zaterdag 10 november 2012

Thuis zijn


“Ik ben nergens thuis” zegt hij, en ik zie de vertwijfeling in zijn ogen. Hij staart in het niets. Soms is hij heel dicht bij en dan ineens zweeft hij weg. Weg in zijn gedachten. Weg in zijn wereld die zijn wereld niet is. Op zoek, op zoek een plek om thuis te komen. Op zoek naar huis. Op zoek naar zichzelf.
Hij hangt overal tussen in. Tussen het verleden en de toekomst. In het heden. Het heden waar hij geen grip op heeft. Want in het heden is hij even niet thuis. Ik begrijp wat hij voelt, ooit voelde ik dat ook. Ooit wilde ik verder maar kon het niet. Nog niet. Ik spartelde tegen. Ik probeerde met een vreselijke drang, grip te krijgen op mijn leven, op mijn toekomst. Ik wilde weten wat er ging gebeuren maar hoe harder ik vocht hoe minder grip ik kreeg. Ik moest leren loslaten. “Dat is lastig voor een control freak” zei hij. En ik weet wat hij bedoeld.
“Het komt goed” zei ik gisteren tegen mijn vriendin. Ze schrok van de mededeling dat we weer op zoek zijn naar een huis. Negen weken, nog niet eens meer. Ik zag de twijfel in haar ogen. Het is niet dat ik me geen zorgen maak. Maar ondertussen weet ik dat dat alleen mijn energie opvreet en totaal geen zin heeft. Zin heeft het om zoveel mogelijk mensen te vertellen dat ik op zoek ben. Zin heeft het om actief te zoeken. Zorgen maken kan altijd nog. En dus vertrouw ik. Probeer ik het los te laten en te vertrouwen. Vertrouwen op mezelf. Vertrouwen op de mensen om me heen die om mij geven en van mij houden. Vertrouwen op de toekomst. Er komt altijd een oplossing. Die oplossing ben ik zelf. Als ik geloof in me zelf, komt het altijd weer goed.
Je hebt een keuze. Een thema dat gisteren ook aan bod kwam bij de boeklancering waar ik was. Haar woorden maakte indruk, raakte mij diep. Vandaag las ik het voorwoord. En weer komt het naar boven. “Ik heb me afgevraagd wat maakt dat de ene persoon zuur of cynisch wordt, slachtoffer en boos op de wereld, terwijl de ander juist krachtig en vol van levenslust is” schrijft ze. Ik herken haar woorden, haar gedachten. En ook het OER waar ze overschrijft. Ik herken het oergevoel in mij. Het oergevoel van liefhebben, van het mooie blijven zien. Het oergevoel van moeder zijn. Maar ook het oergevoel van op zoek zijn naar jezelf. In de lezing kwam naar boven hoe belangrijk liefhebben is in je leven. Liefde voelen, liefde zijn, vertrouwd raken met liefde. Dat ervaren in je eerste levensjaren is van levensbelang.
Maar niet alleen het voelen ook het horen is voor mij belangrijk. Het heeft lang geduurd voor ik besefte dat ik dat miste van de persoon van wie het dat het meeste nodig had. Zij hield van mij, maar zei het nooit. Nog steeds niet. Daaruit komt waarschijnlijk mijn bedwingbare drang om dat te vertellen tegen mijn kinderen. “Ik hou van je”. Toen ik naar huis reed dacht ik aan mijn oma. Mijn oma die het zaadje van liefhebben, van lief gevonden worden en liefde voelen, altijd water gegeven heeft. Waardoor ik nu kan vertrouwen op mezelf. Mezelf heb gevonden en, hoe moeilijk het soms ook kan zijn in je leven, met vertrouwen door kan gaan.
Nu maakt het niet uit waar ik ben. Waar ik zal wonen. Voor de kinderen houd ik rekening met bepaalde aspecten maar voor mezelf maakt het niet uit. Ik kan overal thuis zijn. Dat kan omdat ik thuis ben bij mezelf. Heel soms merk ik dat ik weg ben. Ergens anders dan bij mezelf naar binnen ben gegaan. Dan heb ik even tijd nodig maar altijd kan ik mezelf weer terugvinden. “Wie dan leeft, die dan zorgt” zei ik gisterochtend. “Ik kan niet in de toekomst kijken, en dus probeer ik dat los te laten”. Dat is moeilijk voor een controle freak. Maar het werkt wel. Als ik terug kijk in mijn leven, kwamen de dingen die ik zo graag wilde, waarvoor ik zo mijn best deed, waarvoor ik vocht, op de momenten dat ik het los liet.
Ik kan hem niet helpen. Ik kan er zijn en luisteren. Ik kan van hem houden en hopen dat dat hem vertrouwen geeft. Maar hij moet het zelf doen. Op zoek naar zich zelf, zichzelf vinden en weer van zichzelf gaan houden. Zien wat voor mooi mens hij is. De controle proberen wat losser te laten. Vertrouwen weer te krijgen in dat het goed is. En dan, als hij zich zelf gevonden heeft, zal hij thuiskomen. Thuis bij zich zelf. Dan hangt hij niet meer tussen het verleden en de toekomst. Dan leeft hij in het heden. Dan is hij overal thuis.