maandag 27 augustus 2012

Anders

“Vind je mij nu raar?” vraagt ze. De vraag komt onverwacht. Te snel hoor ik mezelf nee zeggen. Ik voel dat ze naar me kijkt en dat ze me niet gelooft. Even wandelen we zonder iets te zeggen naast elkaar. Ik denk aan alles wat ze me zo juist verteld heeft. “Nee, ik vind je niet raar” zeg ik dan vol overtuiging,  “ik vind je niet raar, ik geloof je!” Ik stop en blijf stil staan. Ze stopt ook, ik kijk naar haar. Ze draait zich om en kijkt me aan. Dan slaat ze haar ogen neer. Ik zie een schittering op haar wang, net naast haar neus loopt een enkele traan naar beneden. “Dank je” zegt ze dan zacht.

Ik ken haar nog niet zo lang, maar het klikte direct. Ze heeft iets vriendelijks, ze straalt, is open en altijd behulpzaam en tegelijk heeft ze ook iets mysterieus over zich. Ik kwam haar tegen op een netwerkbijeenkomst en we raakten aan de praat. Als vanzelf groeide er een soort van vriendschap tussen ons. En vandaag wandelen we hier over het strand. Opeens  was ze gaan vertellen. Ademloos had ik naar haar verhalen geluisterd. Ik had er wel eens over gelezen maar eerlijk gezegd wist ik nooit zo goed wat ik er van moest denken. Nooit was het iemand die ik kende, die ik vragen kon stellen. Maar nu was dat veranderd.

Eens zag ze een meisje in haar huis. “Ze stond daar ineens, bij de schuifdeuren”, zegt ze.” Ze leek verlegen, een beetje bang zelfs. Ik schatte haar op zo’n 8 jaar. Ze had een witte strik op haar hoofd en ze bleef daar maar naar mij staan kijken” verteld ze. “In het begin wist ik niet wat ik er mee aan moest. Als ik naar haar keek, ging ze steeds weg en eigenlijk wilde ik zo graag contact met haar maken. Tot ik een keer bij iemand kwam voor een soort reiki behandeling. Ik vertelde haar van het meisje en dat ik dacht dat ze het overleden zusje van mijn oma was. Ik wist niet eens waarom ik dat dacht, het was zomaar ineens bij mij opgekomen. De vrouw vertelde mij dat toen ik dat zei, de hele sfeer veranderde. Toen ik naar huis ging was het meisje daar ineens. Ze huppelde naast mij en keek me liefdevol met grote ogen aan. Ik zei haar dat ik het fijn vond dat ze er was en dat ik graag voor haar zou zorgen. De hele dag was ze bij mij. Dat voelde fijn”.
Later had ze aan haar moeder gevraagd of die misschien een foto had van het overleden meisje. Op de verjaardag van haar moeder een paar dagen later, liet die haar 2 foto’s zien. Van het zusje van haar oma maar ook van een overleden zusje van haar vader. Toen ze naar foto’s keek, herkende ze direct het meisje. “Wie is dit?”, vroeg ze haar moeder. “Dat is Betje, het zusje van je oma” zei haar moeder wijzend op de kleine foto die op een broche gemaakt was. Ze staarde naar de foto, naar het meisje dat bij haar geweest was. Haar moeder gaf haar de broche en een bidprentje mee. Eenmaal thuis legde ze beide in de kast waar ze haar meest dierbare herinneringen bewaarde. Die avond zag ze het meisje nog maar daarna zag ze haar niet meer terug. “Af en toe mis ik haar nog” zegt ze tegen mij. “Maar het is goed zo, ze had mij nodig om erkenning, om rust te krijgen”.

Maar dat is nog niet alles. Zij weet dingen nog voor ze gebeurd zijn. “Ik weet het gewoon” zegt ze, ”ik hoor het min of meer zonder stemmen dat ik echt stemmen hoor. Ik voel het aan, ik weet ook niet hoe”. Haar verhaal klinkt niet eens zweverig maar eerlijk en oprecht. “Ik had het als kind al. Mijn moeder dacht altijd dat ik stond af te luisteren maar dat deed ik helemaal niet. Er kwam gewoon een gedachte in mijn hoofd en dat vroeg ik dan. Soms ruik ik ook bepaalde geuren die me een boodschap geven. Maar soms snap ik ze ook niet.” Ze moet er zelf om lachen. “Mijn kinderen zeggen dat ik een heks ben” grijnst ze, “maar dat is omdat ik altijd win met spelletjes .

“De lampen in mijn vorige huis gingen ook vaak zomaar aan”, zegt ze, “of zomaar uit”. Ze kijkt peinzend. “Ik denk dat het mijn vader of mijn oma zijn” zegt ze dan gedachteloos. Ineens lijkt het  alsof ze niet meer door heeft dat ik naast haar loop. Alsof ze tegen zichzelf aan het praten is. “Ik voelde mijn oma zo vaak bij me. Later maakte ik er een soort “spelletje” van. Als ik met moeilijke vragen zat, vroeg ik aan het aan haar. Stelde mijn vraag en of ze het licht uit wilde doen als mijn gedachte waar was. Gek genoeg werkte het altijd. Ook bij een paar vragen na elkaar. Nu ben ik verhuisd en hier zijn ze niet meer zo vaak. Hier voelt het ook rustiger, niet zo druk als in het andere huis.  Maar hier heb ik ze ook niet nodig” zegt ze dapper en vol overtuiging. “Hier in dit huis heb ik niets te meer te vrezen, hier ben ik veilig. Hier hoeven ze niet voor mij te zorgen”.  

Nog heel veel meer voorbeelden heeft ze me gegeven. Ieder op zich rare verhalen, maar bij elkaar….. “Er is meer tussen hemel en aarde” zegt ze. “De dood neemt ons alleen lichamelijk weg. Helaas staat niet iedereen er open voor om het te voelen.” Dan kijkt ze me aan, “ze zijn er ook voor jou, zij die van jou houden die je de weg wijzen.“ zegt ze tegen me. Ik knik, door de brok in mijn keel niet in staat iets te zeggen. Zwijgend lopen we verder.