zondag 28 oktober 2012

Mooie jaloezie

Terwijl ik het lees bekruipt me een soort van jaloezie. Ik stop en twijfel aan mezelf. Ik jaloers? Dan lees ik het nog eens en is het gevoel er weer. Niet omdat ik wil ruilen. Ze bestaat waarschijnlijk niet eens en anders kent hij haar niet echt. En toch overvalt ’t me, dit rare gevoel.
 
Het bekruipt me soms ook als ik een liedje hoor. Het is de tekst. Of misschien de stem of een combi? Ik denk vooral de tekst. Woorden van liefde of van verlangen. Van spijt of van hoop. Woorden over een vrouw waarvan de zanger zo zielsveel houdt. Je hoort het gewoon. In de woorden, in zijn stem. Ineens is het gevoel er dan. Dat er zo van je gehouden kan worden. Dat er iemand de moeite doet om voor of over jou een lied te schrijven.
Dan vraag ik me af of ze bestaat. Of ze weet dat het over haar gaat. Dan vraag ik me af of het de liefde van de tekstschrijver is of het verlangen van de zanger. Of heeft hij misschien wel een hele andere vrouw voor ogen als hij zingt en zijn hele gevoel in de woorden, de zinnen, de tonen legt. Of is het enkel maar het schrijven van gebakken lucht.
Het is dezelfde soort jaloezie die me overvalt als ik twee oude mensen vol liefde naar elkaar zie kijken. Als ik zie hoe zij zijn kopje thee neer zet met het koekje erbij, precies zoals hij het zo graag heeft. Of als hij liefdevol haar hand vast pakt en haar aankijkt. Het kan me zo ontroeren. Een leven lang bij elkaar. Lief en leed gedeeld en in al die jaren lijkt de liefde gegroeid. Verankerd in hun harten, in hun zielen. Met elke rimpel, elke grijze haar ging hij meer van haar houden. Zij baarde zijn kinderen en bracht ze groot. En zij kijkt vol bewondering naar hem. Hij is er altijd, hij vangt haar op, is haar steun en toe verlaat. En ook al loopt hij krom en met een stok, hij is haar rots in de branding.
En dan verlang ik er naar dat er zo van je gehouden wordt. Dat er ooit zo van mij gehouden wordt. Dat er iemand is die aan mij vraagt voor altijd bij hem te blijven. Die verteld dat het leven mooier is sinds hij mij kent. Dat hij stiekem naar me kijkt of over mij droomt. Dat hij met mij kinderen groot zou willen brengen en later samen hand in hand te zitten. Foto’s kijken uit het verleden. Vol sentiment naar de kerstboom kijken en bij alle ballen een stukje verleden zien. En genieten als de kinderen en kleinkinderen op zondag op bezoek komen. Het gevoel van er toe doen. Er echt toe doen als vrouw.
Zijn het de films die we zien over hopeloos verlangen waarbij ze elkaar aan het einde in de armen vallen en voor altijd gelukkig zijn? Zijn het de sprookjes waarmee we opgegroeid zijn waarbij de prins uiteindelijk vertelde dat zij de enige voor hem was. Hij over bergen en door dalen ging om haar te vragen zijn vrouw te worden en waarin ze altijd nog lang en gelukkig leefde?
Maar sprookjes bestaan niet. Ze zijn verzonnen en dus niet echt. Bij de film volgen ze braaf het script omdat ze er voor betaald worden en meestal geven ze geen snars om elkaar. Sterker nog, vaak zien ze elkaar nooit weer. Verhalen zijn verzonnen. En ik kan het weten. Soms gebaseerd op een waargebeurd feit, een idee of een zin. Maar vooral erg overtrokken of compleet uit de duim gezogen. En liedjes? Ja hoe zit het eigenlijk met de teksten van liedjes?
“Uh, mag ik even jaloers zijn?” vraag ik. “Het is maar schrijven” is het antwoord. “Ik kan er niets aan doen” beken ik “een gevoel van een soort jaloezie overvalt mij” en stuntelig ik probeer uit te leggen wat ik voel. “Dat is mooie jaloezie, goeie jaloezie” is de reactie. Ik moet het even laten bezinken. “Goeie jaloezie”. Ik kan het niet laten. Nog een keer lees ik het verhaal. Ik weet dat ze niet echt bestaat en toch. Toch zou ik graag met haar willen ruilen. Ik zou willen ruilen enkel omdat hij zo over haar schrijft.