zaterdag 8 september 2012

“De Grootste Elektrische Proefrit van Nederland”

“Het is een automaat” zegt ze. De versnelling of hoe je dat noemt bij een automaat, staat in de P, van parkeren denk ik. “De R is van…… “Racen“ roep ik, altijd zoekend naar andere woorden om de dingen op een grappige manier te onthouden. Ze begint te lachen, “Nee niet van racen” zegt ze “het is de achteruit”. Ik zie direct het “achteruitrijden” van Ter Land Ter Zee en in de Lucht voor me. Helaas is dat dan weer niet de bedoeling.
Ik ga meerijden met Neeske, een zakenrelatie van me die gevraagd is om mee te doen met de “De Grootste Elektrische Proefrit van Nederland”. Rijden in een auto met een stekker dus. Georganiseerd door de ANWB. Als de bel gaat en ik de deur open doe, zijn er al 2 kinderen die achter me staan te springen. Ze weten wel wat ik ga doen maar nieuwsgierig als ze zijn, moeten ze er toch meer van weten. Eén van de 2 kan het niet laten om toch te vragen of ze niet even mee kunnen rijden. En ja hoor, van Neeske mogen ze het eerste rondje mee. Tjonge wat zijn ze ineens snel met slippers aan doen. Als er gevraagd wordt wat ze van de auto vinden roepen ze enthousiast “Cool , vet gaaf en dat soort moderne woorden”. En dat is natuurlijk mooi want zij zijn de toekomst, de toekomst waarin auto’s als deze niet meer weg te denken zijn.
Ze legt me uit dat er ook in de auto gefilmd gaat worden. Ik vind het allemaal prima en hoop dat we wat leuks te melden hebben onderweg. “Steek de sleutel maar in het contact” zegt ze, ”en draai maar om,  nee nog verder”. Ik doe wat ze zegt en wacht eigenlijk onbewust op het bekende geluid waarbij je weet dat je de auto aan het starten bent. Er gebeurt niets. Vragend kijk ik naast me. “Als het lichtje READY brandt” zegt ze, “is de auto gestart”. Ze ziet mijn verbaasde gezicht en moet lachen. “Je kan rijden hoor”. Ik zet hem in D, wat ik voor het gemak doorrijden heb genoemd en rij de straat in. Ze vraagt me waar ik heen wil. “Italie?” vraag ik maar ook dat is net als het achteruitrijden geen optie. Verder heb ik geen idee. Laten we maar zien waar we uitkomen. Ik ga dus lekker op mijn gevoel, mij het meest vertrouwd, en reken er op dat ik daarmee de leukste dingen onderweg ga mee maken.  Nog voor ze de camera aan heeft staan zien we al een ANWB auto. Jammer, die flitsende reclame opname hebben we dan net gemist.
Ik vertel dat ik vanavond even heen en weer naar Eindhoven moet. “Hoe ver is dat?” vraagt ze. “140 km” zeg ik. Dat lukt dus net heen met deze auto. Daarna moet je dan opladen. Ik bedenk me dat dat het eerste nadeel is. Italië wordt dus een lange reis. Dan denk ik aan de keren dat ik voor een brug moet wachten en hoe lekker dat soms is. Momentje rust voor je zelf. Naar Eindhoven zou dus worden ; heen rijden, ergens opladen en ondertussen koffie drinken, column schrijven en op je gemak weer terug. Klinkt alweer een stuk beter. Ach ja, het is dus maar net hoe je het bekijkt”.
Als vanzelf komen we in de Oostvaardersplassen terecht. Nu heb ik wel iets met dat gebied  maar dat terzijde. Ik bedenk me dat het goed past bij de auto. De natuur, het stille van de auto etc. Ze zouden eigenlijk alleen maar dit soort auto’s in het gebied toe moeten staan. Zie je het al voor je aan het begin van de weg “alleen voor elektrische voertuigen”. Als we het wildrooster over zijn, zien we aan de rechterkant een kudde dieren. Ze kijken niet eens op. Even verder op, en ja uiteraard als de camera net uit staat, komt er een dier de weg op. Dat het ons niet hoort is wel duidelijk. Het blijft midden op de weg eens rustig staan. “Nou lekker dan” zeg ik. “meestal schrikken ze van auto’s en zijn ze zo weg. Maar deze niet, nee logisch met een auto zonder geluid”.  Dan ziet het beest blijkbaar in zijn ooghoek iets bewegen en loopt sloom verder. Ik haal opgelucht adem, duw langzaam het gaspedaal weer in en we rijden door.
Doorrijden naar Almere lijkt me een beetje teveel van het goed, dus sla ik links af. We rijden nu midden tussen de windmolens en ook hier voel ik me prima op mijn gemak met deze auto. We passen goed in dit landschap van duurzaamheid. Zelfde geluid van wind. Mooie combi dus.
Als we terugrijden zie ik onderweg een tankstation. Dat roept vragen op. Neeske legt geduldig uit hoe het allemaal gaat met dat opladen. Ik bedenk me dat het wel handig is. Gewoon ’s avonds dus even aan denken; mobiel aan de oplader, auto aan de oplader. Niks meer tanken onderweg, geen zoete chocolade verleidingen, hooguit een prettige rustpauze bij lange ritten. Ik voel er wel wat voor.
Bijna bij huis als we de wijk inrijden, rijdt er een klein jongetje op een fietsje voor me. Uiteraard midden op de weg. Ik bedenk me dat zijn moeder hem wel eens mag leren dat hij beter aan de kant kan rijden en moet opletten.  Allemaal leuk die 30km zones maar alleen op de weg ben je natuurlijk nooit, het gevaar blijft. Hij hoort ons duidelijk niet, op een gegeven moment kijkt hij om en schrikt ervan dat er zomaar een auto achter hem rijdt. Hij had dus duidelijk echt niets gemerkt. Puntje van aandacht dus dat geluid.
Eenmaal thuis laat Neeske aan de twee enthousiaste kids nog even de oplaadsnoeren zien en mogen ze proberen hoe dat werkt. Daarna krijgen ze de keuzegids Elektrisch autorijden.
Een uur later als ik weer in de auto zit om de kinderen naar Eindhoven te brengen, besef ik eigenlijk pas hoe stil zo’n elektrische auto is. Ik zet de radio dus maar harder en besluit dat ik de voordelen dus wel zie en duidelijk voor ben. Voor het rijden in een elektrische auto.