Posts tonen met het label trein. Alle posts tonen
Posts tonen met het label trein. Alle posts tonen

vrijdag 28 augustus 2015

Zo'n dag

De klok staat achter
ik mis de bus
En eigenlijk denk ik al
Zo'n dag is het dus!

Maar ik zet door
ik kan het best
Maar een uurtje of 14
die nog rest

Ik haal de bus en verander 
net op tijd van spoor
Het is zo'n dag
maar ik zet door! 

dinsdag 25 augustus 2015

100% zeker

De vrouw in de trein
zit er dus mee
Ze moppert over haar werk
en hij, hij knikt gedwee

Ze begrijpen er daar niks van
Ze raast en raast maar door
wat een domme boel
tenminste als ik haar zo hoor

Ze willen haar kwijt
ze is zo vreselijk boos
Maar ach als ik moest kiezen
op welk vlak dan ook. 
Wist ik wel
100% zeker
dat ik haar niet koos!

vrijdag 12 juli 2013

Grote tanden en een dikke kont


‘Tjonge, het blijft mij verbazen hoe sommige mensen bijna een karikatuur op zichzelf zijn’ zegt ze voor de tweede keer nog eens op fluistertoon tegen mij. We zitten in de trein en mijn vriendin staart vol verbazing naar een persoon met een donkere zonnebril in een gezicht waarvan ik niet kan zien of het om een man of een vrouw gaat. De mond is tot een streep vertrokken en ook de haardracht kan een link naar beide sekse zijn. Zelfs de kleding, een zwarte broek en witte overhemdachtige bloes, kan niet het verlossende antwoord geven.
Het begon al in de bus, nou eigenlijk al bij de bushalte. Daar stond een jongeman met zijn halflange broek afgezakt tot halverwege zijn kont. Een lichtblauwe boxer stak er zo’n 20 centimeter bovenuit. Daarboven een ontblote lange rug met in de nek een tatoeage met een nummer. Zijn haar was kort met als uitzondering een smalle vlecht van een 30 centimeter die over zijn rug hing. Toen hij een voorbijfietsende man herkende, ging alles bij hem ineens als in een SLO motion. Zijn woorden, zijn gebaren … alsof je vertraagd de film afspeelde. In mijn fantasie zag ik hem getekend in een stripverhaal met allemaal jongens zoals hij.
Eenmaal in de bus, stapte wat haltes verder een man in met een grote bos wit grijzig haar en een ongeveer dito kleur gezicht eronder. In gedachte tekende ik de man al uit. De bos haar werd een immense  haardos en de kleine ogen nog kleiner. De karikatuur stond binnen een seconde op mijn netvlies. Dat gaat vanzelf, ik kan er niets aan doen. Het is een eigenschap die af en toe de kop op steekt en die ik duidelijk deel met mijn vriendin. Jaren geleden toen ik veel vergaderingen moest notuleren, deed ik dat ook al. Soms met als gevolg dat ik echt op moest passen om het niet uit te proesten van het lachen wat uiteraard not done was bij de serieuze onderwerpen. Niet altijd even handig, maar het maakte de soms urenlange saaie vergaderingen wel draaglijk en soms zelfs bijna tot een feest.
Mijn vriendin haalt me bruut uit mijn overpeinzingen door mij hard te porren met haar ellenboog en met haar hoofd een bijna onzichtbaar knikje richting het gangpad te geven. Als ik haar blik volg, zie ik een jongen instappen van een jaar of 18. Het kan ook een jaar meer of minder zijn, dat is moeilijk te schatten. Met zijn grote zwart omrande bril kijkt hij serieus maar tegelijk ook erg onzeker. Het is het type dat makkelijk gepest wordt. Het bange konijntje uit de kanjertrainingen. Hij vraagt er zogezegd bijna zelf om. En ik mag dat zeggen, ik werd ooit zelf gepest en weet hoe het voelt. Ben ik nu nog steeds niet al te slank, was ik dat vroeger zeker niet. Patat aten we niet vaak en snoepen deed ik ook niet en dus begreep ik er niets van. Tja wist ik veel dat mijn moeder erg vet kookte. Nog steeds heb ik medelijden met te dikke kinderen en leg ik bijna standaard de schuld bij de ouders.
‘Ik vraag mij af hoe zijn ons zien’ vertrouw ik mijn vriendin toe. En tegelijk zie ik de tekening voor me die ooit van mij gemaakt is waarop een vrouw met lange lokken mij aanstaarde met een grijns van oor tot oor waardoor haar veel te grote tanden ontbloot werden. Dat laatste vond ik een pijnlijk iets. Nog steeds probeer ik altijd mijn mond stijf dicht te houden als ik op de foto moet. En misschien is dat wel waarom ik de karikaturen in mijn hoofd gewoon in mijn hoofd laat in plaats van te proberen ze te tekenen. Ik zou denk ik geen nacht meer slapen als ik wist wat voor trauma’s ik zou veroorzaken.
De trein dendert verder en ik bedenk me dat het ook niet zo netjes is om zo naar de mensen te kijken. Maar dan naderen we een station en zie ik zoveel verschillende mensen over het perron lopen dat mijn brein binnen een minuut overuren maakt. Snel besluit ik: deze treinreis mag het. Van dit uur maak ik één grote tekenfilm in mijn gedachten waar dikke konten nog dikker zijn, lange mensen extreem lang en grote oren veranderen in zeilen waarmee je met gemak de wereld om zou kunnen zeilen. Grote borsten puilen de shirtjes uit en wratten een factor tig groter zijn.
Mijn fantasie slaat op hol. En ik? Mijn karikatuur zit ontspannen op haar te dikke kont en zet haar te grote tanden gretig in het verhaal.


