Posts tonen met het label Lelystad. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Lelystad. Alle posts tonen

zondag 28 juni 2015

Onze fauna

Een konijn sprint weg in 't gras
de vos versnelt sluw zijn pas
De ooievaar bouwt zijn nest
de arend doet extra zijn best
De grazers trekken weer door
't bronstig hert in het gehoor
De aalscholver, de kiekendief
we nemen ze te gewoon voor lief
Een ree of de konikpaarden
ineens voor je op het pad
De natuur zo bijzonder
ook dat is Lelystad

zondag 6 oktober 2013

En dat geldt ook voor jongetjes

Zijn ogen kijken verbaasd en zijn wenkbrauwen onderstrepen dat nog eens. Zij lacht haar gulle lach en haar ogen doen vrolijk mee. ‘Tja,’ zegt ze, ‘je kunt het meisje wel uit Brabant halen, maar Brabant niet uit het meisje!’

De aanleiding is een opmerking die in onvervalst dialect uit mijn mond rolt. Zij is mijn vriendin. En niet zomaar een vriendin. Nee een vriendin door dik en dun, al 25 jaar lang. Zij verhuisde, niet een paar straten verder, niet naar de andere kant van het land maar naar de andere kant van de wereld. Ik verhuisde een aantal jaren later, maar ik bleef in ons kikkerland. Wij hielden contact. Soms intensief en dagelijks, soms maanden niet. Maar dat maakt niet uit. Onze basis is er, die zakt niet zomaar weg. Een Brabantse basis met twee benen op de grond. Echte grond onder je voeten die niet zomaar wegdrijft.
En toen was ze ‘zomaar’ weer even in Nederland. In Zeeland nota bene waar ik ‘toevallig’ op vakantie was. Dus staat ze daar aan het einde van het grasveldje met de fiets aan de hand en haar zoontje naast haar. Binnen een paar minuten is het als vanouds, alsof we elkaar gisteren spraken in plaats van meer dan een half jaar geleden. Alles om ons heen vergeten. De campingburen, de kinderen en ook de man die ons gesprek lachend aanhoort en niet wist dat er nog zoveel Brabantse termen in mij huizen.  We praten, lachen, wandelen en even is het 25 jaar geleden.
Een paar dagen geleden zat ik in de prachtige schouwburg van onze stad met als doel een mooi project in de strijd tegen kanker uit te dragen. Stil luister ik naar de presentaties. Straks gaat mijn collega een presentatie geven en ik weet nu al dat ik het niet droog ga houden. Maar nu is eerst onze wethouder aan het woord. Trots op onze stad vertelt hij stralend over de nieuwe initiatieven. Over de film de nieuwe wildernis en hoe deze in meer bioscopen in première ging dan de laatste James Bond film. Dan hoor ik hem tussendoor zeggen ‘da ken nie’. Mijn buurman geeft me een por en schud meewarig zijn hoofd. Ik glimlach. Die drie kleine woordjes geven me een heerlijk ‘thuis gevoel’. Hier in ‘mijn’ stad staat een man vol enthousiasme te vertellen met ‘mijn’ accent.

Dan leun ik naar mijn buurman en zeg: ‘mijn vriendin zegt altijd; je kunt het meisje uit Brabant halen, maar Brabant niet uit het meisje’. Hij lacht. Ik hoor nog een paar woorden van de wethouden en vervolg dan: ‘en dat geldt ook voor jongetjes’.


 

zondag 24 maart 2013

Geniet van elke dag en leef alsof het je laatste is

Zes maanden geleden hoorde ik  “Als er nooit meer een morgen zou zijn” van Marco Borsato terwijl ik naar huis reed. Het zette mij aan het denken zoals alle keren dat ik het lied hoorde maar als vanzelf kwam ik die dag uit bij het overlijdensbericht van Elly Jonkman. Die ochtend las ik op twitter: “Ze was zo ongelooflijk sterk. Het was niet genoeg, maar ze heeft elke dag van haar leven geleefd alsof het haar laatste was.” Ik kende haar niet zo goed. En hard was het besef dat ik nooit meer de kans zou krijgen. De afspraak die we wilde maken zou er nooit meer komen.

