zondag 22 december 2013

Ideale man in de morgen

Mijn bed is warm en mijn kussen voelt heerlijk aan onder mijn hoofd. Half slapend merk ik dat mijn matras beweegt terwijl ik stil lig. Ik hoor een zachte tikkend geluid naast mijn hoofd. Dan voel ik een hand door mijn haar. Een zoen op mijn wang en een ‘goeiemorgen schatje’. Langzaam open ik mijn ogen.
Het is zes uur in de ochtend en nog donker buiten. Op de dijk verlichten de koplampen van de auto de weg . Het water rechts van mij, de nieuwe wildernis links. Ik weet hoe het uit ziet maar nu zie ik niets. Alleen het donker en in de verte de oranje gloed van de kassen die de lucht kleuren. Een prachtig bijna magisch uitzicht.
De stem van Sander de Heer vult de kleine ruimte van de auto. De heer ontwaakt en met hem de rest van Nederland. Sander, de ideale man in de morgen. Een auto voor mij houdt zich keurig aan de snelheid. Iets te keurig naar mijn mening en dus vind mijn hand als vanzelf de hendel van het linker knipperlicht. De tegenovergestelde rijbaan is heerlijk leeg. Met gepaste snelheid haal ik de man voor mij in.  Een oog op de kilometer teller want er staat hier iets te vaak controle. Mijn rechterhand vind automatisch de knop van de radio om die net wat harder te zetten en ik luister naar man die tegen Sander vertelt waar hij heen gaat vandaag en dat hij toe is aan een bakje koffie.
Nog 20 minuten ben ik verwijderd van mijn koffie. Op weg naar mijn wekelijkse bijeenkomst snak ik naar koffie. Nog meer nu Sander hoor bellen naar het tankstation waar ‘de naar koffie snakkende man’ zo direct naar binnen zal lopen. En zoals elke week bedenk ik dat ik niet kan bellen. Simpel omdat ik geen tankstation tegen kom onderweg. Ik kijk op de klok en op mijn vergeetachtige Tom Tom die 06.55 uur aankomsttijd meldt. Ik weet dat ik dus rond 06.40 uur arriveer, want Tom weet niet dat er inmiddels snellere wegen zijn die naar de koffie leiden.
 
De bellende koffiesnakkende man is ondertussen voorzien van zwart met één klontje suiker. Carmen, die een nieuw kapsel heeft en dus vandaag stoeit met de koptelefoon, vertelt het laatste nieuws en ik tel hoeveel minuten het nog is tot 06.45 uur, het tijdstip dat mijn ‘charmante assistente’ mij zal vragen: ‘Koffie?’ en ik iets te enthousiast zal knikken.
Terwijl Sander mij even later bij praat over wat ik gisteren ‘gemist’ heb op tv, denk ik aan de andere ideale man in de morgen. De man die mij altijd wekt met koffie.  Soms hoor ik half slapend ik het tikkende geluid van het kopje op het nachtkastje en vult de heerlijke koffiegeur langzaam mijn neus. Maar soms word ik pas wakker na een tweede zoen en het ‘goedemorgen schatje’. Mijn lieve ideale man, in de ochtend, middag, avond en in de nacht. Op maandag, dinsdag, donderdag, vrijdag, zaterdag en zondag. Maar niet op de woensdagochtend. Dan slaapt hij nog als ik het bed uit sluip. Op woensdag word ik pas echt wakker gemaakt als de Heer ontwaakt, mijn ideale man op de woensdagmorgen.