zaterdag 6 april 2013

Spooktrein

De lichten zijn aan. Toch is er niemand te zien. Spookachtig stil verlicht staan ze daar te staan. Terwijl ik voorbij rij, word mijn aandacht als vanzelf getrokken. Buiten is het aardedonker is, maar daar brand licht achter elk raampje. Ik kan zien dat er niemand binnen is. Zelfs vanaf de weg kan ik het zien zo licht is het daar binnen. Het is een vreemd stilleven, helverlichte treinen die eenzaam stil op een verlaten rangeerterrein staan. Een stilleven en spookbeeld tegelijk. Ik weet eigenlijk niet wat ik verwacht. Niemand of iemand te zien daar in die treinen. Ik weet niet wat me meer gerust zou stellen.

Ineens denk ik aan het spookstation. Vanaf dag 1 dat ik daarvan hoorde, wilde ik er heen. Er ligt een cache en zo wist ik van het bestaan. Een station gebouwd maar nooit afgebouwd. Nooit is er een trein gestopt. De bedoeling is dat hier ooit een station zal komen. Misschien als er een woonwijk komt, maar voorlopig ligt het spookachtig stil in het landschap. Een aantal keren ben ik het per trein gepasseerd. Als je het niet weet, merk je niet eens dat je een station nadert of er overheen dendert. Een heel aantal keren ben ik er met de auto vanuit de verte voorbij gereden en altijd werd mijn blik,  net als vanavond,  als een magneet er naar toe getrokken. Met als enig verschil dat daar geen trein te bekennen is.
Als een magneet, zo werkt het op mij. Net als het kasteel een eindje verderop. Het kasteel dat nooit afgebouwd is. Dat als een raar half afgebouwd al weer bijna vervallen stilleven, op een afstandje toekijkt. Waar ik klimop tegen zou laten groeien om er een soort van ruïne van te maken. Een vervallen ruïne op nieuw land. Een nieuwe trekpleister geboren. Een paar weken geleden las ik dat daar de meeste geesten van Nederland dwalen. Geesten van vergane schepen, tezamen op deze niet afgebouwde plek. Nog interessanter vind ik het kasteel nu, maar er alleen heen gaan leek me ineens geen slim plan meer. En toch….
Nog even kijk ik om, om zo een laatste glimp op te vangen van die stilstaande treinen. Helemaal verlicht en helemaal leeg. Tenminste dat denk ik. Simpel omdat ik niemand zie, maar of het zo is…
Dan denk ik terug aan de avond dat ik met mijn overbuurmeisje mee mocht naar haar nieuwe school. Ze gingen verhuizen en zij ging naar de middelbare school. Om al een beetje te wennen, was ze uitgenodigd voor een toneelstuk en ik mocht met haar mee. Nog zoek ik van tijd tot tijd of het stuk niet gewoon ergens speelt, zo graag zou ik nog een keer het zien en voelen. In mijn gedachten zie ik de leerlingen die wachtende mensen voorstelden op een perron. Zelfs in die tijd al speelden vertragingen van de NS al een rol. De laatste trein kwam dus niet en de wachtende mensen moesten overnachten in de wachtkamer van het station. De spanningen tussen de reizigers bouwden zich op. En de conducteur maakt het zeker niet minder erg. En ineens was het donker. Aardedonker. Alle lichten vielen uit. De flitsende lichten en een oorverdovend kedeng kedeng (zonder oe hoe) liet de toeschouwers geloven dat er een trein door de tot theater omgetoverde aula denderde. De laatste trein.

Is het de warme herinnering aan het mee mogen met mijn iets oudere overbuurmeisjes, het gevoel van groot zijn. De kunstzinnige inslag van de school die zo goed bij haar en haar ouders paste en waar ik me zo in thuis voelde. Of is het ’t mystieke van het ongrijpbare wat me zo aantrekt en waardoor ik naar die treinen toe zou willen. Er doorheen lopen en voelen.
Het is spookachtig stil en toch lijkt het daar zo druk. Is het het licht achter de raampjes of is het meer? Ik zal het nooit weten. Want in plaats toe te geven, probeer ik de magnetische kracht te ontwijken en rij ik door. Rechtdoor naar huis. Naar huis waar het de laatste dagen minstens net zo spookt.