wonden die niet helen. De onzichtbare wonden die van binnen zitten. Die helen niet. Nooit.
Het zijn er heel wat. In de loop van de jaren had ik misschien beter een dokterspraktijk kunnen beginnen in het soort wonden die niet helen. Die je leven lang open blijven gaan. Ervaring heb ik er namelijk inmiddels genoeg in. En ach, het is niet dat het je leven totaal beheerst maar het is er wel. Altijd. Ik ben een grote meid, kan voor mezelf zorgen en ook nog eens voor mijn kinderen. Ik zie zelfs tussen alles door de leuke dingen van het leven en kan genieten. Tomeloos, grenzeloos genieten van de kleine cadeautjes van het leven . Zo op het eerste oog heb ik niets te klagen en dat doe ik dan ook niet. Maar zoals ieder huisje heeft ook dit een kruisje. De wonden die niet helen.
Ik lees mijn tekst nog eens door. Gezegend ben ik dat ik het kan schrijven. Schrijven, dat heelt nog eens wonden. Heerlijk alles van je af schrijven en als je er dan af en toe achter komt dat je teksten ook nog andere helpen ben je helemaal rijk in mijn ogen. Wat een cadeautje is dat, wat kun je je dan intens gelukkig voelen, nuttig op deze aardbol.
“Tijd heelt niet alle wonden”, denk ik. “maar de tijd verzacht ze wel. Dat wel.” Lopen doe je met vallen en opstaan en ik hou niet van de rechte wegen. Ik loop niet in de pas, nooit gedaan. Makkelijk was ik dat wel, luisterde naar mijn ouders en was bijna altijd op tijd thuis. Maar toch liep ik niet in de pas. Want met in de pas lopen leer je niet echt lopen, leer je niet om te leven. Ik kijk naar mijn wonden. Mijn innerlijke wonden en draai me voorzichtig om zodat de dunne vliesjes ze voorlopig nog even heel houden. Dan pak ik het krijtje bij het bordje en schrijf “Tijd verzacht alle wonden”… Tevreden leg ik het krijtje neer en ga aan het werk.