zaterdag 6 april 2013

Spooktrein

De lichten zijn aan. Toch is er niemand te zien. Spookachtig stil verlicht staan ze daar te staan. Terwijl ik voorbij rij, word mijn aandacht als vanzelf getrokken. Buiten is het aardedonker is, maar daar brand licht achter elk raampje. Ik kan zien dat er niemand binnen is. Zelfs vanaf de weg kan ik het zien zo licht is het daar binnen. Het is een vreemd stilleven, helverlichte treinen die eenzaam stil op een verlaten rangeerterrein staan. Een stilleven en spookbeeld tegelijk. Ik weet eigenlijk niet wat ik verwacht. Niemand of iemand te zien daar in die treinen. Ik weet niet wat me meer gerust zou stellen.

Ineens denk ik aan het spookstation. Vanaf dag 1 dat ik daarvan hoorde, wilde ik er heen. Er ligt een cache en zo wist ik van het bestaan. Een station gebouwd maar nooit afgebouwd. Nooit is er een trein gestopt. De bedoeling is dat hier ooit een station zal komen. Misschien als er een woonwijk komt, maar voorlopig ligt het spookachtig stil in het landschap. Een aantal keren ben ik het per trein gepasseerd. Als je het niet weet, merk je niet eens dat je een station nadert of er overheen dendert. Een heel aantal keren ben ik er met de auto vanuit de verte voorbij gereden en altijd werd mijn blik,  net als vanavond,  als een magneet er naar toe getrokken. Met als enig verschil dat daar geen trein te bekennen is.
Als een magneet, zo werkt het op mij. Net als het kasteel een eindje verderop. Het kasteel dat nooit afgebouwd is. Dat als een raar half afgebouwd al weer bijna vervallen stilleven, op een afstandje toekijkt. Waar ik klimop tegen zou laten groeien om er een soort van ruïne van te maken. Een vervallen ruïne op nieuw land. Een nieuwe trekpleister geboren. Een paar weken geleden las ik dat daar de meeste geesten van Nederland dwalen. Geesten van vergane schepen, tezamen op deze niet afgebouwde plek. Nog interessanter vind ik het kasteel nu, maar er alleen heen gaan leek me ineens geen slim plan meer. En toch….
Nog even kijk ik om, om zo een laatste glimp op te vangen van die stilstaande treinen. Helemaal verlicht en helemaal leeg. Tenminste dat denk ik. Simpel omdat ik niemand zie, maar of het zo is…
Dan denk ik terug aan de avond dat ik met mijn overbuurmeisje mee mocht naar haar nieuwe school. Ze gingen verhuizen en zij ging naar de middelbare school. Om al een beetje te wennen, was ze uitgenodigd voor een toneelstuk en ik mocht met haar mee. Nog zoek ik van tijd tot tijd of het stuk niet gewoon ergens speelt, zo graag zou ik nog een keer het zien en voelen. In mijn gedachten zie ik de leerlingen die wachtende mensen voorstelden op een perron. Zelfs in die tijd al speelden vertragingen van de NS al een rol. De laatste trein kwam dus niet en de wachtende mensen moesten overnachten in de wachtkamer van het station. De spanningen tussen de reizigers bouwden zich op. En de conducteur maakt het zeker niet minder erg. En ineens was het donker. Aardedonker. Alle lichten vielen uit. De flitsende lichten en een oorverdovend kedeng kedeng (zonder oe hoe) liet de toeschouwers geloven dat er een trein door de tot theater omgetoverde aula denderde. De laatste trein.

Is het de warme herinnering aan het mee mogen met mijn iets oudere overbuurmeisjes, het gevoel van groot zijn. De kunstzinnige inslag van de school die zo goed bij haar en haar ouders paste en waar ik me zo in thuis voelde. Of is het ’t mystieke van het ongrijpbare wat me zo aantrekt en waardoor ik naar die treinen toe zou willen. Er doorheen lopen en voelen.
Het is spookachtig stil en toch lijkt het daar zo druk. Is het het licht achter de raampjes of is het meer? Ik zal het nooit weten. Want in plaats toe te geven, probeer ik de magnetische kracht te ontwijken en rij ik door. Rechtdoor naar huis. Naar huis waar het de laatste dagen minstens net zo spookt.