donderdag 8 november 2012

Vandaag is de dag


Vandaag gaat het gebeuren, vandaag is de dag. Nou ja eigenlijk is volgende week de dag. En dan ook weer niet echt, want dan begint het pas. En wanneer het dan echt de dag is…… Ik heb geen idee. Eigenlijk heb ik niet eens een idee of de dag wel echt zal komen.
Vandaag moet ik mijn laatste colums of blogs, of hoe je ze ook maar mag noemen, insturen. Ze heeft er al veel gekregen en ze had er al wat gelezen. Ik selecteer niet maar stuur alles. Ik wil graag ongezouten de kritiek krijgen op alles wat ik schrijven. Kritiek is wat ik horen wil, dan kan ik verder. Beter worden. Zoals vroeger mijn tekenleraar me vertelde dat mijn werk niks waard was. Zodat ik vervolgens naar huis ging en verder ging. Vol passie tekende ik opnieuw en opnieuw tot hij bij mijn examen zei dat ik geweldig kon tekenen en met het hoogste cijfer van de klas slaagde. Volgende week hebben we een gesprek. Ik kijk er naar uit maar vind het tegelijk ook doodeng.
Een maand geleden heb ik haar ontmoet. Daarvoor hadden wel al een uur met elkaar gesproken via de telefoon. Via via ben ik met haar in contact gekomen. Een drukker die mijn blogs las, stuurde haar telefoonnummer en vond dat ik eens contact op moest nemen. Een maand geleden zaten we tegenover elkaar. Het klikte direct. Eigenlijk sprak ik haar over een boek waarmee ik al bezig was. Maar zij denkt dat ik eerst een ander boek moet maken. En dat mijn blogs daarvoor prima materiaal zijn. En eigenlijk vind ik dat op dit moment ook het leukste om te doen. Daarover hebben we volgende week een gesprek. Dus is niet vandaag de dag maar is volgende week de dag.
Hoewel, eigenlijk is de dag al lang geweest. Dat was de dag dat ik door hem begon met blogs te schrijven. Uit nieuwsgierigheid of ik dat zou kunnen. Niet schrijven voor kinderen maar voor volwassenen. En geen lang verhaal maar korte compacte verhalen van ongeveer één bladzijde. Hij schrijft erg mooi. Verslaafd ben ik aan zijn teksten. Hij is mijn voorbeeld. Zo kan ik niet schrijven. Na een paar teksten plaatste ik ze op blogger. Heel anoniem. Voorzichtig. Daarna gingen wat mensen ze lezen en nu hoor ik steeds van meer mensen dat ze mijn teksten lezen. Maar ik weet dat er ook veel lezers zijn die ik niet ken. Dat is gek en ook heel mooi. Je schrijft en kent maar een klein deel van de lezers.
En toen ineens zei hij dat hij mijn teksten mooi vind. Een rare gewaarwording. Want hij is de schrijver in mijn ogen. Mijn grote voorbeeld, mijn inspiratie. Vorige week zei hij zomaar ineens “Jij kunt schrijven! Laat je dat nooit afnemen”.  En nee dat laat ik me nooit meer afnemen. Schrijven is wat ik het liefste doe. Ik kan niet anders meer sinds de dag dat ik daarmee begon. Ik moet schrijven. Het moet. Soms springt mijn hoofd bijna uitelkaar van alles teksten die in me op komen. Vertellen kan ik ze niet. Ik kan geen verhalen vertellen. Maar schrijven kan ik ze wel. Mijn mond kan mijn woorden niet bijhouden die in mijn hoofd opkomen maar mijn handen kunnen ze wel schrijven of typen. Dat is mooi. Dat voelt goed.
Morgen ga ik naar de lancering van een boek. Zij en ik hebben in elk geval twee dingen met elkaar gemeen maar vast nog wel meer. Het eerste is schrijven, het tweede dat we beide morgen jarig zijn. Dat kan vast geen toeval zijn.  Voor nu plak ik de laatste teksten in een e-mail om ze op te sturen. En dan tel ik af tot volgende week. Ik ben nieuwsgierig, benieuwd, zenuwachtig, nerveus. Wat zal ze er van vinden. Wat voor ideeën heeft ze in haar hoofd. Hoe gaan we dit aanpakken. En komt het er dan echt. Mijn boek. Ik tel de dagen, ik tel de uren. En ondertussen zal ik schrijven. Gewoon omdat ik niet meer anders kan.