woensdag 13 februari 2013

Vierentwintig rode rozen en één witte

Langzaam schuifelt ze bij het horen van de bel naar dedeur toe. Als ze open doet ziet ze alleen maar rode rozen. Grote mooie roderozen die in een prachtig groot boeket gebonden zijn. Dan komt er eenbloemenmevrouw achter de bos uit. “Mooi he” zegt de bloemenmevrouw “En allemaalvoor u. Voor Valentijn. U heeft wel een heel romantische aanbidder”.

Dan kijkt ze bezorgt naar de oudere vrouw voor haar. “Gaathet wel?” vraagt ze. “U schrikt er volgens mij van he”. De vrouw knikt,sprakeloos staart ze naar de bloemen. “Er zit een kaartje bij” zegt de bloemenmevrouwmaar de vrouw kan nog steeds geen woord uitbrengen. Ze schuift opzij bij dedeur vandaan houvast zoekend aan de kast die in de hal staat. “Zal ik debloemen even voor u binnen zetten?” vraagt de bloemenmevrouw. De oude vrouwknikt haar dankbaar toe. “Sorry hoor” brengt ze dan eindelijk uit “ik ben er inderdaadgewoon echt sprakeloos van. Wie geeft er nou toch zo’n mooie bos rozen aan mij?”
“Al 24 jaar bewonder en aanbidt ik jou….” Staat er op hetkaartje. Op de voorkant staat een rood hart van rozen. Ze staart van het kaartjenaar de bloemen en weer terug. Ze zijn prachtig en ook nog eens haarlievelingsbloemen. Maar zo’n prachtig boeket heeft ze nog nooit gekregen. Zestaan zo mooi in de mooie kristallen vaas die er volgens de bloemenmevrouw ookbij hoort. Langzaam heeft ze ze geteld, hopend dat het iets van het mysteriezou oplossen. 24 prachtig lange rode rozen, net in bloei en heerlijk geurend. Zeheeft ooit gelezen dat rode rozen in bloei staan voor volwassen liefde, voor “ikverlang naar je” en naar “een huwelijksaanzoek”.

Ze denkt na over wie haar deze rozen zou kunnen sturenmaar ze heeft geen idee. De enige van wie ze wel bloemen zou willen krijgen isvan de vijf jaar oudere vriend, haar steun en toeverlaat. Met wie ze op maandageen kopje thee drinkt en een blokje gaat wandelen. Met wie ze op dinsdag overde markt schuifelt waarbij hij altijd als een keurige heer haar tas draagt. Degenemet wie ze op donderdag dan een bezoekje brengt. Soms aan haar kinderen somsaan de zijne. Degene die op vrijdag altijd bij haar komt eten en met wie ze opzaterdag avond een wijntje drinkt en tv kijkt. De man met wie ze op zondag inde kerk zit waarna ze samen in de kapel een kaarsje aan steken. Een kaarsjevoor degene die hun lief waren maar die hen ontnomen zijn.
Hij is de enige man in haar leven voor wie ze zo’n diepevriendschap voelt die deze rozen uitstralen. Nou eigenlijk een diepe liefde.Maar meer dan een zoen op haar wang bij haar verjaardag is er nooit geweest.Heel soms raakt hij even haar hand aan als ze in de kerk zitten of legt hijzijn hand op haar schouder als er een traan over haar wangen rolt na hetaansteken van haar kaarsje. Hij is haar beste vriend, haar steun en toeverlaat.Ze zou geen dag meer zonder hem willen zijn. Maar zou hij haar rozen sturen?
Dan klinkt opnieuw de bel en schuifelt ze naar de deur.Als ze de deur open doet staat hij daar. Hij heeft zijn mooiste pak aan gedaanen zijn grijze golvende haar zitten zo keurig als het maar zijn kan. Zijn ogenlachen en stralen maar kijken enigszins bezorgd tegelijkertijd. In zijn handheeft hij een enkele roos. Een prachtige bloeiende roos, net zo lang als derode rozen binnen in de vaas. Maar deze roos is wit. Wit staat voor vertrouwenweet ze. Dan denkt ze aan de rode rozen binnen. Witte en rode rozen samen; dewens om altijd samen te zijn, voor eenheid en verbondenheid. Ze voelt haarwangen kleuren en haar ogen krijgen die prachtige zachte glans waar hij zo vanhoudt.
Dan kijkt hij haar aan en zegt met diepe emotie in zijn donkerkrakende stem:  “Lieve schat, 24 rode rozen, want al 24 jaar bewonder en aanbidt ik jou….. Met deze 25e witteroos vraag ik je, wordt alsjeblieft mijn vrouw….”