zondag 3 februari 2013

je 'hept' je best gedaan....

Ze staat op het schoolplein en wiebelt van het ene been op het andere. Haar ogen gaan zoekend rond terwijl ze doet alsof ze echt praat met een meisje dat iets ouder is dan zij. Dan ziet ze mij en rent ze naar mij toe. ‘Ik was je kwijt’ zeg ik. ‘Ik stond op je te wachten’ is haar simpele antwoord en haar grote ogen kijken me aan. Ik kan het haar niet kwalijk nemen. Ik had gezegd dat ik terug kwam en zij dacht op het schoolplein. En inmiddels vertrouwd ze mij. Onvoorwaardelijk.
 

Ik dirigeer haar naar binnen en besef dat dit de laatste keer is. Snel zet ik die gedachte opzij. Slecht ben ik er in, in afscheid nemen. Ik hou niet van afscheid nemen. Ik laat liever de deur op een kier. Zij vreest het, afscheid nemen. Te vaak is ze verlaten. Verlaten door de mensen waarvan ze het meeste hield. Zonder pardon uit haar leven weggerukt. En nu ga ik haar ook verlaten. Dat voelt oneerlijk. Diep in mijn hart wil ik zo graag bij haar blijven. Ik zou haar willen beschermen tegen alles. Ik zou zo graag zo veel meer voor haar willen doen. Haar weer vertrouwen geven. En ik zou haar zo graag weer kind laten zijn.
Ik sluit mijn ogen en een ander klein meisje kijkt me aan. Ze is ook een jaar of acht, negen misschien, maar zij heeft haar vader en moeder niet verloren. Ze probeert te doen wat haar gevraagd wordt en helpt met taken die niet horen bij haar leeftijd. Haar vader heeft gezegd dat hij niet meer wil leven. Niet zo. Hij kan het maar niet accepteren dat hij nooit meer gewoon gezond zal zijn. Zij begrijpt het niet en kijkt stilletjes toe. Alles draait nu om haar vader, zeggen ze tegen haar. Dat zou ze niet erg moeten vinden. Ze houdt toch van hem. ‘Zo hoort het’ denkt ze en probeert vooral niet tot last te zijn want haar moeder heeft het al zo druk. Maar ze wil zo graag gewoon kind zijn. Pas heel veel later als ze zelf kinderen heeft, beseft ze wat ze gemist heeft.
Vandaag was het de laatste dag. De laatste dag bij een groep kinderen die ik in mijn hart gesloten heb. Ik heb chips gekocht en er vooral niet te veel woorden aan verspild. Vandaag is de meest aanhankelijke van het stel verkleed als koning. ‘Ik heb nog nooit met een koning geknuffeld’ zeg ik en knuffel hem nog wat langer en hij straalt. Het kleine ‘kruitvat’ wat bij het minste of geringste ontploft, kruipt mij me op schoot. Hij wil foto’s maken met mijn mobiel. ‘Ik ik ga jou ook missen’ zegt hij in de camera die hij zelf bedient terwijl hij tegen me aan kruipt. Dan krijg ik tekeningen en van de andere groep een hart vol mooie teksten. ‘Ik ga je misen ik vind je heel lief kom je langs? dat zal leuk zijn je hept je best gedaan.’ Heeft zij op de ‘kaart met een rood hartje’ geschreven die haar vriendinnetje gemaakt heeft. Om haar tekst heen staan huilende gezichtjes en huilende hartjes. Ik slik en knuffel ze allemaal. Als ze even later allemaal aan tafel zitten om te eten , is de een verdrietig is omdat ze niet naast me kan zitten en barst in snikken uit omdat ze beseft dat ik er volgende niet zal zijn. Ik zet haar op schoot en aai over haar hoofd terwijl ze haar huilende gezichtje in mijn hals verstopt.
‘Ik hou ook van jou’, zegt het meisje van acht stilletjes in mijn hoofd. ‘Wil je ook voor mij zorgen? Ik ben zo moe van het zorgen voor iedereen’ Ik schrik, ik was haar even vergeten. ‘Kan ik dat, kan ik voor haar zorgen?’  vraagt mijn innerlijke moeder zich af. Ik weet het niet. Ik probeer haar meestal te negeren. Kan ik naar haar luisteren, wil ik voelen wat zij voelt. ‘Je weet niet wat je niet weet’ zegt een van mijn relaties altijd. Geldt dat ook voor ‘je mist niet wat je niet kent’. En wat als je het dan later leert kennen. Kun je het dan alsnog gaan missen. Hoe ga je om met het besef dat je je te vroeg volwassen moest gedragen en had je dat zelf kunnen voorkomen? ‘Je hept je best gedaan’ schreef zij. Maar is je best doen alleen wel goed genoeg? Vind ik ooit dat het genoeg is? De vragen gonzen door mijn hoofd.
Dan is het zover. Ik sta samen met haar bij het lokaal. Na een lange knuffel en tig keer de belofte dat ik echt nog langs zal komen, laat ze me los en loopt de klas in. Dan ineens rent ze terug en vliegt weer in mijn armen. Tranen blinken in haar ogen en ze knijpt haar kleine armpjes vast om mij heen alsof ze me nooit meer los zal laten. Nog dichter trek ik haar tegen me aan en hou beschermend mijn armen om haar heen geslagen. Tranen lopen over mijn wangen. ‘Ik ga niet weg’ zou ik willen roepen maar dat is niet eerlijk want ik ga wel weg. Ik kan haar niet beschermen. Ik kan haar niet met me mee nemen. Ik moet haar loslaten. ‘Hou me vast, blijf bij me’ smeekt haar lijfje terwijl ze zich vastklampt. ‘Ik hou je vast en je bent bij me. Voor altijd’ denk ik. ‘Je zit voor altijd in mijn hart, nooit zal ik je nog los kunnen laten’.