zondag 17 augustus 2014

De worsteling

Stil leg ik mijn hand op zijn handen. Ik zou graag iets zinnigs zeggen nu, maar de woorden komen niet. Het is een schril contrast… zijn twijfel en zijn stralende ogen die elkaar afwisselen. Het is duidelijk dat hij worstelt en dan met name met zich zelf.

Getrouwd is hij niet maar al wel lang samen met zijn vriendin. De laatste tijd gaat het niet goed. En ineens was zij daar. Zomaar. ‘Er is nog niks hoor’ zegt hij stoer en vertelt dat hij haar nu twee keer gezien heeft. Hij is verliefd. Niet dat hij dat zegt, tenminste niet met woorden maar zijn ogen spreken boekdelen. En nu weet hij het even niet meer.

‘Lunchen kan toch wel’ zegt hij en kijkt mij vragend aan. Hij weet best dat het niet om de lunch gaat die niet kan. Het is zijn gevoel waar het ‘mis’ gaat. Niet de lunch, niet de eerste keer dat ze  elkaar tien minuten spraken, niet de telefoongesprekjes en niet de sms’jes tussendoor. Nog geen zoen hebben ze uitgewisseld. Maar de streep is hij al lang over.
                      'ik kon er gewoon niet van slapen'
Ik wil hem vooral gelukkig zien. Maar wanneer is hij gelukkig? Het is een dilemma dat hij met zich zelf moet uitvechten. Ik zou willen dat ik iets kon zeggen... Vertellen dat dit niet kan… dat weet hij zelf ook wel. Zeggen dat hij zijn gevoel achterna moet gaan… maar waar gaat zijn gevoel heen? Zal hij gelukkig worden als hij voor iemand kiest die hij amper twee keer gezien heeft? Maar zal hij gelukkig blijven als hij voor de veiligheid kiest? Ik weet het niet. Even ben ik blij dat ik zijn vriendin niet ken want nu hoef ik me alleen met zijn kant van het verhaal bezig te houden. En dan zijn er ook nog de kinderen…

‘Toen ze laatst met iemand anders uit eten was, voelde dat niet goed’ zegt hij. Ik trek een wenkbrauw omhoog en kijk hem vragend aan. ‘Lig jij niet elke avond naast je vriendin in bed?’ vraag ik. Hij knikt en maakt een ontwijkend gebaar. Dan vertelt hij dat hij hun afspraak afgezegd had, hij kon er gewoon niet van slapen. En dat zij er een punt achter gezet had, om hem te beschermen. Hij vertelt hoe rot hij zich voelde en dat hij haar dezelfde dag al miste. ‘Alsof het een einde van een relatie was..’ zucht hij. En dus had hij toch weer een berichtje gestuurd en zijn ze uiteindelijke gaan lunchen.



‘En nu?’ vraag ik terwijl ik weet dat hij het antwoord niet weet. Ik vraag me af hoe twee zulke verschillende emoties tegelijk in één man kunnen zitten. Waarom komt deze vrouw op zijn pad? Is zij voorbestemd voor hem of moet ze hem laten inzien dat het zo niet verder kan. Ik leg mijn handen weer op de zijne. Hij kijkt me dankbaar aan. Vanavond steek ik een kaarsje voor hem aan. Een beetje hulp kan geen kwaad.