donderdag 5 december 2013

Dag lieve Noddy

Ik zit naast haar op de grond en streel zachtjes haar kop. Eigenlijk wil ik het niet maar ik weet dat het beter is. Beter voor haar, hoe gek dat ook mag klinken.
Het is nog maar twee maanden geleden dat ik een bult in haar bek ontdekte. Een ontsteking dacht ik nog even. Maar bij de dierenarts was die hoop al snel vervlogen. Toch startte we met een antibioticakuur en hoopte het beste. De zwelling werd amper minder en een week later werd dan ook vastgesteld dat het een tumor was. Een erg snel groeiende ook nog. Heel even nog bespraken we de opties van onderzoek, bestraling etc. Wilde ik dat? De vraag was maar: ‘Wilde zij dat?’ Maar ja, ik kon het wel vragen maar de kans dat ik een antwoord zou krijgen was nihil. Grote ogen keken mij alleen maar aan en terwijl mijn hoofd vol vragen zat, kwispelde ze vrolijk achter mij aan naar de auto.
Een paar maanden hooguit. Meer zouden we er niet mee winnen. Maar eerst onderzoek, de vraag of het ├╝berhaupt wel zou kunnen. Meerder keren vroeg ik me af wat ik zou willen als ik het zou zijn. Ik zou rust willen. Geen polonaise aan mijn lijf voor een paar weken misschien maanden meer. En dus besloten we om niets te doen. Nou ja, niets behalve dan extra extra lief voor haar zijn. Een extra koekje, extra boterham. Een klein rondje meer. Vlees in plaats van brokken en een extra aai.
De weken gingen voorbij. Mondspoeling kochten we en een spray omdat de lucht af en toe niet te harden was en we haar toch graag bij ons in de buurt wilden hebben. Nauwlettend hield ik haar in het oog. Kwispelde ze wel? Had ze pijn? De rondjes werden korter. Het spontaan naar je toe komen, werd minder.
Tot de dag kwam dat ze niet meer wilde eten en nog amper op wilde staan. Het gerammel van brokken maakte niets uit. Droevige ogen keken mij aan. Wilde ik nog langer wachten? De laatste dagen leek ze steeds moeilijker adem te kunnen halen. En dus belde ik de dierenarts. Die middag namen we afscheid en liepen samen een laatste rondje buiten. Toen we terug liepen, wilde ze niet naar binnen en dus liepen we nog een stukje verder. Zachtjes begon het te regenen en ze besloot dat het goed was zo en liep terug naar huis.
Ik zat naast haar op de grond en streelde zachtjes haar kop. Eigenlijk wilde ik het niet maar ik wist dat het beter was. Beter voor haar, hoe gek dat ook mag klinken. In haar ene poot zit de drain waarin de dierenarts de vloeistof spuit waardoor ze gaat slapen, de andere poot hou ik vast. Dan valt ze in slaap en zachtjes hoor ik haar snurken. Tot de volgende spuit. Ik hoor dat ze dood is maar zien en weten wil nog niet samen. Het lijkt alsof langzaam mijn hond van vroeger weer terugkomt. In snel tempo schieten alle beelden hoor mijn hoofd. De verkleedpartijen met de kinderen en zij met een hoedje op haar hoofd mij aankijkend van ‘ach laat ze maar’. Rennend in het bos. Lopend door de drek, een van haar lievelingsactiviteiten. En de wachtende blik als ik pannenkoeken bakte want de eerste was altijd voor haar. De momenten dat ze vergat hoe groot ze was en als schoothondje op de bank klom.
Als ik vandaag de post open, zit er een kaartje bij.
‘Woorden van troost zijn snel gegeven,
over de tijd die alle wonden heelt.
Maar weten zij wat wij hebben gedeeld?
Echte vriendschap, zo zeldzaam in het leven.
‘De crematie van Noddy heeft plaatsgevonden op 3 december 2013 om 15.00 uur’ lees ik. Langzaam voel ik mijn keel dichtknijpen en tranen opwellen. Dag lieve Noddy. Ik zal je nooit vergeten.