vrijdag 22 februari 2013

Nacht versus dag


In de nacht is alles anders dan overdag. Niet alleen omdat het donker is. Het is ook stiller. Stiller qua geluid en stiller op de weg. Stiller in de stad. Oké uitzonderingen natuurlijk daargelaten, maar dat hoort zo. Geen regel zonder een uitzondering.
Ik zit naast het bed van mijn moeder. Buiten is het al donker maar hier binnen is het nog gewoon in volle gang. Ziekenhuizen slapen niet. En zo ook mijn moeder niet. Tenminste dat denkt ze. Ze vertelt dat ze niet slaapt in de nacht. Ze ziet op tegen de nacht dus blijf ik hier bij haar. Blij dat ik iets kan doen. En hoeveel nachten zal zij niet bij mij gezeten hebben. Niet dat ik dat nog weet, maar ik weet wel hoeveel nachten mijn kinderen mij wakker gehouden hebben.
Ineens gaat hier het licht uit. Even denk ik nog dat dat komt omdat ik te stil zit. Ik beweeg amper. Alleen mijn vingers op het toetsenbord van mijn telefoon bewegen. Mijn contact met de buitenwereld. Mijn contact met degene die me lief zijn die niet hier bij me zijn. Ineens kies ik als mama niet om bij mijn kinderen te zijn maar om bij mijn mama te zijn. Als kind en ook weer niet. De rollen zijn omgedraaid. Alle rollen zijn ineens omgedraaid. Ik zorg voor haar. Mijn kinderen stellen mij gerust dat het goed gaat, ze zijn in goede handen. Niet alleen ik ben in een andere rol gekomen. Ook degene die me lief zijn zitten in een compleet andere rol. Zij zijn daar met elkaar en met de hond en de kat en ik zit hier. En nu is het ook nog nacht in plaats van dag. Een soort van omgekeerde wereld.  
In de nacht heerst er een soort van serene stilte. Ik kan me die stilte vooral goed herinneren van de tijd dat de kinderen klein waren en nog nachtvoeding kregen. En geloof me, ik heb heel wat nachtvoedingen gegeven. Zoveel dat ik blindelings naar het bedje van mijn zoon kon lopen en terug en soms in de ochtend niet meer wist dat ik hem gevoed had. Gelukkig lag hij als levend bewijs dan rustig naast mij te slapen. Die eerste nachten kan ik me vooral zo goed herinneren. Samen in het grote bed. Alles donker behalve een klein lampje op de slaapkamer en alleen hij en ik wakker. Genietend van dat kleine mannetje dat zich nog niet bewust was dat er zoiets als een dag en een nacht bestond.
Nu zit ik hier naast haar. Ook deze kamer heerst in een soort serene rust in het donker met een klein nachtlichtje en het licht van de gang dat de kamer in schijnt. Op de gang staat een bed rustig te wachten tot het de kamer op mag voor als ik wil gaan slapen. En dat is een dilemma, want ik ben niet hier om te slapen maar om er voor haar te zijn. Toch is het een geruststellende gedachte dat het bed er staat. De verpleegster heeft een handdoek en zo klaar gelegd. Ik voel me een logee in een te groot huis dat ergens min of meer op een hotel lijkt op een vrije dag die dan wel in de vakantie valt maar toch geen vakantie is.
Ineens heb ik zomaar tijd. Tijd om rustig te zitten. Ik moet wel want veel anders dan gewoon hier zitten kan ik niet. Tijd om na te denken. Mijn gedachtes komen en gaan. Het geeft een gerust gevoel. Dan is het kwart over elf en wisselen de avonddienst en nachtdienst elkaar af. Even is het rumoerig op de gang om daarna de rust echt te laten komen. De lampen gedimd, stilte, rust. Een soort van andere wereld. Geen tijdsbesef ook al hangt er een klok aan de wand. Een leven van dag en nacht. Van licht en donker tussen leven en dood. 
Zij slaapt. Gerust blijkbaar dat er iemand is. Tevreden keek ze vanavond rond om te zien dat we er allemaal waren. Glimlach op haar gezicht en zo viel ze in slaap. Ik heb mijn laarzen uitgedaan en mis mijn vertrouwde dikke sokken. Gesetteld op twee stoelen met de laptop op schoot, type ik mijn verhaal. Even wordt ze wakker. Ze heeft het koud. Ik leg haar handen onder de dekens en trek de lakens wat hoger. Ze kijkt tevreden en meld dat ze weer gaat slapen. Ik geef haar een kus en rustig slaapt ze verder. Verder in de nacht die ze zo vreesde gaan we samen op naar de dag.