“Als er nooit meer een morgen zou zijn, en de zon viel in slaap met de maan. Heb je enig idee wat het met je zou doen, als je nog maar een dag zou bestaan”. Hoe vaak heb ik het lied al gehoord en hoe vaak gingen mijn gedachten uit naar wat ik dan zou doen. Wat zou ik doen als ik zou horen dat ik nog maar kort te leven zou hebben. En dan besefte ik dat ik mijn eerste gedachte was dat ik niets zou zeggen, maar weg zou gaan, uit mijn relatie zou stappen en de mensen op moest zoeken die belangrijk voor me waren. Een besef dat hard aankwam en uiteindelijk ervoor zorgde dat ik niet op die dag zou wachten.
Inmiddels had ik de stap van weggaan genomen maar alsnog was het niet compleet. Ik leefde mijn leven nog niet alsof elke dag de laatste kon zijn. Te vaak zette ik alles opzij voor dat wat nog moest. Moest van mezelf of opgelegd dacht ik door anderen, maar altijd vooral toch weer door mezelf. Ik was bijna vergeten wie ik was. Ik leefde te veel om het anderen naar de zin te maken. Waar was mijn eigen ik gebleven, mijn rust, mijn gelukkig zijn, mijn niks en mijn alles.
Ik luisterde naar de woorden en zoog ze allemaal naar binnen: “We verbannen de dromen naar morgen en later, maar doet het je stiekem geen pijn? Dat je dan pas zou doen wat je altijd al wou, als er nooit meer een morgen zou zijn”. En ik besloot: “Laten we een voorbeeld nemen aan haar. Niet zozeer aan  dat ze zich inzette anderen. Nee laten we echt een voorbeeld nemen aan wat zij deed “ze heeft elke dag van haar leven geleefd alsof het haar laatste was.”
Precies een half jaar later stap ik in de ochtend in de auto. De radio springt aan en ik hoor de woorden van precies het zelfde lied. Even val ik stil en bedenk me wat ik zou doen als er nooit meer een morgen zou zijn.’ Dan springen de tranen in mijn ogen. Ik zou niets doen, helemaal niets. Ik zou vandaag leven zoals ik vandaag leef. Het besef dat ik me gelukkig voel en tegen iedereen die me lief is gezegd heb wat ik zou willen zeggen, geeft me een enorm gevoel van rijkdom en vrijheid. Het gevoel van intens gelukkig zijn. Van liefhebben en mezelf weer zijn. Ik glimlach en denk aan haar. Ze heeft mij een groot cadeau nagelaten: “Geniet van elke dag en leef alsof het je laatste is.
Dank je wel Elly!

woensdag 24 oktober 2012

Als er nooit meer een morgen zou zijn....

“Als er nooit meer een morgen zou zijn, en de zon viel in slaap met de maan. Heb je enig idee wat het met je zou doen, als je nog maar een dag zou bestaan” zingt Marco Borsato op de radio als ik na een gezellige middag terug naar huis rijd. En zonder er bij na te denken gaan mijn gedachten naar wat ik zou doen, bij wie ik zou willen zijn.

Dan denk ik aan het bericht dat ik gisteren hoorde. Veel te jong van ons heen gegaan. Vandaag las ik op twitter: “Ze was zo ongelooflijk sterk. Het was niet genoeg, maar ze heeft elke dag van haar leven geleefd alsof het haar laatste was.” Ik ken haar niet zo goed. De laatste keer dat ik haar sprak, stonden we buiten in de zon. We spraken af contact op te nemen met elkaar. Het lijkt nog maar zo kort geleden. Hard is het besef dat het nooit meer kan.
Uitstellen, morgen. Ook in ons land. We lachen er om als we in het buitenland zijn. “Manjana manjana”. Dat doen wij in Nederland wel anders. Wij hebben haast, wij maken afspraken. Maar wat doen we met onze dromen? Maken we die wel vandaag waar? Of stellen we die nog veel langer uit dan “Manjana”. Plicht roept, maar onze verlangens? Is dat niet de stress van elke dag. We moeten, we moeten. Maar wat willen we? Durven wij alles opzij te zetten en vandaag te doen wat we zouden doen als we wisten dat het onze laatste dag was? En wat zouden we dan doen? Wat zouden we veranderen?

