woensdag 19 september 2012

De regels van de weg

“Vandaag hoor ik er ook bij” denk ik terwijl ik de rijen auto’s voor me zie. “Vandaag voeg ik me tussen alle andere onbekende in een nog net niet file”. “Vandaag hoor ik er ook bij, bij alle files die elke dag genoemd worden op de radio”
Het is nog maar net 6 uur geweest als ik de auto instap om richting mijn eerste afspraak te gaan.  Als ik start gaat vanzelf de radio aan maar op een voor mij onbekende zender. Heel soms heeft mijn auto een eigen leven, een geheel eigen wil. Terwijl ik de straat uitrij bedenk ik mij dat de jaren 80 muziek die de luidspreker uitkomt wel een aangename afwisseling is. Ik ben als altijd verbaasd hoeveel mensen er op dit krankzinnige tijdstip al onderweg zijn. Maar ja, hoe krankzinnig het tijdstip ook is, ook ik zit in de auto en rij richting de snelweg. Rijden in ons dorp (zoals ik onze stad steevast noem) heeft op dit uur wel iets gemoedelijks. Een net ontwakende stad, de lucht nog net een beetje donker en de lantarenpalen die nog licht afgeven.  Het is alsof je de stilte kunt horen.
Anders wordt het als ik bij de stoplichten rechtsaf draai en de snelweg op rij. Op de snelweg is het anders, gelden andere regels. Op de snelweg ben je anoniem. En anonimiteit schijnt wat te doen met de medemens, in elk geval met de autorijdende medemens. Op de snelweg rij je niet alleen sneller maar is alles sneller. Je denkt sneller, schakelt sneller om dan vervolgens natuurlijk helemaal niet meer te schakelen en vooral vol speed recht vooruit te gaan. Verder haal je sneller in, zet je je radio sneller harder en soms denk ik dat ze op de snelweg zelfs sneller geïrriteerd zijn. En op de snelweg hebben BMW’s blijkbaar altijd voorrang en is het een doodzonde om te denken dat je voor ze in zou kunnen voegen. Ik schik me in mijn lot van mijn “kleine” auto en laat de BMW hoffelijk voorgaan.
Ik was wat laat, te lang in bed gelegen. Want op de ochtenden dat je er vroeg uit moet, is je bed altijd net even iets warmer en uitdagender. Twee armen hielden mij gevangen en mijn kussen smeekte me om nog een keer op de snooze knop te drukken. Onder het tandenpoetsen had ik daar natuurlijk spijt van maar bedacht ik me dat het vroeg was en ik dus toch lekker door zou kunnen rijden. Ik zou het halen. Met gemak.
Maar eenmaal op de snelweg is niets minder waar. Ik voeg in in twee dikke rijen van auto’s. De rode achterlichten maken een lange sliert zover als ik maar kijken kan. Het bordje met dat ik op dit tijdstip 130km per uur mag rijden lacht me hier naast de snelweg recht in mijn gezicht uit. ”Leuk bedacht van je vanmorgen maar vandaag even niet.” Mijn hoop dat 140 ook wel zou lukken is met één klap de grond in geboord.  Hoger dan 80 a 90km per uur komt mijn snelheidsmeter niet.  Op de radio klinkt “Papa” van Stef Bos en even verdenk ik hem ervan deze zender met opzet te hebben uitgekozen. Behendig voeg ik links in en ondertussen vis ik met één hand de lippenstift uit mijn tas en gooi wat kleur in de strijd.
Om het geheel compleet te maken besluiten ze boven ook nog een keer dat het echt nog een tikkeltje dramatischer kan en zie ik grote druppels op mijn voorruit verschijnen. In een sloom tempo zet in mijn ruitenwisser aan om die na een luttele seconde toch maar wat harder te laten werken. Vanuit mijn ooghoeken probeer ik de tijd te zien. Redden doe ik het niet meer, dus die stress geef ik maar op. Wat niet is, is niet. Het is algemeen bekend dat je voor zeven uur de polder uit moet zijn, wil je niet in de file belanden en meer stil staan dan dat je aan het rijden bent.  Maar dat was zeven uur, mijn klok staat nog niet eens op half zeven en voor mij zijn de auto’s toch echt aan het remmen. Ik pas mijn tempo aan en even sta ik bijna stil. Ik kan het niet laten en vraag me af wat al deze mensen beweegt om al voor half zeven in de auto te zitten.
De radio verrast me met een vergeten jaren 80liedje en ik zing gedachteloos mee. Behendig verwissel ik van de rechter naar de linker rijbaan en weer andersom. Op de snelweg mag dat. Ik neurie zachtjes mee en voel me op en top relaxed. En mocht ik te laat zijn…. Dan kan ik klagen en zeuren over het verkeer. Over hoe druk het was en over de file. Vandaag mag dat, want vandaag hoor ik er bij.