dinsdag 8 januari 2013

Ons dùrrup II; Snowboots, dikke sokken en crocs

Het gras onder mijn voeten is nat maar nog niet zo drassig als ik had verwacht. Ik kijk naar mijn charmante snowboots die net als mijn dikke grijze sokken en crocs duidelijk vallen onder de categorie “zo krijg je nooit verkering” en stel vast dat het misschien wat overdreven is. Als ik een man met dochter in de speeltuin zie, blik ik naar beneden en stap parmantig door.

Het is zondag en ik loop mijn rondje met de hond. Even hoofd leegmaken en doorstappen. Ik geniet van het waterig doorkomende zonnetje en het geluid van het klotsende water. Een klein stukje verder merk ik dat ik mijn oncharmante schoeisel niet voor niets aangetrokken heb en bagger ik verder door de blubber. Achter me hoor ik iemand roepen. Even later stuift een klein hondje voorbij op weg naar de grote zwarte labrador. Vol enthousiasme begint ze te springen en uit te dagen. De grote zwarte hond kijkt even toe en gooit dan gezellig haar staart de lucht in en kwispelt er lustig op los. Zo dollen de twee samen verder. Ik blijf stil staan kijken en geniet.
Dan staat de vrouw naast me en komt er nog een ander klein hondje kijken. Die is duidelijk wat minder brutaal en vind het maar eng allemaal. Zoals dat hoort als je een hond hebt, beginnen de mevrouw en ik een gesprek. Ik raad de zwarte hond aan om maar even niet te springen en zo enthousiast te doen, maar de mevrouw wijst op haar kleding. Ze is al even charmant gekleed als ik met uiteraard bijpassend schoeisel. Want zo hoort dat al je met de hond gaat wandelen. We hebben dus gelijk een band en eigenlijk voel ik me dus gewoon een keer juist gekleed met mijn laarzen. Van de zomer kan ik ook vast wel op de crocs naar buiten die de lieve oude man als sexy bestempelde, maar me nog dezelfde dag de tip gaf om ze toch maar niet meer aan te doen. Waarom is iedereen zo bezorgd of ik nog wel verkering krijg. Beetje vent weet heus wel dat ik als het er op aan komt de hoge hakken voor hem aan doe.
Als vanzelf lopen we samen verder. Ze verteld me over de gestolen auto die hier een paar dagen geleden gevonden is. Ik weet van niets. Is dat omdat ik er nog maar pas woon of omdat ik altijd van alles schijn te missen. Vertelde ooit een oude overbuurman mij dat een van mijn overburen uit elkaar waren, had ik daar niets van gemerkt. Duidelijk is dat ik niet genoeg naar buiten kijk.  “Oh al een half jaar hoor” zei hij en vertelde me gelijk alle andere roddels uit de buurt. Koffie drinken met hem en ik was weer helemaal up-to-date. Tenminste dat dacht ik. Een paar dagen later toen er ineens gezellige roze slingers aan het huis hingen, kwam ik er achter dat ik ook niet had mee gekregen dat zijn vrouw zwanger was.
De aardige mevrouw verteld verder over de auto en hoe die weggesleept was waardoor de blubber nu nog een graadje erger is. We lopen pratend verder alsof we elkaar al jaren kennen. Zo gaat dat hier in ons dorp. Als we aan het einde van het dijkje zijn zoals ze het pad langs het water noemt, zeggen we elkaar gedag. Veel plezier vanmiddag. Want uiteraard hebben we ook onze plannen voor die dag maar gelijk besproken. Ik voel me gelijk meer thuis hier en hoop dat ik haar volgende keer weer tegen kom.