woensdag 9 januari 2013

Door een roze bril

“Je hebt van die mensen” zegt hij “je hebt één ding mee, en alles zit tegen”. Ik kijk hem niet begrijpend aan. Waar heeft hij het in hemelsnaam over. Blijkbaar spreekt mijn gezicht boekdelen. “Nou je kent het wel” zegt hij “dat je denkt dat iets mee zit of dat je iets leuks hebt, maar dat het dan altijd mis gaat”. “Ik geloof dat ik het begin te begrijpen” zeg ik voorzichtig. “Ik ben zo iemand” vervolgt hij. Ik frons want daar kan ik me nou niks bij voorstellen.

“Als ik een auto koop” legt hij uit “dan zeg ik als ik de deur uit ga ‘tot gauw’ tegen de verkoper omdat er altijd gelijk weer wat mis is.” Ik ken ze wel hoor, de 12 ambachten, 13 ongelukken types. De mensen die nou net niet voor het geluk geboren zijn. Maar ik kan me hem niet zo voorstellen. Nu ken ik hem niet zo goed maar het lijkt me gewoon geen Jan ongeluk. Zo’n ongeluksvogel die in zeven sloten tegelijk loopt. Of meestal valt dan samen met een ander, want een ongeluk zit altijd in een klein hoekje en komt zelden alleen. Dat heeft dan weer als voordeel dat je gezellig met zijn tweeën bent. Hoewel je daar dan weer niet gelukkig mee hoeft te zijn als de ander een stuk ongeluk blijkt te zijn.  Maar dat terzijde.
Zelf zei ik afgelopen week nog toen ik een spelletje verloren had “ongelukkig in het spel, gelukkig in de liefde”. Kijk dat heet dan weer een geluk bij een ongeluk. Tenminste als het zo werkt dan.. Dat moet ik nog even afwachten natuurlijk. Geluk en ongeluk liggen zo dicht bij elkaar. En de liefde heeft er vaak wel wat mee te maken. Geen enkel woord dat zoveel lading heeft. Dat zoveel tegelijk uitstraalt. Geen woord waarbij iedereen andere voorstellingen en ideeën heeft en toch ook iedereen weer precies hetzelfde denkt. Maar waar ligt de grens tussen gelukkig en ongelukkig zijn.
“Liefde maakt blind,” zegt men. Ligt daar de grens? Ik weet het niet. Ik kijk graag door een roze bril en dat blind ben ik toch al half met bijna min 6. Zonder bril krijg ik niet zoveel mee. Behalve dan als je op neusafstand tegen me aan hangt. Dan krijg ik het wel voor elkaar zwoel in je ogen te kijken. Zwoel is namelijk niet zo moeilijk als je toch geen steek kunt zien. Misschien toch de liefde die me blind maakt. Ik weet alleen niet of je nu door zo’n roze bril beter ziet. Ik prijs me gelukkig dat ik meestal geen steek zie en niet alleen in de verliefde periodes. Mijn ogen gaan blijkbaar daarna ook niet beter functioneren. Dus daar is geluk en ongeluk niet aan af te meten.

Hoe gaat dat dan, vraag ik mij af. Hoe zit het bij de pechvogels. Bij de Jan of kees ongeluk. Pieten hebben daar vast geen last van, die zijn zo precies…. Hoe zit het met deze mannen en waarschijnlijk ook wel vrouwen hoewel je daar niemand over hoort. Zijn die in verliefde status net zo ongelukkig. Of drijven ze dan op hun wolk de misère gewoon voorbij? Vergeten ze plotseling te struikelen en nemen ze de mankementen aan die nieuwe auto maar gewoon voor lief. Of horen en zien ze niet meer wat er gebeurd en kunnen ze het leven beter aan. Zijn alle nare episodes in het leven ineens filosofisch beter geworden. Als ik er zo over nadenk, komen er zoveel vragen in me op dat ik even wilde dat hij hier tegenover me zat. Volgende keer toch maar eens vragen…..