donderdag 5 december 2013

Warme handen

Vanaf een afstandje kijkt ze toe. Ze houdt de man nauwlettend in de gaten. Niets ontgaat haar. De man staat voor haar vader en zijn handen liggen op haar vaders borst. Stil staat ze daar te kijken tot hij zijn handen terugtrekt, schud alsof er iets vanaf moet vallen en dan glimlachend zegt dat hij klaar is.

Als de man weg is, zegt ze ‘dat kan ik ook’. Haar vader lacht.  Haar grote ogen kijken hem aan, gelooft hij haar niet? Maar ze weet het zeker, zij kan het ook. Net als de man die er net was. Waarom lacht haar vader nu? Dan loopt ze naar hem toe en legt haar handen op zijn borst. ‘Niet doen’ roept haar vader verschrikt terwijl hij haar handen wegduwt’ het wordt net zo warm als bij hem.
Hij had al heel lang pijn, haar vader. Soms zo erg dat hij helemaal wit in elkaar gedoken zat. Het was iets met zijn maag, helemaal begreep ze het niet. In het ziekenhuis konden ze er niets aan doen. En toen hoorde ze via iemand van de man met de genezende handen. Hij zou pijn weg kunnen halen. Haar vader vond het maar onzin maar haar moeder bleef aandringen. Ze konden het toch proberen. ‘Baat het niet dan schaadt het niet’ was de insteek.
En het werkte. Al vanaf de eerste keer had haar vader veel minder pijn. De man kwam terug en elke keer werd de pijn minder. Zij stond elke keer te kijken. Ze wist heel zeker dat ze het ook kon. Pijn weghalen met je handen. Maar van haar vader mocht ze het niet proberen. ‘Zo meteen krijg jij het nog’ was zijn commentaar. Ze had er zich maar bij neergelegd. Tegen de grote mensen kon ze toch niet op.
Vandaag zit ze bij wat ze thuis gekscherend ‘de heksenkring’ noemen. Ondertussen weet ze dat zij het ook kan. Net als de man van toen. Ook haar handen kunnen pijn weghalen. En voorzichtig probeert ze te kijken wat ze nog meer kan. Haar handen glijden over de envelop met de foto. Beelden en gedachten komen binnen. Ze schrijft alles op wat ze ‘doorkrijgt’. Even later verteld de vrouw tegenover haar over de foto van haar dochter die zij had meegenomen. ‘Lief met een scherp randje.' Ze lacht en herkent haar dochter. De vrouw verteld meer en alles klopt. Dan zegt ze half vragend: 'Genezende handen?’
De andere dag zegt haar dochter: ‘dat wat jij kunt, wil ik ook kunnen’. Ze lacht haar dochter liefdevol toe en denkt terug aan de tijd dat zij zo jong was en niemand haar geloofde.  ‘Geduld schat’ zegt ze dan, ‘ooit kan jij dit ook’.