vrijdag 31 augustus 2012

Geheime informatiebron

“Hoe weet je dat” vroeg ze verwonderd. “Van Kiki” antwoorde hij simpel. Zijn grote groene ogen keken haar vol vertrouwen aan, alsof hij iets zei dat behoorde tot de normaalste dingen van de wereld. En dat zij dat toch zou moeten begrijpen. “Kiki?” vroeg ze voorzichtig en ze probeerde haar verbazing enigszins te verbergen. Want Kiki, ze had geen flauw idee wie dat was.
Later kon ze zich niet meer herinneren wanneer het begonnen was. Haar zoon zal ongeveer 3 of 4 jaar oud geweest zijn. Misschien was het al wel eerder. De naam Kiki was steeds vaker teruggekomen. Kiki was zijn vriendje en Kiki wist overal het antwoord op. In het begin moest ze er nog wel om lachen maar langzaam aan begon ze te merken dat haar zoon echt antwoorden kon geven die hij op zijn leeftijd helemaal niet kon weten. Zo kon hij uitleggen hoe verzekeringen in elkaar zaten, hoe een spin een web maakte  maar ook wie wat wanneer had gedaan en over hoeveel nachtjes het ging sneeuwen. En elke keer weer als ze hem vroeg hoe hij dat wist, was zijn simpele antwoord dat Kiki dat verteld had. Wanneer hij dan met Kiki sprak heeft ze eigenlijk nooit gevraagd. Haar zoon was er zo van overtuigd dat Kiki bestond en altijd bij hem was, dat ze het maar zo gelaten heeft. Want ach, een beetje fantasie kan toch geen kwaad op die leeftijd.
Later begon ze te twijfelen of Kiki nu gewoon het een denkbeeldige fantasie vriendje was. Maar wat dan Kiki wel was……. Nou het ideale vriendje tot zover. Kiki wist overal een antwoord op, was slim, alleen op de achtergrond aanwezig en bleek ook nog eens over behoorlijk wat normen en waarden te beschikken. Want niet alleen gaf hij haar zoon antwoorden maar leerde hem ongemerkt ook nog eens wat wel en niet mocht. Haar hoorde je dus niet zeuren want welke moeder wil dat nou niet. En daarbij had je bij Kiki geen gezeur over ophalen en brengen, niets te maken met zijn ouders, logeerde hij standaard in het gezin en was koken voor meer niet eens nodig. Idealer kon het bijna niet.    
De omkeer in haar denken kwam toen zowel zoonlief als Kiki er van overtuigd bleken dat er nog een zusje zou komen. Nu hadden zij en haar man geen directe plannen voor nog een baby en dus deed ze het af met het idee dat hij op school vast iets had opgevangen over een zwangere moeder. Vervelender werd het toen diverse mensen haar gingen vragen of ze zwanger was omdat haar zoon regelmatig overal verkondigde dat hij een zusje zou krijgen. Tot op de dag dat ze ontdekte dat ze zwanger was, al 9 weken. In alle drukte had ze inderdaad niet gemerkt dat ze niet ongesteld geworden was. En toen ze na een paar weken gewend waren aan het idee en het aan de kinderen vertelde, wist haar oudste zoon alleen te vertellen dat hij dat al wist en dat de baby een zusje was.
Wat later wist hij haar te vertellen wanneer de baby geboren zou worden “op maandag na Pasen”en was hij zo overtuigd dat ze hem echt niet om de tuin kon leiden om hem wat eerder in bed te leggen met het idee dat hij uitgerust moest zijn als de baby zou komen. Want “mama is het morgen dan maandag” zei hij dan. En op haar “nee” antwoorde hij “oh maar onze baby wordt geboren op maandag”. Het  werd ongemerkt “het verhaal” in de familie. Toch was de verbazing groot toen hij op de voorspelde dag (2 weken na de uitgerekende datum) bij de geboorte van zijn zusje alleen maar zei “dat had de baby toch al aan mij verteld”.
Meer dan 10 jaar zijn we inmiddels verder. Het kleine ventje is inmiddels een kop groter dan zijn moeder. Kiki is inmiddels verleden tijd. Maar haar gedachten heeft hij vaak nog hardop uitgesproken compleet met de mededeling “dat vind jij toch ook mama”. Tja het besef dat je soms beter iets alleen kunt denken is pas in de jaren daarna gekomen. Vaak hoorde hij stemmen, voelde hij stemmingen aan en antwoorde hij op zijn moeders gedachten. Tot hij er echt zelf last van kreeg. Toen heeft ze hem meegenomen naar een vrouw die zijn mogelijkheden om meer op te vangen dan anderen wat meer “dicht” gedraaid heeft. Nu is het rustig in zijn hoofd. Problemen van anderen vangt hij niet langer op. Soms vindt ze dat wel jammer. Want ze is er van overtuigd dat haar zoon met een mooie gave bedeeld is. Maar ze gunt hem ook zo de rust om zich bezig te houden met school, vrienden en het groot en volwassen worden. Heel af en toe verteld ze hem wel eens over vroeger. Over de tijd dat hij wist over hoeveel nachtjes het ging sneeuwen en hij haar met “nee mama, niet Loelila” met zijn 2 jaar al probeerde duidelijk te maken dat de baby in haar buik geen meisje (Julia) maar toch echt een jongen was.  En hoe hij had voorspeld dat er daarna nog een zusje zou komen.
En heel heel heel af en toe verteld ze hem over Kiki.
“Kiki?” vraagt hij dan voorzichtig en probeert zijn  verbazing te verbergen. Want Kiki……… hij heeft geen flauw idee meer wie dat is.