vrijdag 21 december 2012

Donkere dagen voor kerst

Ze zit aan tafel met een breiwerkje. Alleen aan tafel. Vorig jaar zat hij nog tegenover haar. Maar hij is een paar maanden geleden overleden. Ze mist hem. Elke dag. Maar deze dagen nog maar dan anders.

De kerstboom heeft ze wel opgezet. Maar lol had ze er niet in. Ze miste het gemopper van hem over de lichtjes. Nu deed ze de lichtjes zelf in de boom en ook de ballen, de pegels en de engeltjes. Bij elk engeltje moest ze aan hem denken. Elk jaar kocht hij een nieuw engeltje voor haar. Hoe dat ooit begonnen was wist ze niet meer. Als vanzelf was het een traditie geworden. De avond voor kerst als ze terugkwamen van de nachtmis gaf hij haar een zoen en een klein pakketje met daarin een engeltje. Omdat je mijn engeltje bent zei hij dan. Nu pinkt ze haar tranen weg. Het is bijna kerstavond.
Zo’n honderd kilometer verderop zit een man. Hij houdt niet van kerst. Al jaren niet meer. Vorig jaar was kerst verschrikkelijk maar toen was hij nog niet alleen. Tenminste niet echt. Diep in zijn hart misschien wel. Hij had iets gedaan wat niet kon. Wat men afkeurt. Maar dingen doe je niet zomaar. Hij was niet gelukkig, het leven bracht niet wat hij zo vurig wenste en eigenlijk moest er iets gebeuren. Maar hij worstelde met zijn geweten, zijn verlangen, zijn eigen ik. De wens bleef.  En even leek het nieuwe jaar het hem te brengen. Maar nu is het weer bijna kerst. Er lijkt een leven voorbij te zijn gegaan in dat jaar. Opnieuw is hij alleen. Nu echt alleen, hij heeft veel verloren. Maar misschien wel niet zo alleen als een jaar geleden.
Heel veel kilometers verder loopt een meisje met een baby in haar armen. Aan haar hand loopt een klein jongetje. Er is geen kerst. Geen kerstgevoel. Er is oorlog en de vader van haar kinderen is weg. Ze weet niet eens of hij nog leeft. Eten heeft ze nauwelijks. Het jongetje knijpt zijn kleine handje nog vaster in die van haar. Hij is haar houvast. Zijn grote ogen kijken bang de wereld in maar als hij haar aankijkt lacht hij vol vertrouwen. Uit haar zakken pakt ze een soort van koek en geeft het hem. Ze weet niet wanneer ze weer eten zal hebben maar ze houdt van hem. Hij en de baby zijn alles wat ze nog heeft.
Oorlog stopt niet met kerst. Honger, pijn en verdriet ook niet. Ze zijn hooguit nog schrijnender rond deze dagen. De winkels glitteren en glimmen van geluk. Zoveel geluk dat je er bang voor wordt. De posters in bushokjes stralen ook al zo net als de reclames op tv. Ze laten je bijna geloven dat je geluk kunt kopen. Dat alles goed en fijn is in december. Maar het aantal vermissingen en zelfmoord is het hoogst in december. De donkere dagen laten ze de mensen die verloren hebben, hun verlies nog harder voelen. Velen zitten alleen. De december maand is de maand van familiegeluk maar wat als je dat niet hebt?

De vrouw gaat naar haar zoon de eerste kerstdag en de tweede dag naar haar dochter. Maar het gemis blijft en niemand weet hoe ze op ziet tegen kerstavond. De eerste avond zonder een nieuw engeltje. De man gaat naar zijn familie maar kijkt waarschijnlijk vaak op zijn telefoon naar de foto naar zijn engeltje dat altijd bij hem is. En het meisje…. Het meisje weet niet van kerst maar drukt haar engeltjes dicht tegen zich aan en slaat haar ogen naar de hemel en bid dat er morgen weer eten is.