woensdag 5 september 2012

Tussen 11.30 en 13.00 uur

Hij slaat zijn armpjes om haar heen en drukt zich tegen haar aan. “Ik heb je gemist “ zeg ze. “Ik jou ook” zegt hij en knijpt zijn kleine armpjes nog steviger om haar heen. Je ziet ze beide genieten. Een heerlijke knuffel is het toch, denkt ze. Maar wreed wordt hij opzij geduwd. Zij wil er ook bij want zij heeft haar ook gemist. En zo knuffelt ze die eerste dag wat af. Zes hele weken vakantie hebben ze elkaar moeten missen. Ze voelt zich gelukkig. Wat heerlijk om te merken dat ze haar zo gemist hebben.
Hij is nog maar klein, net over gegaan naar groep 3 en hij moet altijd even knuffelen. Het meisje laat haar meestal niet meer los en zou het liefst met haar mee naar huis gaan. Dat andere jongetje vinden de meeste lastig, hij is brutaal. Maar zij vraagt zich af hoe menig volwassene zich zou gedragen als ze in korte tijd zowel hun vader als hun moeder zouden verliezen en opgroeien bij een tante, gescheiden van broertjes en zusjes. Ook dat meisje daar vinden ze moeilijk om mee om te gaan, maar zij heeft respect voor haar. Haar zusje is ernstig ziek geweest en moeder is alleen. Het meisje overleeft, is lang geleden gestopt met kind zijn.  Inmiddels heeft zij het vertrouwen gewonnen en luisteren ze naar haar. Ja is ja en nee is nee. Met haar valt niet te spotten maar wel te knuffelen.
Ze hebben allemaal hun eigen verhaal en allemaal behoefte aan aandacht. Voor sommige kinderen is het meer dan alleen maar even je broodje eten tussen de middag. Ook vandaag, dag twee na de vakantie is dat weer duidelijk te merken. Er is een nieuw schoolplein. Nou ja helemaal nieuw is het niet maar anders zeker wel. De hekken zijn weg. Het is een groot één groot speelparadijs tussen twee scholen geworden. En daarin moeten ze als “overblijfjuffen” opnieuw onze weg vinden. En zij moet de regels opstellen want zij is de coördinator.  Ze heeft de leiding over de overblijf op beide scholen. Zij maakt de afspraken met school en is het aanspreekpunt. Maar zij vindt het belangrijk om te voelen wat er gebeurd en dus is ze er regelmatig te vinden. Het zijn niet veel kinderen, per school zo’n 15 tot 20 kinderen die elke middag op school hun broodje eten in plaats van thuis. En de overblijfjuffen zijn vrijwilligers. Ooit begon het met moeders maar inmiddels zijn het ook vaders, oma’s, tantes of leidsters van kinderdagverblijf. Ze verdienen wat bij maar ze doen het vooral voor de kinderen. Want van de 9,- die je krijgt voor 2 uur op school bij de kinderen zijn, wordt je niet rijk.
Vorige week had ze de nieuwe roosters gemaakt. Ze hoopt dat ze snel nog wat extra mensen kan inzetten. Het team is leuk, daar ligt het niet aan. Maar als er iemand ziek wordt hebben ze een probleem. Gisteren heeft ze alleen maar gekeken. Gekeken hoe het ging. En vandaag draait ze vol zelf mee. Ze zit op de tafeltennistafel buiten. Twee meisjes spelen in het huisje. Het jongetje zegt dat hij ze gaat vangen en opeten. “Hmm lekker” zegt ze “een broodje Melanie met mayonaise, dat lust ik wel”. Hij kijkt haar aan en begint te lachen. “Ja letter” zegt hij. “Of zal ik een broodje Bryan nemen? “ vraagt ze, “een broodje Bryan met ketchup”. Ze kietelt hem en hij schatert het uit. Naast haar klautert een klein brutaal mannetje op de tafel en komt bij haar zitten. Hij wil ook mee doen, ze ziet het aan zijn ogen. “Of neem ik een broodje met Peter met satésaus” ze kijkt hem aan, zijn ogen glanzen. Ze slaat een arm om hem heen. Ondertussen zien haar ogen de deugniet van vandaag naar een plek lopen waar ze niet heen mochten. “Kom eens gauw terug” zegt ze streng. Hij kijkt haar uitdagend aan. “Ik tel tot drie” zegt ze dan en binnen de 3 tellen staat hij voor haar. “Wat hadden we afgesproken?” vraagt ze hem. Hij haalt zijn schouders op. “Tot waar mag je komen?” vraagt ze geduldig verder. Ze ziet dat hij het best weet. Mag je verder dan daar, wijst ze aan. Schuldig schudt hij zijn hoofd. “Niet meer doen hoor” waarschuwt ze hem. Hij slaat zijn ogen neer en gaat dan ergens anders spelen. Ze weet dat ze hem nog minstens één keer terug zal moeten halen.
Aan de andere kant staat een meisje te springen. Als ze eenmaal naast haar op de tafeltennistafel zit, legt het meisje d’r hoofd op haar schoot. Wat een geluk heb ik toch bedenkt ze, en geniet even in het zonnetje. Dan ziet ze Meester Jaap het plein op komen. Het is 13.00 uur. De kleuters moeten verzameld, alle anderen kinderen komen nu ook langzaam het plein op, het is bijna tijd. Tien minuten later loopt ze met een van de kleinste aan de hand het schoollokaal in. Het meisje laat vol trots haar nieuwe sticker op haar stoeltje zien. Ze bewonderd de sticker, wenst haar veel plezier vanmiddag en zwaait haar bij de deur nog even gedag. Het meisje zwaait terug net als de andere kinderen nog even zwaaien naar hun mama. Maar zij is niet haar mama, zij is de overblijf. Zij is hun steun en toeverlaat tussen 11.30 en 13.15 uur.