Ooit zat ik in het ziekenhuis naast mijn broer. Hij lag in coma en terwijl ik naar hem keek dacht ik: “Vanaf nu ga ik het anders doen. Ik ga niet meer sparen voor later. Ik leef nu. Ik moet nu genieten.” Dan pakte ik zijn hand en dacht aan het laatste dat hij mij vroeg. De dag voor hij in coma raakte zaten we ook daar in het ziekenhuis maar dan op de gang. Te wachten tot we bij onze vader konden zijn na een zware operatie. Daar op de ongemakkelijke stoeltjes hadden we hele gesprekken. Hij vond ziekenhuizen niets en probeerde er met grappen wat van te maken. “Weet je wat ik nu ontdekt heb?” vroeg hij. Ik keek hem vol verwachting aan. “Dat als je cake maakt in een springvorm, je zulke plakken krijgt” zei hij zenuwachtig lachend terwijl hij met zijn handen een enorme plak cake aanduidde. Een dag later zat ik aan zijn bed.
Even ging het goed. Even zette ik sparen en vooruit kijken opzij en leefde ik in het nu. Daarna kwamen toch als vanzelf weer de plannen. We kochten een huis, kregen kinderen en bij het nu kwam ook weer “als” en “dan” en “later”. Af en toe denk ik terug en denk ik: “Stop!! Je leeft nu. Geniet en leef”
Dan hoor ik weer Marco: “We verbannen de dromen naar morgen en later, maar doet het je stiekem geen pijn? Dat je dan pas zou doen wat je altijd al wou, als er nooit meer een morgen zou zijn”. Laten we een voorbeeld nemen aan haar. Niet alleen aan dat ze zich heeft ingezet voor de belangen van het bedrijfsleven. Haar energie inzette voor haar gezin, familie en vrienden. “Een uniek mens is heengegaan” lees ik. Laten we daarom niet alleen denken aan wat ze gedaan heeft, maar laten we echt een voorbeeld nemen aan wat zij deed “ze heeft elke dag van haar leven geleefd alsof het haar laatste was.”

zaterdag 8 september 2012

“De Grootste Elektrische Proefrit van Nederland”

