zaterdag 22 december 2012

Het heen en weer

Het is nog licht als ik vertrek maar dat is anders als ik weer thuis kom. De kilometerteller staat ineens veel hoger en de benzinemeter geeft duidelijk lager aan. Verder dan “ons dorp” ben ik niet gekomen. Niet eens even er uit, niet eens even over de grens.

“Ik wil zo’n bordje taxi” opper ik nog als ik voor de derde keer in stap en start. “Dat is een heel gedoe hoor mam” wordt me fijntjes verteld. “Dan moet je ook vergunningen en zo en een rittenteller.” Dat laatste lijkt me wel wat en dat deel ik ook mee. Hij kijkt me schuldig aan. “Sorry”  zegt hij. “Nee joh” zeg ik “jij kunt er niks aan doen” maar helemaal blij komt het er toch niet uit.
Het is zo’n dag dat ik het niet eens echt druk heb. Alleen even in avond de kinderen wegbrengen. Rond drie uur begin ik te vertellen dat ik echt om half vier vertrek. Dochterlief moet mee en voor die eens klaar is. Daarbij is het kerstviering op school dus moet er getut worden. Kersteten moet er meegenomen worden en ook een bord, bestek, beker en een kerstservet. Behendig prop ik alles in een tas en check of ik zelf alle papieren heb voor de afspraak die eerst even moet. Dan rijden we naar het centrum. Mijn afspraak is zo geregeld en we lopen nog even de boekwinkel binnen. Ik ben verslaafd aan boekwinkels. Uren kan ik daar blijven. Het liefst een dag en dan nog liever in zo’n oud boekenwinkeltje ergens in een godverlaten dorp. Misschien moet ik eens een boekenreis maken. Van boekwinkel naar boekwinkel reizen en me helemaal te barsten lezen. Vandaag kan dat niet. Vandaag stopt het boekengevoel bij een te dik uitgevallen tijdschrift met een dikke kaft. Bijna een boek zeg maar. Het verschil is tegenwoordig maar klein. Want een bundel korte verhalen heet tegenwoordig ook een boek. Dat is mooi voor mij want de kans dat ik een boek ga uitbrengen is hiermee vergroot.

Eenmaal terug in de auto besluiten we rechtstreeks door te gaan naar school. Terug naar huis heeft geen enkele zin. Ik verheug me al op samen het blad doorkijken in de auto om de tijd te doden maar zover zal het niet komen. Als we amper de parkeerplaats opgedraaid zijn, zie ik dat zoonlief me maar liefst zeven keer gebeld heeft. Opnemen als ik terugbel doet hij uiteraard niet. Dat is niet cool, dat hoort niet. Toch is de nood hoog want even later belt hij nog een keer. Of zijn zus misschien zijn fietssleutel nog heeft. Nou ja niet zijn fietssleutel maar de mijne. Zijn fiets is namelijk gesneuveld en als moeder lever je dan braaf je fiets in. Ik geloof niet dat ik die nog ooit terug ga zien en dan in elk geval niet heel. De dame naast mij in de auto kijkt ineens heel schuldig en dus weet ik gelijk dat de sleutel nog in haar zakken zit. “En nu?” vraag ik nog na├»ef. Hij legt me uit dat hij de fiets van zijn broer mee heeft maar die is stuk en dus komt hij niet echt vooruit en om vijf uur moet hij werken. Snel besluit ik dochterlief bij haar meester neer te zetten en binnen een paar minuten rij ik al weer huiswaarts zoonlief op te halen en te brengen. Onderweg vraag ik me af wanneer ik moet koken en eten. Gezien de nog in huis verkerende zoon zijn telefoon niet opneemt, besluit ik het maar te nemen zoals het gaat. Ik zet de oudste af en draai weer om.
Zo’n vijfendertig minuten later zit ik alweer in de auto en haal hem van zijn werk, drop de andere bij sport en haal dochterlief weer op. Er is gekookt en gegeten. Thuis warm ik nog wat op voor de harde werker en was de rest van de vaat af. Koffie hoef ik niet te zetten want aan opdrinken kom ik toch niet toe.
Dan stap ik maar weer in en haal het laatste kind op bij sport om hem weer veilig naar huis te brengen. Inmiddels ben ik vijf uur verder. Verder dan “ons dorp” ben ik niet gekomen. Niet eens heel even over de grens.