zaterdag 1 september 2012

Ze wil het niet, niet zo, niet van hem

Langzaam loop ik naar haar toe en leg mijn hand op haar schouder. “Gaat het wel?” vraag ik zacht. Het meisje huilt, de tranen lopen over haar wangen. “Ik wil het niet, het kan niet, ik wil het niet” zegt ze zacht door haar tranen heen. “Kan ik je helpen” vraag ik, “wil je er over praten”. Ze snikt, dan slaat ze boos met haar hand op de reling. “Verdomme” gilt ze “Ik wil het niet, niet zo, niet van hem” dan stort ze zich hartverscheurend huilend in mijn armen.
De zon schijnt en de radio staat hard. Ik heb een erg fijne afspraak gehad en ben op weg terug naar kantoor. Op de snelweg zet ik de radio nog net een tikkeltje harder en zing uit volle borst mee. De auto voor mij slingert licht en mindert vaart. In één beweging kijk ik in mijn spiegels, zet mijn richtingaanwijzer uit en manoeuvreer mijn auto behendig naar links. Net als ik wil inhalen trekt iets in de auto schuin voor me mijn aandacht waardoor ik vaart minder en opzij naar de bestuurder kijk. Het is een jong meisje. Ik zie dat ze onmachtig met de rug van haar hand probeert haar tranen weg te vegen. Haar gezicht weerspiegeld verdriet, wanhoop. Als ik haar voorbij ben zie ik in mijn spiegel dat  haar richtingaanwijzer inmiddels knippert, waarschijnlijk wil ze de parkeerplaats op die er over een paar honderd meter aan komt. In een opwelling zet ik ook mijn richtingaanwijzer uit en rijd de parkeerplaats op. Het meisje stopt iets verder op en stapt uit. Haar deur blijft openstaan en ze rent naar de rand van het gras. Dan stopt ze bij de reling en even later hangt voorovergebogen over de ijzeren reling. Haar tengere lijf gaat op en neer haar handen voor haar gezicht. Ik stap uit….
Ik sla mijn armen om haar heen en wieg haar zachtjes heen en weer in mijn armen. “Het was al erg genoeg zo” zegt ze “en nu ben ik ook nog zwanger”. Als ze een beetje bijgekomen is leid ik haar naar een bankje even verderop. Als ze zit kijkt ze me aan. “Je hoeft niets te vertellen” zeg ik, “maar misschien lucht het op”. Ze knikt en langzaam verteld ze haar verhaal. Eerst onsamenhangend maar met elke zin die ze verteld voel ik dat ze me meer vertrouwd. De rillingen lopen over mijn rug als ik haar hoor vertellen hoe ze het slachtoffer geworden is van een verkrachting. De boosheid, de woede maar vooral de onmacht en de schaamte. Nog elke nacht wordt ze achtervolgd door nachtmerries. Overdag redt ze het wel. Alleen in de avond naar huis fietsen durft ze niet meer. Inmiddels heeft ze wat gesprekken gehad en dat helpt wel zegt ze. Dan kijkt ze me aan. “En nu ben ik zwanger” zegt ze. Ze zwijgt alsof ze haar eigen woorden nog niet kan geloven. “Ik dacht dat het door de stress kwam” zegt ze en er verschijnt een zuur lachje om haar lippen. “Maar gisteren heb ik zo’n test gehaald” zegt ze. Ze verteld dat ze daarna uren naar de test had gekeken. Ze durfde niet. “Ik besloot tot vandaag te wachten” zegt ze “ik hoopte dat het ondertussen wel goed zou komen”. Het klinkt kinderlijk eenvoudig maar ook vandaag was ze niet ongesteld geworden. Toen had ze alle angst opzij gezet en de test gedaan. Ze begint opnieuw te snikken “ik wil het niet “ fluistert ze “niet zo, dat kan ik een kind niet aandoen”.  “Het is oneerlijk” zegt ze “zoveel vrouwen willen zwanger worden en ik……”.
Met mijn armen om haar heen geslagen denk ik aan het gesprek op de verjaardag van mijn broer gisteren. De een had de opmerking van Kees van der Staaij ter sprake gebracht en de ander had geantwoord dat hij niet snapte dat mensen zich zo druk konden maken om deze uitspraak. “We weten toch al lang dat ze zo denken” was zijn conclusie “dus wat maakt het uit dat hij het zegt”. Ik kijk naar het meisje naast me. Wat als abortus verboden wordt…… wat zou het meisje naast me dan moeten. Wat voor gedachten zullen er dan voor gedachtes door haar hoofd spoken. En staan mensen als van der Staaij dan ook in voor die gevolgen, denken zij daar over na. Ik wens even dat hij hier staat, van een afstandje kan toekijken. Wat zou hij vinden als hij de vader van dit meisje zou zijn, zou hij er dan ook zo over denken.
“Heb je er al met je ouders over gesproken”, hoor ik mezelf vragen. “Niet dat ik nu…” ze kijkt met een soort walging naar haar buik, “zwanger ben” zegt ze dan. Het komt raar uit haar mond maar dat begrijp ik wel. Uit haar verhaal kon ik voelen dat ze een goede band met haar ouders heeft. Ze kijkt me aan en er komt een heel klein lachje op haar gezicht. “Ja” zegt ze dan, “laat ik dat maar doen he”. Ik knik. Na haar ontdekking was ze weggegaan, het moest bezinken. Ze recht haar schouders en haalt diep adem. “Dank je wel” zegt ze.  “Graag gedaan zeg ik simpel.
Als ze wegrijdt kijk ik haar lang na. Ze gaat naar huis, naar haar vader en moeder. Ze heeft mijn telefoonnummer maar diep in mijn hart weet ik dat ze nooit zal bellen. Het is goed zo. Ik zal waarschijnlijk nooit weten hoe haar verhaal verder gaat maar het is goed zo. Dan recht ik mijn schouders en haal diep adem, sta op en loopt terug mijn eigen leven weer in.