woensdag 24 oktober 2012

Als er nooit meer een morgen zou zijn....

“Als er nooit meer een morgen zou zijn, en de zon viel in slaap met de maan. Heb je enig idee wat het met je zou doen, als je nog maar een dag zou bestaan” zingt Marco Borsato op de radio als ik na een gezellige middag terug naar huis rijd. En zonder er bij na te denken gaan mijn gedachten naar wat ik zou doen, bij wie ik zou willen zijn.

Dan denk ik aan het bericht dat ik gisteren hoorde. Veel te jong van ons heen gegaan. Vandaag las ik op twitter: “Ze was zo ongelooflijk sterk. Het was niet genoeg, maar ze heeft elke dag van haar leven geleefd alsof het haar laatste was.” Ik ken haar niet zo goed. De laatste keer dat ik haar sprak, stonden we buiten in de zon. We spraken af contact op te nemen met elkaar. Het lijkt nog maar zo kort geleden. Hard is het besef dat het nooit meer kan.
Uitstellen, morgen. Ook in ons land. We lachen er om als we in het buitenland zijn. “Manjana manjana”. Dat doen wij in Nederland wel anders. Wij hebben haast, wij maken afspraken. Maar wat doen we met onze dromen? Maken we die wel vandaag waar? Of stellen we die nog veel langer uit dan “Manjana”. Plicht roept, maar onze verlangens? Is dat niet de stress van elke dag. We moeten, we moeten. Maar wat willen we? Durven wij alles opzij te zetten en vandaag te doen wat we zouden doen als we wisten dat het onze laatste dag was? En wat zouden we dan doen? Wat zouden we veranderen?

Ooit zat ik in het ziekenhuis naast mijn broer. Hij lag in coma en terwijl ik naar hem keek dacht ik: “Vanaf nu ga ik het anders doen. Ik ga niet meer sparen voor later. Ik leef nu. Ik moet nu genieten.” Dan pakte ik zijn hand en dacht aan het laatste dat hij mij vroeg. De dag voor hij in coma raakte zaten we ook daar in het ziekenhuis maar dan op de gang. Te wachten tot we bij onze vader konden zijn na een zware operatie. Daar op de ongemakkelijke stoeltjes hadden we hele gesprekken. Hij vond ziekenhuizen niets en probeerde er met grappen wat van te maken. “Weet je wat ik nu ontdekt heb?” vroeg hij. Ik keek hem vol verwachting aan. “Dat als je cake maakt in een springvorm, je zulke plakken krijgt” zei hij zenuwachtig lachend terwijl hij met zijn handen een enorme plak cake aanduidde. Een dag later zat ik aan zijn bed.
Even ging het goed. Even zette ik sparen en vooruit kijken opzij en leefde ik in het nu. Daarna kwamen toch als vanzelf weer de plannen. We kochten een huis, kregen kinderen en bij het nu kwam ook weer “als” en “dan” en “later”. Af en toe denk ik terug en denk ik: “Stop!! Je leeft nu. Geniet en leef”
Dan hoor ik weer Marco: “We verbannen de dromen naar morgen en later, maar doet het je stiekem geen pijn? Dat je dan pas zou doen wat je altijd al wou, als er nooit meer een morgen zou zijn”. Laten we een voorbeeld nemen aan haar. Niet alleen aan dat ze zich heeft ingezet voor de belangen van het bedrijfsleven. Haar energie inzette voor haar gezin, familie en vrienden. “Een uniek mens is heengegaan” lees ik. Laten we daarom niet alleen denken aan wat ze gedaan heeft, maar laten we echt een voorbeeld nemen aan wat zij deed “ze heeft elke dag van haar leven geleefd alsof het haar laatste was.”