“Het is een automaat” zegt ze. De versnelling of hoe je dat noemt bij een automaat, staat in de P, van parkeren denk ik. “De R is van…… “Racen“ roep ik, altijd zoekend naar andere woorden om de dingen op een grappige manier te onthouden. Ze begint te lachen, “Nee niet van racen” zegt ze “het is de achteruit”. Ik zie direct het “achteruitrijden” van Ter Land Ter Zee en in de Lucht voor me. Helaas is dat dan weer niet de bedoeling.
Ik ga meerijden met Neeske, een zakenrelatie van me die gevraagd is om mee te doen met de “De Grootste Elektrische Proefrit van Nederland”. Rijden in een auto met een stekker dus. Georganiseerd door de ANWB. Als de bel gaat en ik de deur open doe, zijn er al 2 kinderen die achter me staan te springen. Ze weten wel wat ik ga doen maar nieuwsgierig als ze zijn, moeten ze er toch meer van weten. Eén van de 2 kan het niet laten om toch te vragen of ze niet even mee kunnen rijden. En ja hoor, van Neeske mogen ze het eerste rondje mee. Tjonge wat zijn ze ineens snel met slippers aan doen. Als er gevraagd wordt wat ze van de auto vinden roepen ze enthousiast “Cool , vet gaaf en dat soort moderne woorden”. En dat is natuurlijk mooi want zij zijn de toekomst, de toekomst waarin auto’s als deze niet meer weg te denken zijn.
Ze legt me uit dat er ook in de auto gefilmd gaat worden. Ik vind het allemaal prima en hoop dat we wat leuks te melden hebben onderweg. “Steek de sleutel maar in het contact” zegt ze, ”en draai maar om,  nee nog verder”. Ik doe wat ze zegt en wacht eigenlijk onbewust op het bekende geluid waarbij je weet dat je de auto aan het starten bent. Er gebeurt niets. Vragend kijk ik naast me. “Als het lichtje READY brandt” zegt ze, “is de auto gestart”. Ze ziet mijn verbaasde gezicht en moet lachen. “Je kan rijden hoor”. Ik zet hem in D, wat ik voor het gemak doorrijden heb genoemd en rij de straat in. Ze vraagt me waar ik heen wil. “Italie?” vraag ik maar ook dat is net als het achteruitrijden geen optie. Verder heb ik geen idee. Laten we maar zien waar we uitkomen. Ik ga dus lekker op mijn gevoel, mij het meest vertrouwd, en reken er op dat ik daarmee de leukste dingen onderweg ga mee maken.  Nog voor ze de camera aan heeft staan zien we al een ANWB auto. Jammer, die flitsende reclame opname hebben we dan net gemist.
Ik vertel dat ik vanavond even heen en weer naar Eindhoven moet. “Hoe ver is dat?” vraagt ze. “140 km” zeg ik. Dat lukt dus net heen met deze auto. Daarna moet je dan opladen. Ik bedenk me dat dat het eerste nadeel is. Italië wordt dus een lange reis. Dan denk ik aan de keren dat ik voor een brug moet wachten en hoe lekker dat soms is. Momentje rust voor je zelf. Naar Eindhoven zou dus worden ; heen rijden, ergens opladen en ondertussen koffie drinken, column schrijven en op je gemak weer terug. Klinkt alweer een stuk beter. Ach ja, het is dus maar net hoe je het bekijkt”.
Als vanzelf komen we in de Oostvaardersplassen terecht. Nu heb ik wel iets met dat gebied  maar dat terzijde. Ik bedenk me dat het goed past bij de auto. De natuur, het stille van de auto etc. Ze zouden eigenlijk alleen maar dit soort auto’s in het gebied toe moeten staan. Zie je het al voor je aan het begin van de weg “alleen voor elektrische voertuigen”. Als we het wildrooster over zijn, zien we aan de rechterkant een kudde dieren. Ze kijken niet eens op. Even verder op, en ja uiteraard als de camera net uit staat, komt er een dier de weg op. Dat het ons niet hoort is wel duidelijk. Het blijft midden op de weg eens rustig staan. “Nou lekker dan” zeg ik. “meestal schrikken ze van auto’s en zijn ze zo weg. Maar deze niet, nee logisch met een auto zonder geluid”.  Dan ziet het beest blijkbaar in zijn ooghoek iets bewegen en loopt sloom verder. Ik haal opgelucht adem, duw langzaam het gaspedaal weer in en we rijden door.
Doorrijden naar Almere lijkt me een beetje teveel van het goed, dus sla ik links af. We rijden nu midden tussen de windmolens en ook hier voel ik me prima op mijn gemak met deze auto. We passen goed in dit landschap van duurzaamheid. Zelfde geluid van wind. Mooie combi dus.
Als we terugrijden zie ik onderweg een tankstation. Dat roept vragen op. Neeske legt geduldig uit hoe het allemaal gaat met dat opladen. Ik bedenk me dat het wel handig is. Gewoon ’s avonds dus even aan denken; mobiel aan de oplader, auto aan de oplader. Niks meer tanken onderweg, geen zoete chocolade verleidingen, hooguit een prettige rustpauze bij lange ritten. Ik voel er wel wat voor.
Bijna bij huis als we de wijk inrijden, rijdt er een klein jongetje op een fietsje voor me. Uiteraard midden op de weg. Ik bedenk me dat zijn moeder hem wel eens mag leren dat hij beter aan de kant kan rijden en moet opletten.  Allemaal leuk die 30km zones maar alleen op de weg ben je natuurlijk nooit, het gevaar blijft. Hij hoort ons duidelijk niet, op een gegeven moment kijkt hij om en schrikt ervan dat er zomaar een auto achter hem rijdt. Hij had dus duidelijk echt niets gemerkt. Puntje van aandacht dus dat geluid.
Eenmaal thuis laat Neeske aan de twee enthousiaste kids nog even de oplaadsnoeren zien en mogen ze proberen hoe dat werkt. Daarna krijgen ze de keuzegids Elektrisch autorijden.
Een uur later als ik weer in de auto zit om de kinderen naar Eindhoven te brengen, besef ik eigenlijk pas hoe stil zo’n elektrische auto is. Ik zet de radio dus maar harder en besluit dat ik de voordelen dus wel zie en duidelijk voor ben. Voor het rijden in een elektrische auto.